Toelichting EAS op basis van reacties van burgers en diverse organisaties mbt het overbruggingstarief

De EAS wil voorop stellen dat de burger van ons land centraal staat bij beleidsinitiatieven en besluitvorming. Op dit moment hebben wij allen te maken met veranderingen die ons economisch diep treffen. Ook de EAS doet er alles aan om de besluitvormingen hierop aan te passen. Suriname naar een hoger niveau tillen in de energiesector, betekent dat geldende beleidsmaatregelen worden herzien en mogelijk worden vervangen met nieuwe, die op lange termijn, economische voordelen opleveren voor ons land en onze medeburgers. De EAS heeft kennis genomen van de vele reacties over het overbruggingstarief en verschaft meer informatie over de besluitvorming en de processen die hiervoor zijn ingericht. Het overbruggingstarief is ingegaan op 1 juni 2022, om gefaseerd het gekozen beleid uit te voeren. Per Staatsbesluit no 89 van 12 juli 2021 werd het instrument van subjectsubsidie, geïntroduceerd ter vervanging van de tot nu toe gehanteerde object subsidie. De gedachtegang hierbij was om in plaats van het object stroom (opwekking en distributie) te subsidiëren, juist de afnemer te subsidiëren. Hierbij is de focus dan vooral op degene die ondersteuning nodig heeft om hun maandelijkse rekening te voldoen. Met voornoemd besluit werd in eerste instantie aan alle huishoudelijke verbruikers een korting van SRD 260 op de maandelijkse factuur gegeven. Voor de niet huishoudelijke afnemers werd deze korting gesteld op SRD 150. Het hoeft geen betoog dat in principe dit geen daadwerkelijke subjectsubsidie is, aangezien hierbij iedereen in aanmerking komt voor de korting. Dus ook degenen die daar geen behoefte aan hebben.
Subjectsubsidie
Om daadwerkelijk het instrument van subjectsubsidie in te voeren, is besloten om gedurende een jaar dit geleidelijk (gefaseerd) te implementeren.
Gekozen is voor de periode 1 juni 2022 tot en met 31 mei 2023. Om te kunnen vaststellen wie in aanmerking kan komen voor subjectsubsidie, is het noodzakelijk een bestand aan te leggen welke als uitgangspunt kan worden gehanteerd, om vervolgens middels nader vast te stellen criteria te identificeren aan wie wel of niet subjectsubsidie wordt toegekend.
Allereerst is uitgegaan van het vaststellen van een niveau van stroomverbruik, waarbij de elementaire elektriciteitsbehoefte wordt gedekt. Hierbij moet gedacht worden aan de verlichting in het huis, het kunnen draaien van een radio, TV, ventilator, etc. Internationaal is de norm rond 250 kWh per maand voor huishoudelijke afnemers. Naast het aanmaken van het (opstart) bestand en het vaststellen van de criteria zal het ook van belang zijn om middels een proces van controle, validatie/verificatie en goedkeuring, gefaseerd degene die in aanmerking komen voor subjectsubsidie over te zetten naar het uiteindelijk subjectsubsidiesysteem.  Zoals eerder aangegeven is een periode van een jaar voor eerdergenoemd proces uitgetrokken, aangezien het enige tijd in beslag zal nemen om de eerdergenoemde stappen te doorlopen.
Het proces voor invoering van het overbruggingstarief
Op grond van het hierboven gestelde is besloten om een start te maken met het aanleggen van een bestand, waarbij degene die hierin wordt opgenomen gedurende het jaar een overbruggingstarief wordt toegekend. Dit terwijl het proces van overschakeling naar subjectsubsidie wordt doorlopen. Hierdoor worden degenen die zich registreren gevrijwaard van eventuele tariefsaanpassingen die zich kunnen voordoen gedurende het jaar en worden zij ook tegemoet gekomen in een periode waar als gevolg van het economisch herstel en groei en daarbij horende noodzakelijke maatregelen het besteedbaar inkomen enigszins is afgenomen. Vandaar dus de naam overbruggingstarief.
Ook omdat het geen permanent karakter heeft, maar voor een bepaalde periode alleen geldt. Het overbruggingstarief houdt in dat voor het verbruik tussen 0 en 250 kWh men een minimum bedrag van SRD 50 per maand betaalt en voor elk verbruik boven die 250 kWh een tarief van srd 2,50 per kWh. Het overbruggingstarief geldt dus eveneens voor de periode van 1 juni 2022 tot en met 31 mei 2023.
Belang van registreren
Uitgaande van de bestaande tarievenstructuur voor stroom is vastgesteld dat een verbruiksgrens van ongeveer 400 kWh gehanteerd kan worden, om huishoudens en niet huishoudens te laten registreren om in het bestand opgenomen te worden. Deze grens is eveneens vrij ruim, aangezien een groot deel van het EBS bestand rond dit verbruik of minder zit en het overbruggingstarief gunstig zal uitvallen hierbij.  De noodzaak voor registratie ligt in het feit dat het van essentieel belang is om zo nauwkeurig in beeld te brengen wie eventueel voor subjectsubsidie in aanmerking kan komen en om een aantal gegevens in kaart te brengen, welke nodig zijn voor het vaststellen van de criteria. Hierbij moet gedacht worden aan zaken zoals het ontvangen van enige vorm van bijstand, aantal mensen woonachtig op het adres, gemiddeld verbruik per maand, etc.
Maar ook om vast te stellen als degene wel of geen eigenaar is van de aansluiting waar de EBS-meter is geïnstalleerd. Het EBS-bestand kan hierbij niet zonder meer gebruikt worden, omdat het niet beschikt over de gegevens welke kunnen helpen de selectiecriteria vast te stellen, maar ook niet in voldoende mate aangeeft wie daadwerkelijk van een aansluiting gebruik maakt. Het is namelijk zo dat iemand die bijvoorbeeld een huis huurt ook degene is die stroom verbruikt op dat adres en ook de maandelijkse rekening betaalt. Echter is de EBS-meter welke bij het aansluitnummer hoort geregistreerd op naam van de eigenaar … ………… (.)

Lees verder

Bron: . Suriname