Televisieprogramma’s en onlinelessen niet voor eenieder

07/02/2021 10:01 – Sharon Singh

Aschly Ngwete met haar jongere broers Gigill (l) en Dimeli (r). : Sharon Singh  
PARAMARIBO – Sinds Covid-19 zich aandiende, draait de school op een laag pitje. Sommige ouders raken in paniek, want de achterstand van hun kind wordt alsmaar groter. Bovendien is niet elke ouder in staat zijn kind zelf te begeleiden.
Vorig jaar hebben leerkrachten schoolwerk via de appgroep opgestuurd naar de scholieren. Hierdoor heeft een deel de lessen toch kunnen volgen. Aan het eind van het schooljaar zijn er repetities gemaakt en zijn de meeste leerlingen overgegaan. Er is voornamelijk gekeken naar de eerste en tweede kwartaalcijfers.
Aanvankelijk zouden de scholen op 6 januari weer van start gaan, maar vanwege de stijging van het aantal coronabesmettingen, is dit afgelast. Nu bijna een maand verder is het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur nog niet eruit wanneer de schooldeuren weer officieel opengaan.
Hoe effectief zijn de onlinelessen of de lessen die per app worden verstuurd? In hoofdstad Paramaribo is dit al een probleem, omdat niet eenieder over internet beschikt. Ook heeft niet iedereen een televisie en of smartphone. Dat vertelt Sara Abina, moeder van zes kinderen. “Mijn telefoon is gisteren stuk gegaan, dus als er lessen via de appgroep verstuurd worden, zal ik die niet ontvangen. Het probleem is de taal, niet iedereen is goed in het Nederlands”, zegt de moeder. Zij is afkomstig uit district Brokopondo. Ze heeft geen televisie, waardoor haar kinderen de educatieve programma’s niet kunnen volgen.
De dorpen hebben vaak weinig speeltuinen of sportvelden. Na school hangen de kinderen overal rond. Wie streng is, zorgt ervoor dat zijn kinderen uitrusten en daarna bezig zijn met de leerstof. Ook helpen de kinderen op de kostgrondjes met het planten van groenten en aardvruchten. Meestal zijn deze gronden ver van hun woning en nemen ze tijdens hun wandeling daarheen een duikje in de Surinamerivier om af te koelen.
Dimeli Pina (8) is één van de jongens die zijn moeder helpt met het planten. Hij mist de school. “En rekenen … dat is mijn favoriete vak”, vertelt Dimeli. Hij leest graag, maar de bibliotheek van de EBGS-school in zijn dorp Balingsoela is gesloten en de boeken worden niet uitgeleend. Ook de schoolboeken niet. De leesboeken mogen wel gekopieerd worden.
Gelukkig koopt Aschly Ngwete, zus van Dimeli, boeken voor haar broertjes in het centrum van Brokopondo. Zo kunnen ze toch lezen. “Mijn favoriete boek is ‘Het Geheim van de Goslar’ (van auteur Gerrit Barron, … red.).” Dimeli wil later advocaat worden, daarom doet hij zijn best op school. Volgens zijn moeder is hij tot nu toe altijd als beste overgegaan. Hij zit momenteel in de derde klas. “Ik houd van koken en planten”, geeft hij aan als de ‘Kinderkrant’ hem vraagt wat zijn bezigheden zijn.
Gigill (7) is het broertje van Dimeli en ook hij helpt zijn moeder. “Ik wil politieagent worden. Ik ben lang niet naar school geweest. Ik houd van spelen. Meestal met dieren, maar vooral met vlinders. Ik probeer ze altijd te pakken.” Ook hij wil dat de school snel begint, dan kan hij met zijn vrienden spelen.

Mogelijkheden
In de stad worden kinderen meerdere tools aangereikt om beter te kunnen presteren op school. Ze kunnen elke dag naar het ’10 Minuten Jeugd Journaal’ kijken, het nieuws volgen en de ‘Kinderkrant’ lezen om op de hoogte te blijven van hetgeen zich afspeelt in Suriname en in het buitenland.
Kinderen in de verre districten en dorpen beschikken vaak niet over deze mogelijkheden. Bijvoorbeeld in het dorp Balingsoela, één van de vele dorpen aan de Surinamerivier. Hoe verder je van de hoofdstad woont, hoe meer problemen je op je bord krijgt als schoolgaande. De kinderen die wel een televisie in huis hebben, kunnen de programma’s in het Nederlands volgen. Echter, alleen de bewoners die dichtbij de straat wonen, vangen de kanalen.
Ook de volwassenen hebben het moeilijk. Denk maar aan werkgelegenheid. In Balingsoela heeft de ‘Kinderkrant’ met verschillende ouders gesproken. Zij vertellen allen dat de taalbarrière groot is. In het dorp wordt er voornamelijk Saramaccaans of Aucaans gesproken, terwijl de leerstof op school in het Nederlands is.
Omdat de leerlingen geen leesboeken hebben, zijn ze slecht in de Nederlandse taal en gaat het lezen moeizaam. Om ze een handje te helpen, vertalen de leerkrachten de leerstof in het Saramaccaans of Aucaans, waarna die dan in het Nederlands wordt uitgelegd.

Lezen is basis
Juf Cindy woont al negen jaar in Balingsoela en geeft les in de derde klas. Zij vertelt een beetje over de situatie in dit dorp. Een deel van de bewoners is gouddelver en anderen leven van de groenten die ze zelf verbouwen en vis uit de rivier.
Het volgen van onlinelessen verloopt moeizaam in … ………… (DWT)


Lees verder

Bron: De Ware Tijd Suriname