Uitvaart vanuit de marroncultuur

22/11/2020 12:12 – Ivan Cairo

 
PARAMARIBO – Elke cultuur heeft zo zijn eigen normen, waarden, rituelen en gebruiken. Ook bij de dood, uitvaart en rouwverwerking. De marrons vormen daar geen uitzondering op. In Suriname is de begrafenis van marrons geen probleem. Het wordt echter een ander verhaal wanneer de uitvaart in een ander land plaatsvindt zoals Nederland, want de traditionele westerse uitvaartbedrijven kunnen niet aan alle wensen van de overledene of nabestaanden voldoen. In dat vacuüm stapte Mariska de Jong met haar “roeping” De Jong Uitvaartverzorging, gevestigd in Haarlem.
Mariska de Jong integreert religie, cultuur en traditie bij de uitvoering van uitvaarten. Haar basis is wel de marroncultuur en de kennis daarover die ze kreeg van naaste familieleden zoals haar grootvader en grootmoeder. “De manier waarop ik werk is precies volgens de kennis die ik van hen heb meegekregen, niet wetende dat ik ooit een uitvaarder zou worden. Er is geen andere marronuitvaarder in Nederland en in de marroncultuur dien je je te houden aan de voorgeschreven regels. Daar mag ik niet van afwijken”, zegt De Jong.

Ziekenzorg
Haar klanten zijn niet alleen marrons, maar ook de blanke Nederlander en andere etniciteiten in Nederland. “Maar misschien vanwege de wijze waarop ik mij presenteer kiezen de marrons nu eerder voor mijn bedrijf omdat er geen andere uitvaarders in Nederland zijn die doen wat ik doe.”
Haar bedrijf begon officieel op 1 juli dit jaar maar De Jong is vanaf 2014 aflegger. Zij sloot zich toen aan bij een afleggersvereniging in Nederland. Echter, ze is al zeker twintig jaar actief betrokken bij zaken die te maken hebben met uitvaart. “Mijn betrokkenheid bij zieke, stervende mensen duurt al vanaf mijn jeugd toen ik zag hoe godsdienaren aan stervende mensen de laatste sacramenten toedienden. Vanaf die periode besloot ik dat het later, als volwassene, mijn missie zou zijn om heel zieke mensen te helpen bij een waardig afscheid van hun leven”, zegt ze.
In Suriname heeft de onderneemster jaren lang haar krachten gegeven in het onderwijs als schoolleiderin de wijk Latour. In haar contact met de Braziliaanse paters van het rooms-katholieke bisdom Paramaribo werd ze veel betrokken bij ziekenbezoek, ziekenzalvingen en laatste sacrament bij stervenden in de buurten Latour en Hanna’s Lust tot Sunny Point. “Omdat ze de Nederlandse taal noch de marrontalen machtig waren, ging ik overal met de paters.”

Cultuur en godsdienst
Hoewel de perceptie bij velen is dat religie en cultuur vaak botsen bij overlijden en het traject daarna ziet De Jong dat niet zo. Van rooms-katholieke religieuze leiders heeft ze meegekregen dat cultuur en godsdienst bij elkaar horen. Ze kunnen niet gescheiden worden. “Dat heb ik altijd vastgehouden.” Daarom werkt ze even makkelijk met de Bijbel als met de kalebas en ze verloochent haar cultuur niet.
Voordat De Jong begint te werken bidt ze en krijgt daarbij ingevingen hoe te werk te gaan. “Dan komt een stukje cultuur erbij en als je gelooft in de Almachtige, geeft hij je precies wat je nodig hebt”, zegt ze. Klanten laat ze daarom ook vrij om rituelen te verrichten waarvan zij vinden dat die goed zijn.
Zodra een nabestaande zich aanmeldt om de uitvaart van een overledene te verzorgen wordt eerst nagegaan wat de wensen zijn en hoe ze geholpen en begeleid kunnen worden. Geld is het laatste waarover gesproken wordt, want “de mensen moeten je eerst vertrouwen”.
Bij het aannemen van een opdracht worden slechts zaken gedaan met één nabestaande, met wie een overeenkomst wordt getekend. “Want, ik ga niet naar anderen luisteren wat ze willen. Dat telt niet.” Wel probeert ze te bemiddelen bij de zogenaamde dede toobi die zich bij vrijwel elk sterfgeval voordoet, omdat familieleden het niet altijd direct met elkaar eens zijn over de uitvaart. “Het is eigenlijk een traditie dat er een beetje ruzie wordt gemaakt. Je kan er niets aan doen. Ook al was de overledene een rustige persoon is het bij de Aucaners zodat dede toobi musu meki. Dan komt het pas goed. Het is iets van generatie op generatie.”
De Jong merkt op dat in tegenstelling tot blanke klanten veel marrons in Nederland geen uitvaartverzekering hebben, veelal omdat ze illegaal in het land verblijven. Bij het repatriëren van het stoffelijke overschot voor de begrafenis in Suriname wil dat wel eens voor problemen zorgen. Want, alles moet dan cash betaald worden door de nabestaanden. Marrons zien het, aldus De Jong, als een voorrecht om in Suriname, hun geboorteland, begraven te worden.
Ze merkt op dat vanwege de Binnenlandse Oorlog en de gevolgen daarvan veel marrons de wijk hebben genomen naar Nederland, Frankrijk en België. Naast de groep vooruitstrevende marrons in Nederland is er ook een grote groep illegalen die geen verblijfspapieren heeft. Voor dat vraagstuk … ………… (DWT)


Lees verder

Bron: De Ware Tijd Suriname