Suriname – Column: Vrije val

Sportbeoefening in Suriname is in een vrije val terechtgekomen. Kon voetbalvereniging Transvaal in de tweede helft van de vorige eeuw nog beslag leggen op de Caribische titel, thans doet diezelfde vereniging niet meer mee om de landstitel en regionaal voetbal is er al jaren niet meer bij. Badmintonspelers domineerden de Caribische top, maar nu kunnen lokale badmintonspelers individueel geen potten breken in de regio. Ook onze atleten boerden goed bij regionale confrontaties, maar nu kunnen ze geen rol van betekenis spelen. Trainers beamen dat Surinaamse sporters ‘mijlen’ achterlopen bij hun regionale opponenten. Hoe zou het komen dat het niveauverschil zo groot geworden is in het nadeel van Surinaamse sporters? Het zal zeker geen gebrek aan talent zijn, want velen zijn het erover eens dat er voldoende talent aanwezig is in Suriname.

Het heeft er veel van dat zaken reeds geruime tijd structureel verkeerd worden aangepakt. De neerwaartse trend in prestaties zette zich reeds voor het Covid-tijdperk in. En tijdens de pandemie is het alleen maar verergerd. Deden Surinaamse sporters vroeger mee om de prijzen, tegenwoordig gaan ze naar regionale evenementen om ervaring op te doen. Met de aanstelling van buitenlandse coaches en het rekruteren van diaspora-spelers is het niveauverschil nog meer komen boven drijven. Heel treffend werd door een coach gesteld dat het gat te groot is. Aanvankelijk werd deze uitspraak hem kwalijk genomen, maar naderhand zijn steeds meer lokale trainers dezelfde mening toegedaan. Andere trainers schuiven het niet onder stoelen of banken dat het niveau van de lokale spelers niet toereikend is, omdat deze spelers weigeren meer te trainen.

De erkenning van het ongewenste niveau, is al een stap in de goede richting, want toen er jaren geleden door ondergetekende werd opgemerkt dat het niveau te wensen overliet, viel dat niet in goede aarde. Als trainers beseffen dat er heel wat schort aan het niveau van hun pupillen, zullen ze eerder open staan voor positieve feedback en bereid zijn de gedane handreiking om het niveau op te vijzelen, aan te nemen. Voetbalcoaches zouden gretig gebruik moeten maken van de expertise van de bondscoach die al decennialang actief is in het professionele circuit. Ze zouden bij wijze van spreken ‘op de schoot moeten zitten’ bij de bondscoach en gretig moeten zijn om van hem te leren.

De competities hier te lande zijn te kort en de intervallen tussen de wedstrijden te groot, waardoor lokale sporters -uitzonderingen daargelaten- het afleggen, wanneer er in een week tijd meerdere wedstrijden moeten worden afgewerkt. Over de hele linie moet er meer getraind en gespeeld worden om het niveau omhoog te brengen. Willen Surinaamse sporters beter presteren in de regio, dan zal het roer drastisch omgegooid moeten worden. Zowel bestuurders, trainers en sporters zullen bereid moeten zijn om zaken anders te doen. De competities moeten niet alleen maar langer, maar ook de intervallen moeten korter. Om dit doel te kunnen bereiken moeten er naast de strijd om het landskampioenschap, meerdere competities komen. In navolging van de voetbalsport, zouden andere takken van sport ook bekertoernooien kunnen introduceren.

Zolang er weinig getraind en gespeeld wordt, zullen we het niveau niet halen om door te dringen tot de regionale top. Bestuurders kunnen op hun vele buitenlandse reizen, in de keuken kijken bij hun tegenhangers of om technische assistentie vragen bij de overkoepelende organisatie om het niveau op te krikken. Alleen gewijzigd beleid en een gewijzigde attitude, zullen de ‘vrije val’ waarin sport in zijn algemeenheid terechtgekomen is, kunnen stuiten.

Mireille Hoepel