Suriname – Het bevorderings- en benoemingenbeleid van het bestuur

In de recent verschenen editie van het Surinaams Juristen Blad (SJB 2022 nr. 1) is een interessante bijdrage van mr. Sharon Biervliet (hierna te noemen: ‘Biervliet’) opgenomen, getiteld: Benoemingen en bevorderingen binnen het ambtenarenapparaat. Biervliet is werkzaam geweest bij de Rekenkamer van Suriname in de functie van Junior Auditor en heeft onder meer een bijdrage geleverd aan de Ontwerpwet Suriname Chartered Accountants Institute.

Uit Biervliets bijdrage blijkt dat het voor ambtenaren niet altijd duidelijk is op basis van welke criteria het bevoegde gezag overgaat tot bevordering en is er geen sprake van transparantie volgens haar. Behalve dat onterechte en of uitgebleven bevorderingen voor veel wrijvingen kunnen zorgen onder het personeel, blijkt dat dit ook kan zorgen voor demotivatie, hetgeen op den duur een negatieve impact kan hebben op de continuïteit en groei van een organisatie. In bepaalde gevallen kiest de ambtenaar voor de gang naar de onafhankelijke ambtenarenrechter bij het Hof van Justitie.Biervliet merkt voorts op dat hoewel de Rekenkamer in haar verslag over het dienstjaar 2017 aangeeft dat met name benoemingsbesluiten onvoldoende informatie bevatten, het wel zeer opmerkelijk is dat voornoemde besluiten na controle de toets van rechtmatigheid desondanks hebben doorstaan. Aangezien de Rekenkamer zelf aangeeft dat deze onvoldoende informatie bevatten, had zij zich dienen te onthouden een conclusie te trekken over de rechtmatigheid, meent Biervliet. Behalve dat het bestuur bij het toekennen van bevorderingen niet altijd handelt conform de bepalingen van de Personeelswet blijkt dat er ook niet altijd gehandeld wordt overeenkomstig de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Hierbij verwijst Biervliet naar twee rechterlijke uitspraken (HvJ 19 juli 2019, A-818 en HvJ 20 maart 2009, A-645). Het bestuur dient bij haar optreden naar ambtenaren toe ook fatsoensnormen in acht te nemen en hen op een correcte wijze te bejegenen.

Ingevolge de Personeelswet moet voor alle onderdelen van Staatsdienst een formatie worden vastgesteld, waaruit blijkt welke functies bij het dienstvak te vervullen zijn en welke rang bij die functies behoren. Aangezien aan het bevoegd gezag bij benoemingen en bevorderingen beleidsvrijheid toekomt, is het wenselijk nadere regels bij staatsbesluit vast te stellen. Hierbij zou onder andere kunnen worden gedacht aan regels ten aanzien van de beoordeling, instructies betreffende functionerings- en beoordelingsgesprekken en criteria op basis waarvan de bekwaamheid van de ambtenaar wordt getoetst. Daarbij dient wel rekening te worden gehouden met onder andere de structuur van de organisatie, de beroepsgroep en eventuele reeds van toepassing zijnde rechtspositionele regelingen en instructies naast de Personeelswet.

Biervliet beveelt ten slotte aan dat om het bevorderingsproces te versnellen, naast de (aangekondigde) instructies van het ministerie van Binnenlandse Zaken richting de andere departementen, ook het automatiseringsproces binnen het ambtenarenapparaat versneld moet worden geïmplementeerd en mogelijkheden bekeken om het bevorderingsproces te vereenvoudigen.Gerrold E.R. AdipoeraRedactie van het Surinaams Juristenblad (sjbsjv@yahoo.com of redactie.sjb@gmail.com)