Twee jaar op zoek naar rechtsbescherming

Draagt de instelling van het Administratief Beroepsinstituut wel daadwerkelijk bij aan verbetering van de rechtsbescherming?

Na lang overwegen heb ik uiteindelijk besloten mijn misnoegen kenbaar te maken omtrent de werkwijze van het Kabinet van de President van de Republiek Suriname (hierna, Kabinet van de President). Dit, naar aanleiding van een beklagschrift dat reeds bijna twee (2) jaar in behandeling is bij het Administratief Beroepsinstituut, dat ressorteert onder het Kabinet van de President.

Op 27 januari 2021 heb ik beroep aangetekend bij de President van de Republiek Suriname conform de wettelijke bepaling in de Personeelswet. Tevens zijn onderliggende bewijsstukken opgestuurd naar het Kabinet van de President inzake een case betrekking hebbend op het onbehoorlijk handelen van de leiding van de Rekenkamer, jegens mijn persoon. Ondanks er meerdere malen e-mailberichten verstuurd zijn naar het Kabinet van de President en verschillende vooraanstaande personen in de samenleving zijn benaderd, weigert het Administratief Beroepsinstituut mij informatie te verschaffen omtrent de voortgang inzake de case Rekenkamer 2019.

De Grondwet van de Republiek Suriname geeft in artikel 158 lid 1 in duidelijke bewoordingen aan ‘dat elke burger het recht heeft om door de organen van de overheidsadministratie geïnformeerd te worden over de voortgang in de behandeling van zaken waar hij direct belang bij heeft en omtrent eindbeslissingen, met betrekking tot hem genomen’. Echter heeft het Kabinet van de President nimmer gereageerd op de vele e-mailberichten die verstuurd zijn in het jaar 2021. Dit, ondanks voormelde bepaling in de Grondwet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

In het jaar 2022 is door tussenkomst van de advocaat – na een jaar – gereageerd door het Kabinet van de President op de brieven van de advocaat. Bij schrijven de dato 21 maart 2022 Kab./Pres. No. 220/G.A. van de directeur van het Kabinet van de President, is een instructie gericht naar de huidige voorzitter van de Rekenkamer van Suriname om de procedure van hoor en wederhoor te doen inzetten. Echter wordt het gezag van het Kabinet van de President gewoon ondermijnd door de voorzitter van de Rekenkamer van Suriname en is tot heden de procedure van hoor en wederhoor nimmer ingezet.

Doordat het Kabinet van de President systematisch weigerde (thans nog weigert) informatie te verstrekken inzake voornoemde case, was ik genoodzaakt een advocaat te benaderen en zijn hierdoor onnodig kosten gemaakt die thans bijkans SRD 10.000,- bedragen. Ook blijkt dat de advocaat gewoon op lange baan gehouden wordt door het Kabinet van de President en de zaak tot op heden niet zorgvuldig wordt onderzocht, ondanks de vele bewijsstukken die zijn opgestuurd naar onder andere het Kabinet van de President en het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Ik citeer de volgende passage uit het betoog van de President van de Republiek Suriname tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen op 8 juni 2021: “Er is op het Kabinet van de President een beroepsinstituut ingesteld. Dit instituut is belast met de behandeling van zaken van personen die in beroep gaan bij de President. Dit instituut is vooruitlopend op de implementatie van de Algemene wet bestuursrecht die ik al eerder aanhaalde meneer de Voorzitter. We moeten de burgers een behoorlijke mate van rechtszekerheid bieden, en dat doen we ook”.De vraag die hierbij rijst, is of het Administratief Beroepsinstituut selectief te werk gaat en slechts bezwaar-, beroep- en verzoekschriften behandelt van bepaalde burgers, inclusief ambtenaren?S. Biervliet(Junior auditor ter beschikking gesteld van de CLO)(sharomie10@gmail.com)