Soms werden je kleren verbrand door de vonken van de trein

“Mijn grootvader van vaderskant komt van Schotland en mijn grootvader van moederskant van Zwitserland”, begint Carla Gooswit enthousiast haar verhaal. Carla is het vierde kind uit een gezin van “eerst twee jongens, daarna vier meisjes.” 

Door Samantha Waridjan
Haar moeder, Anne Schmid, was huisvrouw. Vader John Currie, een broer van ex-gouverneur Archibald Currie, was machinist op de trein. Carla was pas 11 jaar oud toen haar vader overleed. Haar oudste broer werkte toen al en steunde haar moeder. “Een keer, mijn vader was al overleden, ging ik samen met een vriendin met de trein, haar vader was toen machinist. Het was een leuke trip door het bos, daar stopte de trein om water te nemen en hout te laden, en soms werden je kleren ook verbrand door de vonken”, vertelt ze.
Carla groeide op aan de Kleine Saramaccastraat, de Verlengde Gemenelandsweg en de Kleine Dwarsstraat. “De Van Sommelsdijkstraat werd toen Palmbonstrati genoemd, want die had alleen palmbomen aan weerskanten”, blikt ze terug. “Waar nu Torarica staat was het Rietbergplein en daar was de begin- en eindhalte van de staatsbussen. Het ministerie van Openbare Werken stond waar nu Royal Torarica is. Op de plaats van het Belastingkantoor stond een grote plantagewoning met een balkon eromheen.”
Carla kreeg een christelijke opvoeding, elke zondag ging ze naar de zondagschool van de baptistenkerk aan de Wagenwegstraat. Op de vrijdag ‒ “want dan had je geen huiswerk toch” ‒ kwam een vriendin wiens ouders een winkel hadden, bij haar thuis. Met andere meisjes van de buurt maakten ze dan poppenkleertjes en handwerkjes met lapjes uit die winkel. Carla bezocht de Koningin Wilhelminaschool, de Blufpandschool en de Graaf von Zinzendorfschool. “Ik had lange vlechten, in de eerste klas van de lagere school trokken de jongens daar aan,”, vertelt ze. Ze deed de opleiding voor de Onderwijzersakte en volgde LO-wiskunde op het Instituut voor de Opleiding van Leraren, want ze was goed in wiskunde. Ze moest echter afzwaaien omdat ze last had van haar ogen. Tijdens haar studie werkte ze tijdelijk als assistente bij een tandarts. Daar ontmoette ze haar man, Willem Gooswit. “Het was liefde op het eerste gezicht.”
Lees het hele artikel in het oktobernummer van Parbode