‘We gebruikten het woord afvloeien niet’

08/11/2020 12:04 – Euritha Tjan A Way

Registratie van ambtenaren van het ministerie van Binnenlandse Zaken. : CDS  
PARAMARIBO – Het ambtenarenapparaat is een waterhoofd geworden. Elke regering doet daar een schepje bovenop en de regering-Bouterse/Adhin heeft dat met bakken tegelijk gedaan kennelijk. En toch ligt er sinds 2008 een plan om het apparaat te rationaliseren. Maurits Hassankhan, die toen de trekker was, weet het nog als de dag van gisteren. Maar “we denken in Suriname niet in termen van langetermijn”.
Het is er heet onder de tent op het terrein van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Mensen lopen af en aan om zich te registreren als ambtenaar. Veel zijn recent in dienst genomen. Kavita heeft ook gebruikgemaakt van deze gelegenheid. Ze heeft een beschikking, maar heeft vooralsnog geen plek waar ze zich moet melden. “Ik heb een baan gevraagd en gekregen vorig jaar. Ik heb veel gedaan voor het land, dus ik vind dat ik er recht op heb”, klinkt het overtuigend.
Tweeduizend, drieduizend en zelfs vijfduizend. Duizelingwekkende aantallen die soms gefundeerd en dan weer niet, genoemd worden als het gaat om het aantal ambtenaren die in dienst zijn genomen door de NDP-regering, net vóór of na de verkiezingen. Met veel fanfare wordt in DNA besproken hoeveel dat per ministerie zijn met als toppunt de mededeling van de minister van Binnenlandse Zaken, Bronto Somohardjo, dat hij vierhonderd beleidsadviseurs heeft op zijn ministerie.
Maurits Hassankhan, die minister van Binnenlandse Zaken is geweest in het kabinet-Venetiaan-lll, ziet parallellen met andere periodes net vóór of na alle verkiezingen sinds 1987. “Het is niets nieuws onder de zon. Al jaren werkt politiek in Suriname zo. Net vóór of na de verkiezingen worden mensen in dienst genomen om ze te belonen voor het gedane werk”, klinkt het nuchter. Trouwens, het woord patronage duikt al ruim vóó 1975 op in de media wanneer het gaat over het aantrekken van personeel in Suriname.

Functie overheid
Hassankhan, die daarmee niet aangeeft dat hij zich hierin berust, doet zijn loopbaan als historicus eer aan door te vertellen hoe het probleem is ontstaan en van waar het komt. “In de jaren zestig al kwam er een enorme aanwas aan ambtenaren in dienst. Het was de periode toen de sectie Milieubeheer in leven werd geroepen en de overheid eigenlijk deed aan werkverschaffing.” Hij geeft aan dat de overheid toen een sociale functie had en dus voorzag in de behoefte aan werk.
Het aantal ambtenaren steeg zo schrikbarend dat in 1970 toen de Personeelswet werd aangenomen er al sprake was van een ambtenarenstop. “Dat betekende voor die tijd dat de ministers niet meer bevoegd waren om op eigen houtje personeel aan te nemen. Besluiten daartoe moesten door de premier – toen waren we nog een kolonie van Nederland – genomen worden. Na 1975 werd die functie overgenomen door de vicepresident”, weet Hassankhan. Tegenwoordig is het zo dat het aannemen van ambtenaren tot een bepaalde schaal een aangelegenheid is van de vicepresident en als het gaat om ambtenaren in een hogere schaal, dan moet de president zelf tekenen. Beide worden daarbij bijgestaan door de Onderraad Personele Aangelegenheden.

Formatiestaten
Hassankhan legt uit dat de personele invulling bij de overheid wordt bepaald door de formatiestaten. Deze geven per ministerie, per afdeling aan wat de functies zijn, hoeveel functies nodig zijn en wie die functies zou moeten invullen. “Dus welk opleidingsniveau nodig is om de genoemde functies te kunnen vervullen.” De realiteit is volgens de oud-minister dat vrijwel niemand meer werkte met die formatiestaten. “Ook tijdens mijn tijd niet. In die vijf jaar heb ik niemand zien binnenkomen bij de overheid op basis van formatiestaten. En we moeten ook wel weten dat niet alle benoemingen die gedaan worden, politieke benoemingen zijn. Soms gaat het om kader. Daar zit de overheid heel vaak verlegen om.”
Toen Hassankhan minister werd van Binnenlandse Zaken in 2005 nam hij over van Urmila Joella-Sewnundun. Zij had al enkele zaken op rails gezet zoals het Functie Informatiesysteem van de Overheid (Fiso) – dat nu vrijwel ter ziele is- en de projecten die liepen in verband met het component Civiel Service Reform, waarin zijn ondergebracht het formuleren van een nieuwe human resources management strategie, de revisie van de Personeelswet, het ontwikkelen van een proceduremanual voor overheidspersoneelsbeleid, de implementatie van een HRManagement informatiesysteem en een trainingsprogramma. “Ik stapte in een rijdende trein waarbij zeker wat public sector reform betreft er al een beeld was van wat er zou moeten gebeuren om die overheid te rationaliseren.” Hassankhan legt uit dat toen niet werd gekozen voor de term afvloeiing. “Want dat zou voor onrust zorgen in de samenleving.”
Het traject dat ingezet was met een buitenlandse consultant, die na een internationale tender gekozen werd, en een aantal hoge ambtenaren, … ………… (DWT)


Lees verder

Bron: De Ware Tijd Suriname