Suriname – Column: Tweesporenbeleid

Drie van de vier wedstrijden in de groepsfase van de Concacaf Nations League, zitten erop. Na een zeer nadelig programma voor Natio, waarbij er in een tijdspanne van een week drie wedstrijden moesten worden afgewerkt, zijn de kaarten zo goed als geschud. Natio heeft uit deze krachtmetingen slechts 1 punt weten te vergaren, hetgeen bij lange na niet voldoende is om rechtstreekse plaatsing voor de Gold Cup te kunnen realiseren. Het wedstrijdprogramma was zwaar nadelig voor Natio en duidelijk in het voordeel van Mexico. Het is niet duidelijk als de SVB tegen deze nadelige indeling heeft geprotesteerd. In het verleden hebben Surinaamse selecties steevast geklaagd dat het niet haalbaar is om in een week tijd 3 kwalitatief goede wedstrijden af te werken, dus had het bondsbestuur protest moeten aantekenen tegen zo een moordend programma. Iedereen die een fysieke sport heeft beoefend of enige affiniteit ermee heeft, weet dat er na een wedstrijd verzuring optreedt en dat het lichaam tijd nodig heeft om te herstellen. Of hoopte het bestuur dat de professionals wonderen zouden verrichten? Wie zal het zeggen?

Uitgaande van de positionering op de FIFA-ranglijst, was Suriname de underdog in de groep. Desondanks was Natio niet kansloos, mits het af te werken programma beter in balans was. De beroepsvoetballers hebben wel degelijk meer kwaliteit toegevoegd aan Natio, maar ze zijn ook maar mensen en krijgen dus na een te grote inspanning, ook te maken met verzuring van de spieren. Doordat er geen brede selectie beroepsvoetballers is, wordt de huidige groep te zwaar belast. De ‘hoge leeftijd’ van een aantal van deze spelers, maakt de situatie des te moeilijker. Halverwege het eerste duel hier te lande, was de spelverdeler al uitgeteld en vroeg om een wissel, terwijl een verdediger na de wedstrijd, mankend het strijdtoneel verliet. Deze signalen indiceerden al dat betrokkenen niet in staat zouden zijn om er gedurende drie wedstrijden, te staan. De bondscoach zag zich dus voor een dilemma geplaatst om voor de tweede wedstrijd of gehavende spelers op te stellen of het te doen met kwalitatief mindere spelers. Hij koos voor de laatste optie en we hebben gezien hoe dat uitpakte: meerdere spelers die het niet konden belopen.

Hoewel het een heel goed initiatief was van het huidige bestuur om diaspora-spelers in te zetten, zal het plan in zijn huidige vorm, minder succesvol zijn. De huidige diaspora-spelers willen zich heel graag van hun beste zijde laten zien, maar de uitdagingen zijn enorm. Het klimaat op zich is al een weerstand. Daarnaast is de groep die Suriname het ‘ja-woord’ heeft gegeven is te klein, waardoor ze bij wijze van spreken uitgeperst worden. De bondscoach zou over een bredere selectie moeten beschikken, zodat hij zonder problemen kan wisselen zonder dat het spel aan kwaliteit inboet. Geen wonder dat er van alle kanten geroepen wordt dat er meer spelers moeten komen. Dat is natuurlijk de snelste weg, maar gezien de perikelen bij de bond, staan de vele spelers van Surinaamse origine, niet te springen om zich bij Natio aan te sluiten. Terwijl er gewerkt moet worden aan het oplossen van de bestuurlijke problemen, moet een ander scenario worden uitgewerkt.

Zoals ik in een eerdere editie van mijn column in maart 2021 reeds heb aangegeven, moet er een tweesporenbeleid worden uitgevoerd. Het is leuk dat er diaspora-spelers worden geselecteerd, maar tegelijkertijd moet het lokale voetbal kwaliteitsimpulsen krijgen. Naast de professionele bondscoach, moeten er gewezen beroepsvoetballers met een trainersdiploma worden aangetrokken om voor langere tijd als trainers aan de slag te gaan in Suriname. Uit de lokale competitie moeten de beste spelers per linie worden geselecteerd en structureel getraind worden door deze professionele trainers. Om dit plan uit te kunnen voeren moet de profcompetitie nu eindelijk opgezet worden, zodat de geselecteerde spelers meerdere keren per dag kunnen trainen. Dit scenario zal op termijn voordeliger zijn voor ons voetbal, want de bondscoach zal dan kunnen beschikken over kwalitatief goede vervangers voor de diaspora-spelers. Daarnaast zullen de lokale trainers veel kunnen leren van de beroepstrainers, waardoor ze de overige spelers bij hun club ook beter kunnen maken.

Mireille Hoepel