Verontrustend vooruitzicht: Belofte maakt schuld en Santokhi maakt meer schulden

President Chandrikapersad Santokhi doet de laatste maanden in zijn verkiezingsstemming de ene na de andere financiële belofte aan allerlei groepen in de samenleving, waarvoor het land het geld niet heeft. Of hij moet het gaan bekostigen uit de vele honderden miljoenen US dollars die zijn regering heeft geleend.

Tekst Armand SnijdersADVERTISEMENT

Beeld kabinet van de president

Het is echt onbegrijpelijk dat Santokhi blijft volharden dat alle verhogingen die hij recentelijk heeft beloofd niets te maken hebben met de verkiezingen. Maar dat hij aan het volk terug wil geven, nadat hij ruim vier jaar de hand op de knip heeft gehouden en een groot deel van de bevolking heeft uitgeknepen. Volgens hem heeft de overheid daar nu wél financiële ruimte voor en dus wil hij uitdelen.

“‘Dat de nieuwe regering met een veel hogere schuldenlast wordt opgezadeld dan die Santokhi in 2020 aantrof, staat wel vast”

Echter, in de begroting voor 2025 zijn de verhogingen niet opgenomen en minister Stanley Raghoebarsing van Financiën en Planning zit met de handen in het haar, omdat hij niet weet waar hij die vele honderden miljoenen Surinaamse dollars vandaan moet toveren.

De regering kampt al met enorme tekorten om alle eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Immers, de inkomsten vallen tegen omdat de regering onvoldoende maatregelen heeft genomen om met name de belastinginkomsten te vergroten.

Oude schulden

Anders dan men wil doen geloven, is de huidige financiële situatie van het land dus nog verre van rooskleurig. Met steun van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) is het overheidshuishoudboekje wat beter op orde dan voorheen, maar de schulden zijn nog gigantisch. Van de leningen die werden aangetroffen in 2020 is slechts een heel klein deel afbetaald.

De herschikkingen hebben niet geleid tot kwijtschelding van delen van schulden, zoals Santokhi na zijn aantreden verzekerde. Uiteindelijk heeft geen enkel land met een haircut ingestemd, waardoor nog altijd ruim 3,2 miljard US dollar moet worden afbetaald.

Welke afspraken er precies zijn gemaakt, is grotendeels onduidelijk, dat is hét geheim van de Kleine Combéweg. Vast staat wel dat Suriname nog zeker tot 2035 vastzit aan de obligatiehouders van Oppenheimer en daarvoor ook een deel van de olieopbrengsten in de naaste toekomst moet inleveren.

Nieuwe schulden

Daarnaast heeft de regering nieuwe schulden gecreëerd. Om te beginnen met de ruim half miljard US dollar van de driemaandelijkse tranches van het IMF. Dat geld was toch echt een lening, die overigens bitter nodig was om de overheidsmolen draaiende te houden en vooral de ambtenaren te kunnen betalen. Want anders zou de onrust nog groter zijn geweest dan waarmee de regering al werd geconfronteerd.

En dan is er nog voor tientallen – en soms honderden – miljoenen US dollars geleend bij onder meer de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank, Wereldbank, Islamitische Ontwikkelingsbank,  Caribische Ontwikkelingsbank en andere – kleinere – instellingen. Met Chinese instanties zijn ook afspraken gemaakt over onder meer de financiering van de Corantijnbrug.

Veel hogere schuldenlast

Hoeveel er totaal is geleend, is onduidelijk, omdat de regering de precieze details niet openbaar heeft gemaakt. Dat de nieuwe regering met een veel hogere schuldenlast wordt opgezadeld dan die Santokhi in 2020 aantrof, staat wel vast. Alleen is het nu wel keurig gerangschikt.

Tot overmaat van de zich aftekenende financiële ramp, moet de Centrale Bank van Suriname de SRD 9 miljard die middels de fel bekritiseerde – en door het IMF opgedrongen – open markt operaties is binnengehaald, rond deze periode terugbetalen aan de beleggers. Dat betekent dat er zoveel geld ineens in de economie terecht komt, dat dit zal leiden tot een verdere ontwaarding van de Surinaamse munt. Dit zal hogere prijzen in de winkels tot gevolg hebben met als uiteindelijk resultaat dat het volk – en dus ook de kiezers – verder verarmt.

Alle beloftes voor hogere salarissen en extra uitkeringen van de president lijken daardoor slechts een pleister op de wonde voor wat de samenleving nog te wachten staat. Maar hoe dat allemaal moet worden betaald, is zelfs Raghoebarsing een raadsel.

Oplopende betalingsachterstanden

Want ondertussen stapelen de betalingsachterstanden van de overheid zich op. Als het niet de vuilophalers zijn die er het bijltje bij neergooien omdat ze maanden niet zijn betaald, dan zijn er wel groepen leerkrachten die het werk neerleggen of zorgmedewerkers, bushouders en andere groeperingen die niet hebben gekregen wat ze is beloofd. En ouders wachten al bijna twee jaar op de uitbetaling van de Algemene Kinderbijslag.

Echter, het staatshoofd speelt tegen beter weten in mooi weer door links en rechts wat geschenken uit te delen en heel veel te beloven. De ‘werkende klasse’ krijgt met ingang van deze maand een extraatje en de AOV en andere uitkeringen zijn verhoogd. Echter, de extra bedragen voor de oudjes en mensen met een beperking zijn nog niet uitbetaald, in tegenstelling tot wat …