Wang (VHP): “De winkelier is niet de boeman”

In deze tijd van economische crisis krijgen winkeliers het maar al te vaak aan de stok met klanten. De verkoper aan de kassa is in veel gevallen de eerste en in de praktijk ook vaak de enige die men rechtstreeks kan aanspreken om het hart te ‘luchten’, wanneer men niet voor een paar basis inkopen kan betalen.
Een winkelier is nog zwaar geïrriteerd wanneer hij opmerkt, dat kort daarvoor een klant hem “als een hond” aansprak. “Maar wanneer iemand mij onbeschoft aanspreekt, dan kan ik zo iemand niet vriendelijk te woord staan, want ik ben ook een mens”, zegt de winkelier. “Als iemand vriendelijk is, dan ontstaat er vanzelfsprekend een vriendelijk gesprek, maar wanneer mensen beginnen te schelden dan kan je niet van mij verwachten dat ik blijf lachen”, zegt de man nog zichtbaar overstuur. De winkelier wijst erop, dat goede fatsoensnormen belangrijk zijn om goed met elkaar om te kunnen gaan. “Als je iets wilt weten, stel een vraag, maar schreeuw niet”, licht hij toe. Een andere winkelier zegt, dat sommige mensen van tevoren weten dat zij niet voor de spullen gaan kunnen betalen. “Maar, ze nemen toch een aantal artikelen van de rekken.”
Bedragen
Het valt inderdaad op, dat het steeds vaker lijkt voor te komen, dat winkeliers eenmaal aangeslagen artikelen met de klant opnieuw moeten hertellen, omdat mensen vaak het eindbedrag niet kunnen bevatten. Daarmee is de dagelijkse spanning tussen klant en consument zichtbaar, voelbaar en hoorbaar. “Moet ik SRD 300 betalen voor zo weinig spullen”, vraagt een klant verbaasd, terwijl hij met vragende blik naar steun zoekt van de andere klanten in de rij. Wanneer de winkelier artikel voor artikel ‘in slow motion’ voor de man aanslaat, toont hij begrip, betaalt en loopt weg. Toch kijkt de winkelier een stuk minder vrolijk dan enkele minuten daarvoor. Het was namelijk niet de eerste keer voor die dag.
Crisis
VHP-Assembleelid Chuanrui Wang merkt op, dat niemand er geen voordeel aan heeft wanneer winkeliers uit onvrede hun winkels zouden sluiten. Hij laat weten het keer op keer te hebben gezegd, dat niet de winkelier als de ‘boeman’ moet worden gezien, maar dat de algemene economische situatie op internationaal niveau van invloed is op onze economie.
“Ook in de rijke landen, zoals de Verenigde Staten, Nederland en zelfs in oosterse landen als India en China heeft men te maken met een grote economische crisis”, merkt Wang op.
Voor Suriname geldt daar nog voor, dat het de zware gevolgen van de Covid-periode heeft moeten doorstaan. Het Assembleelid noemt in een adem ook de oude schulden die zijn gemaakt voor 25 mei 2020. “We zijn gedwongen om met IMF samen te werken. Daarom zijn de lasten voor elke Surinamer bijzonder groot.” Wang noemt de ‘brumkidyari’ gedachte van Suriname en vraagt dat wij dat wel behouden. “Het bijzondere is dat wij in vrede en harmonie met elkaar moeten leven. Dat moeten wij blijven behouden, laten wij elkaar respecteren. Laten wij begrip tonen voor elkaar”, zegt Wan tot slot.
RB