Suriname – Hof berispt advocaat Mangroelal

Advocaat Suresh Mangroelal is door het Hof van Justitie, dienende als de hoger beroepsinstantie voor het Advocaten Tuchtcollege (ATC) berispt voor het valselijk opmaken van een document. De gedraging van de advocaat is naar het oordeel van het hof bewust gedaan en zou kunnen leiden tot benadeling van de klager. Dit wordt aangemerkt “als een handelen dat een behoorlijk advocaat niet betaamt”. Volgens het hof een tuchtrechtelijk verwijt in de zin van artikel 37 van de Advocatenwet.De kamer van het hof, voorgezeten door rechter Dinesh Sewratan legde de advocaat op 2 juni 2022 de tuchtmaatregel van berisping op. “Het is een ernstige inbreuk die des te ernstiger is nu het door een advocaat is gepleegd”, gaf het hof in zijn beslissing aan. De advocaat heeft immers een publieke opdracht in de rechtsbedeling, stelt het hof. “Dit houdt onder meer in dat de advocaat zich dient te schikken naar de wetten van het land en zich hierbij bewust moet zijn van zijn specifieke positie.”De gedaagde advocaat diende de belangen van zijn cliënt die een geldbedrag leende aan stichting Sandstone (klager). In die hoedanigheid verstuurde hij een brief – betekend op 5 januari 2017 – aan klager, waarin hij aangaf dat zijn cliënt zegt de volledige rente kwijt te schelden. Hierin stond een passage “onder voorbehoud van alle rechten” niet. In september 2017 spande de advocaat een rechtszaak aan tegen de klager om de hoofdsom te vorderen met vermelding dat de rente was kwijtgescholden.Twee jaar later, in juli 2019, stuurde de advocaat een sommatie/saldo-opgave aan klager met daarin vermeld de hoofdsom en achterstallige rente. Er werd ook een veiling aangezegd. Klager vond dit niet kunnen, immers de rente was kwijtgescholden en betichtte de advocaat van het valselijk opmaken van een stuk. Zo volgde in oktober 2019 de klacht tegen de advocaat bij de Deken van de Surinaamse Orde van Advocaten, die de klacht doorverwees naar het ATC.Maar het tuchtcollege vond niet dat de advocaat onbetamelijk heeft gehandeld en er geen sprake is van enige tuchtrechtelijk verwijt. ATC verklaarde op 22 mei 2020 de klacht ongegrond. Echter, Sandstone kon zich niet terugvinden in deze beslissing, stapte naar het hof en vorderde de vernietiging van de bestreden beslissing.Het hof bekeek de brief van 2 januari 2017 nauwkeurig: het exemplaar dat de advocaat aan de klager heeft betekend en het exemplaar dat hij heeft overgelegd in de rechtszaak, bij de Deken en het ATC. Bij een minutieuze vergelijking van de twee exemplaren stelde het hof vast dat de handtekeningen van Mangroelal in de betekende brief aan Sandstone verschilde met die in het tweede exemplaar. Verder verschilde de tekstopmaak ook. In de betekende brief aan Sandstone staat de passage “onder voorbehoud van alle rechten” niet vermeld, terwijl die passage wel is opgenomen in het tweede exemplaar.Mangroelal heeft steeds volhard dat het tweede exemplaar authentiek is. Tijdens het verhoor confronteerde het hof de advocaat met beide exemplaren. De advocaat kon niet anders dan beamen dat het tweede exemplaar niet hetzelfde is als het betekende stuk. Volgens hem is het tweede exemplaar naderhand uitgeprint met die passage erop en bij zijn verweer toegevoegd. De advocaat kon niet verklaren hoe het verschil is gekomen en nam de verantwoordelijkheid voor de fout geheel op zich.Het hof stelde dat “de genoemde valsheid en het gebruik van het valse stuk werden geraadpleegd in de uitoefening van zijn beroep en deel uitmaken van het dossierbeheer, is een verzwarende omstandigheid”. Dit schendt immers het vertrouwen van de rechterlijke macht en instanties van de advocaat waar hij zijn cliënt vertegenwoordigt of bijstaat, gaf het hof aan. “Dit vertrouwen is fundamenteel voor een goed functioneren van de rechtstaat en de advocatuur.”Het hof legde de advocaat de tuchtmaatregel op, vernietigde de bestreden beslissing van het ATC en bepaalde ook de bekendmaking c.q. publicatie van de beslissing op de uitsprakendatabank van de website van het hof.