‘Suriname moet Oppenheimerschulden niet betalen’

12/11/2020 10:49 – Ivan Cairo

 
PARAMARIBO – Suriname moet de twee obligatieleningen die via Oppenheimer op de internationale kapitaalmarkt zijn afgesloten niet terugbetalen. Het land zal de defaultstatus die het als gevolg daarvan zal krijgen van internationale ratingbureaus maar voor lief moeten nemen. Die status zal niet het einde van de wereld betekenen, meent bedrijfseconoom en belastingadviseur Haroen Karamat.
Volgens hem zijn er voldoende opties om aan middelen te komen waardoor de regering de komende periode financiering kan vinden, lokaal en internationaal. Suriname zou derhalve niet met beleggers moeten onderhandelen over herschikking van de schulden. Het geld dat aan adviesbureau Lazard zal moeten worden betaald, kan zo worden bespaard.
“Beleggen in obligaties is een risicovolle investering en daar dienen alle beleggers rekening mee te houden”, meent Karamat. “Je wint of verliest. Oppenheimer en minister Hoefdraad hebben de investeerders een kat in de zak verkocht. Het is een heel slechte belegging geweest.”
Het feit dat de beleggers in de Oppenheimer-obligatieleningen akkoord gingen met rentes van meer dan 9 procent terwijl de gangbare interest op dat moment vele malen lager was, is voor de econoom een duidelijke indicatie dat ze er bewust van waren dat ze zich in een risicovol avontuur stortten. Investeerders hebben misbruik gemaakt van de precaire economische situatie van het land.
Bovendien hadden ze een boeterenteclausule toegevoegd aan de tweede lening van 125 miljoen US dollar, voor het geval het toegezegde onderpand niet zou worden geven. Die boeteclausule ging in april in werking nadat Suriname in gebreke was gebleven te voldoen aan wat was afgesproken en de rente werd meer dan 13 procent. “Die extra boete was killing. Unu no man pai a sani disi”, zegt Karamat.
Hij merkt verder op dat de toenmalige oppositie, nu coalitieregering, Oppenheimer schriftelijk had gewaarschuwd Suriname geen leningen meer te verstrekken, omdat het land onder de heersende omstandigheden niet in staat is terug te betalen. “De regering moet niet betalen. Punt! We hadden je gewaarschuwd. We moeten niet herschikken. De beleggers moeten dit geld gewoon schrappen als een verlies.”
Karamat merkt op dat Suriname als land internationaal wel een slechte naam zal krijgen als wanbetaler, maar volgens hem zal de internationale gemeenschap wel rekening houden met de omstandigheden waaronder de leningen tot stand zijn gekomen. “De internationale wereld ziet ook dat je gewaarschuwd bent en dat je zelf besloten hebt het risico op niet-betaling te nemen”, stelt hij.
De lening die Suriname bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) wil nemen, zal volgens de financieel deskundige niet in gevaar komen als de Oppenheimerleningen niet worden betaald. “Het IMF heeft andere doelstellingen dan commerciële crediteuren en ook een ander karakter. Bij het IMF gaat het om het beter maken van de economische omstandigheden van een land, bij de beleggers van Oppenheimer gaat het om winst.” Voorts zegt Karamat maakt Suriname op basis van zijn trekkingsrechten aanspraak op financiële ondersteuning van het IMF.
Een andere financieel adviseur, die anoniem wenst te blijven, is het niet helemaal eens met Karamat. “Common sense wise valt er natuurlijk wel wat te zeggen over sommige van de argumenten. Het is echter wel kort door de bocht om te denken dat het niet betalen van de schulden Suriname internationaal geen pijn zal doen. Het gaat immers niet alleen om reputatieschade voor de regering van het land, maar ook onze lokale banken en zakenmensen zullen min of meer hiervan te lijden hebben”, zegt hij.
Volgens Karamat kan de staat ondanks het feit dat dividenduitkeringen van Staatsolie door de vorige regering zijn gecedeerd aan crediteuren toch aan extra inkomsten uit het staatsbedrijf komen. Hij stelt voor dat, zoals in de bauxietsector een levy werd geheven, de regering een aardolie-levy introduceert. Elke maand zal dit de staat extra inkomsten opleveren.
Echter, de andere deskundige geeft aan dat er al een soortgelijke heffing wordt gepleegd bij Staatsolie. Volgens hem kwam de royalty in de plaats van de levy. “Die royalty is wat bij bauxiet vroeger de levy was; een soort vergoeding dus voor de grondstof – bauxiet, olie, goud – die de maatschappijen uit de grond halen. Als je extra eruit wil halen kan je het tarief aanpassen”, meent de financieel adviseur.
  Tweet
 
Gerelateerde artikelen

………… (DWT)


Lees verder

Bron: De Ware Tijd Suriname