Voorzitter Nationaal Jeugdparlement: “Minister niet goed geïnformeerd over reilen en zeilen NJI”

Kelvin Koniki, voorzitter van het Nationaal Jeugdparlement (NJP), betreurt dat minister Rishma Kuldipsingh van Arbeid, Werkgelegenheid en Milieu (AW en J) niet goed geïnformeerd is over het reilen en zeilen binnen het Nationaal Jeugd Instituut (NJI). Minister Kuldipsingh gaf eerder deze week aan, dat zij een CLAD onderzoek zal laten doen over vergoedingen die besteed zijn door het NJP.
Koniki zegt in gesprek met Suriname Herald dat de Personeelswet (G.B. 1962 no. 195) geldende tekst bij S.B. 1985 no 41) laatst gewijzigd bij S.B. 1987 no. 93, aangeeft dat aan de gekozen leden van het jeugdparlement vacatiegelden toegekend moeten worden voor de zittingsperiode als jeugdparlementariër. Dit geld is bedoeld als dekking van de kosten die gepaard gaan met de uitoefening van de belangrijke taken die verbonden zijn aan hun functie. De vacatiegelden bedragen op maandbasis in totaal SRD 19.160.
De NJP-voorzitter vertelt verder dat hoewel het jeugdparlement op de staatsbegroting opgenomen is, de gelden niet zelfstandig door het NJI worden beheerd, maar door het directoraat Jeugdzaken, het toenmalige ministerie van Sport- en Jeugdzaken. “Er is dus geen eigen controlemogelijkheid,” zegt Koniki.
Het NJP mag volgens artikel 10 (hoofdstuk 4 de raming) van het Reglement van Orde bij een voorzittersvergadering een jaarlijkse raming van de in het volgende jaar benodigde huishoudelijke uitgave opmaken en deze opsturen, via de griffier, aan de betrokken minister van Jeugdzaken. De griffier is namens de directeur van Jeugdzaken belast met het begrotingsbeheer van het NJP.
De bevoegdheid, voortkomend uit dit beheer, kan geheel of gedeeltelijk worden gemandateerd. Met de komst van de directie van het NJI zijn deze bevoegdheden nu iets verder van het NJP. Gelden van de goedgekeurde begroting ten behoeve van de werkzaamheden van het NJP laten veelal op zich wachten, zegt Koniki.
Het NJP krijgt vaak te horen dat er geen geld is voor de aanschaf van zaken of het uitvoeren van activiteiten, zonder dat daarbij inzage wordt verleend. Verder zegt hij dat het NJP geen financiële verantwoording ontvangt over het beheer van zijn middelen. Eveneens krijgen de leden geen loonstrookje over de maandelijkse tegemoetkoming.
Leden van het NJP worden op kwartaalbasis uitbetaald, nadat zij de vergaderingen gedurende drie maanden hebben bijgewoond. De documenten van die maanden worden opgemaakt en samen met de getekende presentielijsten voorzien van een paraaf van de leidinggevende en bankrekeningnummers van de leden.
De jeugdvertegenwoordiger geeft verder aan dat deze stukken vervolgens doorgeleid worden naar het secretariaat van de directeur Jeugdzaken, die deze documenten vervolgens moet doorgeleiden naar de afdeling ODAD. Deze afdeling zorgt voor de verdere afhandeling met het ministerie van Financiële Zaken en Planning. “Het proces daarna tussen het secretariaat van de directeur Jeugdzaken, ODAD en het ministerie van Financiën en Planning is ons niet duidelijk,” zegt de NJP-voorzitter.
Sjovellie Amoksi

………… (SH)

Lees verder

Bron: Suriname herald