Zunder: Onderhoud met Rutte stap in goede richting

Armand Zunder, voorzitter van de Nationale Reparatie Commissie, vindt het onderhoud dat gevoerd is over het koloniale verleden met de Nederlandse premier Mark Rutte, een stap in de goede richting. Aan de orde is gesteld dat de minister-president en de Nederlandse koning op 1 juli 2023 de excuses in Suriname moeten komen aanbieden. Hierbij wordt onlosmakelijk een programma voor herstel gekoppeld. “Wij hebben de premier ook doorgegeven dat voor wat betreft het programma voor herstel, wij in ieder geval niet denken in termen van miljoenen euro’s, maar in termen van miljarden euro’s”, zegt Zunder om een reactie gevraagd aan Suriname.

Waarom Zunder het gesprek als een stap in de goede richting heeft ervaren:
–  Het vraagstuk dat de Inheemsen de oorspronkelijke bewoners van dit land zijn en dat zij de eerste tot slaaf gemaakten in Suriname zijn geweest en dat er genocide onder hen is gepleegd, is nu eindelijk ook op de Nederlandse politieke agenda is. Rutte heeft speciaal nog aan een van de deskundigen gevraagd om dit voor hem aan te tekenen;

– Ik heb twee uitspraken die de premier op 1 juli 2022 heeft gedaan, getoetst en het bleek dat hij die standpunten had verlaten door nu positief (anders) daarover te denken. De eerste uitspraak was een bewering dat hij had gesteld ‘dat de huidige generatie van mensen niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor wat in het verleden verkeerd zou zijn gegaan’. Wij hebben hem gewezen dat het in de casus van slavenhandel en slavernij niet gaat om mensen, maar om regeringen. Hij was het daarmee eens;

– De premier wenste meningen te horen, omdat in het najaar de Nederlandse regering een standpunt zal bepalen naar aanleiding van het Adviesrapport van de Dialooggroep. Dit rapport is vorig jaar op 1 juli aan de Nederlandse regering verstrekt.

– In het gesprek hebben wij ook de wens uitgesproken dat de tekst van de excuses niet eenzijdig door Nederland wordt bepaald, maar dat er gezamenlijk overleg daaromtrent is. Het programma voor herstel gaat miljarden euro’s kosten, is duidelijk gemaakt aan de Nederlandse bewindsman. Ter illustratie hebben wij meegegeven dat de netto contante waarde van de niet uitgekeerde lonen over de periode 1667-1863 al op om en nabij 25 miljard euro zou uitkomen. Wij hebben echter ook gesteld dat een mensenleven niet in geld kan worden uitgedrukt en dat over de compensatie van de materiële en immateriële schade, nog talrijke gesprekken moeten volgen..

“De indruk van de premier op basis van iets meer dan een uur praten was een man die graag nader geïnformeerd wenste te worden en zo goed als mogelijk probeerde te luisteren naar de antwoorden op de vragen die hij stelde. Dit viel vooral op bij de beantwoording van de vraag over de doorwerking van het slavernijverleden bij de huidige generaties”, zegt Zunder. De premier zal de inhoud van dit gesprek intern evalueren. “Wij hebben hem gevraagd om in een gezamenlijke Suriname-Nederland commissie het vraagstuk van erkenning, excuses en herstel, nader voor de beleidsvoerders uit te werken.

Het reparatieproces kent volgens Zunder minstens drie fasen die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Gestart wordt met het proces van erkenning. In deze fase wordt het vraagstuk/probleem/uitdaging van slavenhandel en slavernij van alle kanten goed bekeken en geanalyseerd. Je moet het ‘probleem’ dus goed kennen voordat je hiervoor excuses gaat aanbieden. Het standpunt van de Nationale Reparatie Commissie over de fase van erkenning van de Gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Uttecht, ABN-AMRO en de Nederlandsche Bank is dat er twee belangrijke zaken in het door hen gedane erkenningsonderzoek ontbreken, te weten de ‘pijn’ die de slavernij heeft veroorzaakt en de systematische gewelddaden ontbreken.

Dit geldt ook voor de doorwerking van het slavernijverleden tot en met de hedendaagse maatschappij. Vóór 2019 hebben diverse Nederlandse regeringen spijt, diepe spijt, diepe berouw en schande over de periode van slavernij uitgesproken. In 2021 hebben de instituten, de Gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en anderen excuses aangeboden, terwijl alleen de Nederlandsche Bank daarbij een bescheiden programma voor herstel heeft voorgesteld. Geen van de excuses die tot nu toe zijn aangeboden, zijn door wie dan ook in Nederland en zeker niet in Suriname geaccepteerd, benadrukt Zunder.

“Indien premier Rutte verwarring had willen stichten, dan had hij aan het einde van zijn recente toespraak in De Nationale Assemblee excuses voor het Nederlandse slavernijverleden uitgesproken en zou dan met de noorderzon zijn vertrokken. Wie zou dan de excuses hebben geaccepteerd. Het antwoord is niemand, omdat dit proces goed voorbereid moet worden:- de onderdelen van de fase voor erkenning moeten voor de beide partijen acceptabel zijn;- de tekst moet voor beide partijen geaccepteerd worden;- het daaraan gekoppelde programma en de tijdlijn voor herstel moeten duidelijk zijn”, benadrukt Zunder.