Suriname – VES-secretaris Girdhari: Rententieregeling ondoordacht

De verplichte inwisseling van 35% van de exportopbrengsten (retentieregeling) is volgens Swami Girdhari, secretaris van de Vereniging van Economisten in Suriname (VES) ondoordacht, exportonvriendelijk en populistisch. Vanaf vandaag moet minstens 35% door de exporteurs van goud en goederen, tegen de koers genoteerd door de Centrale Bank van Suriname (CBvS) worden ingewisseld bij de deviezenbanken. De regering wil hiermee de stijging van de wisselkoers tegengaan. De ingewisselde exportdollars zullen gebruikt worden voor import van basisgoederen, brandstof en medicamenten. Bij navraag is volgens Girdhari gebleken dat er geen overleg is geweest met exportsector. “De retentieregeling van 35% van de opbrengsten is bedrijfseconomisch onverantwoord voor bepaalde sectoren. Het is jammer dat de autoriteiten simplistisch te werk gaan en geen analyse maken van de diverse exportsectoren. Sowieso, is de retentieregeling ten laste van de opbrengst verkeerd, maar zou men moeten uitgaan van de winst”, stelt de VES-secretaris in een interview met Suriname.

De retentieregeling kan alleen worden uitgevoerd indien de straatkoers gelijk of lager is dan de CBvS koers. Indien de straatkoers hoger is dan de CBvS koers, wordt de ondernemer benadeeld, meent Girdahri. De ondernemer krijgt dan minder SRDs voor de retentiedollars, terwijl de prijzen van productiemiddelen en inputs gebaseerd zijn op de straatkoers. “Kortom: wanneer er geen stabiliteit is, geraken exportbedrijven in problemen met een retentieregeling gebaseerd op een lagere CBvS koers”.

De maatregel is populistisch, omdat het bericht en de toon van de autoriteiten suggereert dat de stijging van de wisselkoers komt door het ontbreken van de retentiedollars, stelt Girdhari. “De ‘a no mi’ cultuur domineert. De stijging van de wisselkoers is zorgwekkend. De autoriteiten verzwijgen dat hun financieel-economisch beleid hieraan ten grondslag ligt, o.a: het ontbreken van een begrotingsevenwicht, het missen van de 3e IMF tranche, en misschien straks ook de 4e tranche, afnemend vertrouwen in het regeringsbeleid en het ontbreken van een productie- en export stimulerend beleid”.

Het vastgestelde percentage van 35% is nattevingerwerk. Men dient een gedegen analyse te maken van de diverse sectoren en de draagkracht te berekenen per sector. De ene sector kan wat meer hebben dan de andere sector. Bijvoorbeeld is de retentieregeling van 35% voor de groente- en fruitsector vernietigend voor de exportbedrijven en de agrarisch productie, vindt de VES-secretaris.
 Deze maatregel zal uiteindelijk funeste gevolgen hebben voor de export en uiteindelijk een doorwerking naar de lokale productie. “Het lijkt alsof men de export wenst af te straffen ten gunste van de import. Bijvoorbeeld: je vernietigt de lokale agrarische export & productie, maar zorgt wel ervoor dat importeurs retentiedollars krijgen voor de import van bijvoorbeeld voedsel. Het regeringsbeleid werkt stremmend op de productie en export en faciliteert en bevordert de import.”

De huidige maatregel is discriminatoir. De VES heeft in haar artikel in INZICHT aangegeven dat de retentieregeling zou dienen te gelden voor alle sectoren en beroepsgroepen die valuta verdienen, en wel op de winst en niet de opbrengst.In Suriname zijn er diverse valutaverdiensectoren en beroepsgroepen die voor hun goederen en diensten naast SRDs ook valuta (US$ en/of Euro) ontvangen, zoals:a. Exportbedrijven van goederen (goud, olie, hout, rijst, bananen, groenten, fruit, vis, vlees, enz….)b. Verzekeringsmaatschappijen (klanten die hun polis in valuta betalen)c. Banken (bedrijven die valutaleningen hebben lossen af in valuta)d. ICT, outsourcingsbedrijven die projecten uitvoeren voor buitenlandse opdrachtgeverse. Ingenieursbureaus, architecten, belastingadviseurs, adviesbureaus, advocatenkantoren, notariaten, accountants, artsen en specialisten, enz…f. Importeurs, autohandelaren, reisbureaus, vliegmaatschappijen, hotels, touroperators, makelaars, bouwbedrijven, transportbedrijven, constructiebedrijven, opleidingsinstituten, staatsbedrijven, enz…. die goederen/diensten verkopen/leveren in valuta.Indien de autoriteiten de beschikbaarheid aan deviezen willen verhogen dienen ze niet alleen te kijken naar de exportbedrijven, maar naar alle sectoren en beroepsgroepen die valuta verdienen, vindt de VES.

“Jammer is het dat het besef bij de autoriteiten niet is doordrongen dat de productie, export en importvervanging de formule is om uit de financieel-economische crisis te komen. We moeten als land meer gaan produceren en exporteren. Het ontbreekt in Suriname aan een nationaal exportbeleid en valuta verdienbeleid. Onderzoek naar de retentiemaatregel zou passen binnen het kader van een op te zetten Nationaal Instituut voor Productie, Export en Valutagenerering. Binnen zo’n instituut, waarbij vertegenwoordigers van diverse exportsectoren betrokken dienen te zijn, creëer je draagvlak voor de implementatie van een retentieregeling”.

Bedrijven zullen volgens Girdhari bereid zijn tijdelijk mee te werken aan een retentieregeling door ze te betrekken en men per sector de ruimte bekijkt welk percentage van de winst te onderwerpen aan een retentieregeling. Hierbij is het ook van belang dat de autoriteiten transparant zijn en aangeven waaraan de rententiedollars zullen worden besteed. Bijvoorbeeld: Welk importbedrijf krijgt hoeveel retentiedollars en voor de import van welke goederen. De bereidwilligheid zal aanwezig zijn wanneer de retentiedollars gaan naar de gezondheidszorg, het onderwijs, zorg voor kwetsbare groepen, veiligheid en …