Wetgeving noodzakelijk om bosproducten duurzaam te exploiteren

27/12/2020 14:06 – Euritha Tjan A Way

Minu Parahoe, program director van Amazone Conservation Team Suriname : FB Minu Parahoe  
PARAMARIBO – Tonka-olie, podosiri, Braziliaanse noten, allemaal non timber forest products (NTFP’s) waarvan de productie binnen lokale gemeenschappen in de regio het goed doet. Suriname bezit evenveel, zo niet meer potentie om veel te halen uit deze sector. “Maar wetgeving om de lokale gemeenschappen en hun kennis te beschermen is van groot belang”, zegt Minu Parahoe, program director van Amazone Conservation Team Suriname (ACTS).
“Het recept om foengfoeng pepe te maken hebben wij van onze voorouders, zo werd ervoor gezorgd dat het niet bedierf”, zegt Rolien Sallons. De vrouwen in het Matawaigebied in het centrum van Suriname in het district Brokopondo doen net als Sallons nu in grotere getale aan de productie van foengfoeng pepe. “Er zijn nu ongeveer vijftig vrouwen die de peper planten, oogsten en drogen en dan fijn slaan. Naast de ondersteuning van Amazon Conservation Team Suriname (ACT-S), heeft ook het feit dat er nu een weg is uit het Matawaigebied ons geholpen bij de toegenomen verkoop van dit product.”
Het voorbeeld van de foengfoeng pepe is precies hoe ACT-S probeert de mensen in de verschillende dorpen te helpen om community enterprises op te zetten om duurzaam beheer van het eigen bos te stimuleren. “In vrijwel alle dorpen waar we zijn geweest is de commercie ingezet en mensen willen iets doen met de non timber forest poducts (NTFP). We beginnen altijd met wat de mensen zelf willen ontwikkelen, primair voor eigen gebruik, om dan in een later stadium te denken aan commerciële aanwending”, legt Parahoe uit.

Amazonia 2.0
Omdat er veel belangstelling is heeft ACT-S de aanzet gegeven tot het doen van onderzoek om in kaart te brengen hoe de ontwikkeling van NTFP’s binnen een beschermd kader kan plaatsvinden. Dat is gebeurd als onderdeel van het Amazonia 2.0 project waarbij gemeenschappen worden getraind en toegerust met kennis en middelen om hun eigen gebied – het bos – effectief te monitoren en beheren.
Het Amazonia 2.0 project wordt uitgevoerd in Suriname, Guyana, Colombia, Brazilië, Ecuador en Peru. “We zijn dit jaar ingestapt in dit regionaal project waarbij decentralisatie van bosbeheer door verantwoording te leggen bij de gemeenschappen zelf wordt gezien als een belangrijke voorwaarde om ontbossing te voorkomen. In dat kader moeten we NTFP’s zien. Het biedt de gemeenschappen een manier om hun traditionele kennis om te zetten in community enterprise. Een belangrijk doel daarbij is ervoor zorgen dat gekozen wordt voor duurzaam bosbeheer, waarbij regeneratie van het bos van groot belang is.” Daarmee wordt zoveel gezegd als een alternatief voor verwoestende middelen van bestaan zoals goudwinning met kwik en illegale houtkap. Parahoe geeft toe dat er nog geen studies zijn over de effecten van langetermijnexploitatie van NTFP. “Er zijn critici en de resultaten op lange termijn ontbreken, maar dat wil niet zeggen dat we het niet kunnen proberen.”

Bijen Kwamalasamutu
Een goed voorbeeld van hoe het duurzaam beheer van NTFP’s zelf ervoor kan zorgen dat bos behouden blijft, is het bijenproject dat de organisatie samen met de lokalen in Kwamalasamutu heeft opgezet. Daar gebruikte de bevolking en vooral de Akuriostam honing voor eigen gebruik, maar toch was een van de meest gevraagde producten om mee te nemen naar het dorp: suiker. “De Akurio’s deden aan wild harvesting van honing. Dus ze gingen naar het bos en kapten een stuk van een boom waarin een bijenkolonie aanwezig was en gebruikten de honing. Ze wilden het beter aanpakken en we zagen dat de vraag naar deze honing van de angelloze bij heel erg gevraagd was in de wereld. Daarnaast zijn bijen de natuurlijke bestuivers van het bos. Zij zorgen ervoor dat het stuifmeel verspreid wordt in het bos en dat regeneratie plaatsvindt.” De teelt van de angelloze bij voor het verkrijgen van honing leek dus een goede strategie om de NTFP te ontwikkelen tot community enterprise. Zeker in het kader van de high-forestlow-deforestation-status van Suriname.
Parahoe laat weten dat niet alles wat de lokalen willen wel commercieel aan te wenden is. Maar de organisatie werkt altijd met wat de mensen zelf identificeren. “Ook in het geval van de honing in Kwamalasamutu werkten we op het tempo van de mensen zelf, dus zij hebben zelf de 35 bijensoorten getest voor de beste kwaliteit honing en de sterkste bijen. Dat proces bleek succesvol en we hebben toen het idee geopperd om ook propolis te produceren. Dat gaat nu steeds beter en we hebben al een match gemaakt met een social entrepeneur die de producten afneemt voor verkoop.”
De program director geeft ook aan dat een match maken met een afnemer niet makkelijk gaat. “We moeten ook de afnemer bewust maken dat het … ………… (DWT)


Lees verder

Bron: De Ware Tijd Suriname