Wie is schuldig aan de Surinaamse schulden?

Het civiel kapitaal van Suriname
De regering Santokhi beklaagt zich er terecht erover dat de regering Bouterse, Suriname heeft opgezadeld met een enorme staatschuld en insolvabele parastatalen. ‘The problem with socialism is that you eventually run out of other people’s money’, zei Margaret Thatcher, voormalig premier van het Verenigd Koninkrijk. Dat geldt zeker voor het loze revo-socialisme van de balorige soldaten die aan de basis stonden van de NDP. Bouterse wilde na de verkiezingen in mei 2020 de macht snel overdragen, omdat het geld op was en niet meer geleend kon worden.
Bouterse en zijn secondant Hoefdraad zijn de hoofdschuldigen in dit drama. Suriname leefde jarenlang op te grote voet door te hoge uitgaven die werden gefinancierd met leningen. Het Surinaamse geld is waardeloos geworden door monetaire financiering en misbruik van reserves. Elke Surinamer moet daar nog lang voor boeten met hoge belastingen en dure boodschappen. Maar, is het niet te gemakkelijk om alleen Bouterse en Hoefdraad de schuld te geven voor deze chaos? Welke rol speelde het Surinaamse maatschappelijke krachtenveld?
Wim Moesen, emeritus gewoon hoogleraar Publieke Economie aan de Katholieke Universiteit Leuven, publiceerde over het concept civiel kapitaal in relatie tot staatsschulden. Civiel kapitaal bestaat uit de gedeelde waarden die een groep helpen het ‘freeriders’ probleem te reduceren. Het is te omschrijven als het geheel van afspraken en normen om daar gezamenlijk voordeel uit te behalen. Voorbeelden zijn wet- en regelgeving, een overheidsapparaat, belastingen, cultuur, ethiek en fatsoen. Ik zal dit met een in de literatuur veel gebruikt voorbeeld illustreren.
Een dorpsgemeenschap besluit om gemeenschappelijke grond gratis te laten gebruiken als weide voor de koeien van alle boeren. De kans is groot dat de boeren te veel koeien te lang op de weide laten grazen, zodat deze snel kaal is.
De oorzaak hiervan is dat de boeren hun eigen belang, goed gevoede koeien, belangrijker vinden dan het algemeen belang, goede weidegrond voor alle boeren in het dorp. Er is geen prikkel voor de boeren om het algemeen belang te dienen, maar wel om hun eigen koeien te voeden. Evenzo was er voor veel personen in Suriname, geen prikkel om het algemeen belang te dienen, maar wel om hun eigen portemonnee te vullen. Suriname is tijdens de regering Bouterse, kaalgegraasd.
Hoe kan samenwerking en altruïsme een gemeenschap meer opleveren dan individualisme en egoïsme? Hoe kan een goede afweging worden gewaarborgd tussen individuele belangen van deelnemers aan een samenleving en het belang van de samenleving als geheel? Moesen onderscheidt drie dimensies: *Is er een legitieme regering met een democratische meerderheid die in staat is om goede beslissingen te nemen?
*Is er een ambtelijk apparaat dat de competenties en integriteit heeft om deze beslissingen efficiënt en effectief uit te voeren en daarmee waar voor het belastinggeld te leveren aan de burgers?
*Hebben de burgers normen en waarden om beslissingen van de overheid te accepteren en na te leven, ofwel is er weinig tolerantie voor fiscale, sociale of andere fraude?
Suriname is in opzet een goed functionerende parlementaire democratie, die de regering-Bouterse legitimeerde. Het gebrek aan expertise en integriteit van Bouterse en consorten leidden dikwijls tot voor Suriname foute beslissingen. De ruime bevoegdheden van de Surinaamse president en het ontzag van Surinamers voor de autoriteiten, versterkten dit negatieve effect. Het Surinaamse bureaucratische ambtelijke apparaat is veel te groot en door de zeven-even-ambtenaren en spookambtenaren, onbetaalbaar geworden.
De effectiviteit van het ambtelijke apparaat is onder Bouterse sterk gedaald door aanstelling van incapabele familieleden en vrienden, en door direct ingrijpen in processen door bewindspersonen. De normen en waarden van burgers zijn in het afgelopen decennium sterk beïnvloed door corrupte en misdadige bewindspersonen. Daardoor is de tolerantie onder het volk voor fraude en corruptie hoog. Er is veel criminaliteit, een grote parallelle economie en een slechte belastingmoraal.
Moesen beschouwt de begroting en de staatsschuld als de morele blauwdruk van een land. Er is een sterke correlatie tussen het civiel kapitaal enerzijds en de begrotingstekorten en de staatsschuld anderzijds; hoe hoger het civiel kapitaal, hoe lager de begrotingstekorten en de staatsschuld. Bij het opstellen van een begroting kunnen belangen van individuen en specifieke groepen een grote rol spelen. Dat leidt enerzijds tot een ‘grabbelton’ voor uitgaven en anderzijds tot privileges, zoals verminderingen en vrijstellingen van belastingen en heffingen. Bouterse voerde onbetaalbare voorzieningen in, zoals een gratis basiszorgverzekering voor kinderen en seniorenburgers, een minimumloon en een verplichte algemene pensioenregeling. Hij gaf privileges aan bevriende relaties, zoals Sardjoe voor de levering van voertuigen en de bouw van infrastructurele werken en Chotelal voor de levering van basisgoederen en de verkoop van Amerikaanse dollars.
Het civiel kapitaal van een samenleving is laag wanneer weinig personen bereid zijn om de volle prijs te betalen voor … ………… (.)

Lees verder

Bron: . Suriname