Surinames democratie in een ontdemocratiserende wereld (3)

DR en RR voor lokale democratieof waterdragers voor politieke machtsconcentratie?
Tekst Jack MenkeIllustratie Steve Ammersingh
Terwijl de Surinaamse politiek en de sociale media ons zand in de ogen strooien met etnische politiek en “bromki dyari” als window-dressing ligt er een fundamenteler probleem van onze Surinaamse samenleving en de omliggende wereld: Ontdemocratisering. In deze vijfdelige serie ontrafelt Jack Menke dit probleem. Deel 3: DR en RR voor lokale democratie of waterdragers voor politieke machtsconcentratie?
Initiatieven om in Suriname lokale democratie van de grond te krijgen lopen dwars lopen door consensus-, militaire- en populistische regimes. In 1961 werd tijdens een consensus regime (regering Emanuels) de ontwerp-Landsverordening, voor het invoeren van Districtsraden in Suriname ingediend. De regering Sedney stelde in 1969 het Ministerie van Districtsbestuur en Decentralisatie in. Tijdens de herdemocratisering gedurende het militaire regime werd Suriname met de Grondwet van 1987 formeel een gedecentraliseerde eenheidsstaat met districts- en ressortraden.
Decentralisatie
Bas Ahmadali (wijlen) legde de fundering voor lokale democratie door de decentralisatie van bestuur volgens de Grondwet en de Wet Regionale Organen operationeel te maken. Van 1998-2014 werd een grote sprong voorwaarts gemaakt in het decentralisatie proces met als hoogtepunt de uitvoering van Decentralization and Local Government Strengthening Program (DLGP) van 2003-2014. Het doel was lokaal bestuur institutioneel te versterken met een wettelijk raamwerk en het invoeren van fiscaal en bestuurlijk levensvatbare overheidsinstituten in de districten samen met de burgers projecten te plannen en met eigen middelen uit te voeren.

“De onbetekenende rol van DR- en RR-leden vloeit voort uit het ontbreken van ondersteuning door de politieke partijen. Tevens ontbeert de overgrote meerderheid de noodzakelijke scholing”

Er werd een duw gegeven met de toepassing van de Interimregeling Financiële Decentralisatie in de eerste vijf pilot districten. De bij wet vastgestelde structurele burgerparticipatie werd meegenomen en districtsbesturen zouden burgers betrekken bij het maken van ressortplannen via de ressortraden. Verder zouden de Districtsraden burgers horen bij het opstellen van de districtsbegroting; het districtsbestuur moest burgers betrekken bij het opstellen van het meerjaren Districts Ontwikkelings Plan. Het decentralisatieprogram (DLGP2) werd in december 2014 voltooid, waarbij tien districten formeel recht kregen om lokale belastingen te innen.
Anno 2022 zijn we terug bij af. De districten hebben geen of nauwelijks autonome bevoegdheden en eigen inkomsten, geen structuren voor bevolkingsparticipatie en de Districts- en Ressortraden met 890 leden functioneren niet. De districten zijn begrotingstechnisch bijna volledig afhankelijk van het Ministerie van Regionale Ontwikkeling en Sport en andere overheidsinstanties.
DR en RR: politieke praktijk
De hoofdbesturen van politieke partijen zijn oppermachtig bij het selecteren van kandidaten voor volksvertegenwoordigende organen, ministers en functies binnen de honderden instituten en staatsbedrijven. Binnen de meeste politieke partijen zijn de taken van lagere partijorganen eenzijdig gericht op het mobiliseren van kiezers. Er is weinig of geen betrokkenheid van lagere partijorganen bij het formuleren van ontwikkelingsprogramma’s. Niet vreemd dat “lagere” partijleden weinig vertrouwen in de partij hebben en vaker wisselen van partij.
Velen sluiten zich uit eigen belang aan bij een partij, waardoor het partijlidmaatschap ook sterk schommelt: tijdens verkiezingscampagnes neemt het ledental van lagere partijorganen enorm toe, om na de verkiezingen sterk te verminderen. De publicatie ‘Interactie binnen politieke partijen’ (2008) geeft inzicht in de participatie van lagere organen binnen politieke partijen en hoe partijen beleid ontwikkelen met als een van de verbijsterende conclusies: het geringe vertrouwen van de lagere organen in de politieke partij.
RR- en DR-leden hebben in de praktijk twee functies: politieke zieltjes winnen en stemmen bij verkiezing president/vicepresident in de Verenigde Volksvergadering (VVV). Steeds vaker wordt hieraan toegevoegd het verdelen of verkopen van voedselpakketten aan behoeftige huishoudens. De meeste politieke partijen halen enkele maanden vóór de verkiezingen de vele partijkernen uit hun slaap. Lydia Nok met ervaringen als ex RR-lid verwoordt dit treffend:
“ Er worden nieuwe kernen opgericht op zoek naar stemmen voor de partij: zielen winnen voor de verkiezingen, elke kop is belangrijk. De enige duidelijke opdracht die de mensen van de partij meekrijgen is: Ga huis-aan-huis en probeer de mensen te overtuigen van wat de partij met ze van plan is. De partij speelt goed in op de noden van het volk.” Zij vervolgt: “Behalve partijloyalisten komen nu ook de gelukszoekers in beeld. Wie het best van de tongriem gesneden is of duidelijk zichtbaar is geweest in de campagne, al dan niet met vlaggen, zal beloond worden. De broodnodige stemmen van de gemeenschap moeten binnengehaald worden. In het machtscentrum komen is belangrijk, anders vervallen alle mooie beloften.“ (Ibid 2008).
De onbetekenende rol van DR- en RR-leden vloeit voort uit het ontbreken van ondersteuning door de politieke partijen. Tevens ontbeert de overgrote meerderheid de noodzakelijke scholing, vaardigheden, en elementaire kennis van politieke en maatschappelijke vraagstukken. Wanneer bij presidentsverkiezingen in De Nationale Assermblee na twee vergaderingen de vereiste twee derde meerderheid niet is gehaald, …