Starnieuws – Tigri adjosi

Met de intentie van Suriname en Guyana om een brug over de Corantijnrivier te bouwen, is de kwestie ‘Tigri’ weer actueel. De claim van Suriname op dat stuk grondgebied leidt tot felle discussies. Maar is het realistisch nog te denken dat ‘Tigri’ Surinaams bezit is? Hoe kijkt de internationale gemeenschap naar deze problematiek? Wel nu! Om dit te kunnen beoordelen zal ik kort de geschiedenis induiken.

Op 19 augustus 1969 werd de semi-militaire post ‘Tigri’ bemand door de Defensie Politie (DEFPOL). De Guyana Defence Force landde zonder enige ophef met twee vliegtuigen met manschappen op de airstrip bij het kamp ‘Tigri’ en met automatische wapens werd het vuur geopend op de aldaar aanwezige Surinaamse manschappen. ‘Tigri’ werd omgedoopt in ‘Jaguar’. De post is gelegen aan de monding van de Oronoque, een zijrivier van de Boven-Corantijn (New River). Suriname beschouwt deze als hoofdbronrivier van de Corantijn, terwijl Guyana de Coeroeni-Coetari als voornaamste bronrivier aanhoudt. Dit verschil in visie heeft geleid tot een omstreden territoriale driehoek, voor Suriname het ‘Tigri-gebied’ en voor Guyana de ‘New River Triangle’.

Nu, 51 jaar na de invasie, heeft Guyana constant en duidelijk aan de buitenwereld bekendgemaakt, dat het beheersdaden op dat bezet gebied uitoefent. Suriname daarentegen, heeft dat nagelaten. Zelfs op internationale fora heeft Guyana middels een landkaart, het ‘Tigri-gebied’ als zijn grondgebied gepresenteerd. Zonder dat Suriname daartegen krachtig geprotesteerd heeft. Dit zijn aspecten waarmee het internationaal recht rekening houdt.

In 2000 heeft Suriname de gelegenheid gehad om dit probleem op te lossen. Ex-president Wijdenbosch, gaf aan de Surinaamse marine de opdracht om een boorplatform van het Canadees bedrijf (CGX), dat aan de monding van de Corantijnrivier in samenwerking met Guyana naar aardolie zou boren in zee, te verdrijven. Suriname was van mening dat de rivier zelf tot aan de oever van Guyana tot zijn grondgebied behoort. 

De toenmalige Guyanese president Bharrat Jagdeo en de totale legertop was verrast en geestelijk verslagen. Uit latere informatie is gebleken dat, de groep die op kamp ‘Tigri’ gestationeerd was, ook onder de indruk was van het optreden van de Surinaamse marine. Kortom, militair strategisch was het, het juiste moment om door te stoten naar post ‘Tigri’ om deze te veroveren. Want op dat moment was Suriname oppermachtig, en het moraal onder de leiders, maar vooral van het Guyanese leger was door het schokeffect, laag.

Anno 2020 is de situatie anders. Bharrat Jagdeo, de gewezen Guyanese president en onbetwiste leider van de PPP/C, is terug in het machtscentrum. Hij is door de nieuwe president, Irfaan Ali benoemd tot vicepresident. In Guyana wordt algemeen aangenomen dat in realiteit de macht bij Jagdeo zal berusten. Die was twee keren president van Guyana en mag grondwettelijk niet voor een derde termijn gaan. En deze Jagdeo, een politieke havik, zal alles eraan doen om de gebeurtenis van 2000 te voorkomen. De regering van Guyana investeerde in 2019 ruim USD 70 miljoen in het leger. Dus militaire actie van de kant van Suriname is ondenkbaar.

In de afgelopen dagen is men van mening dat, de gang naar het Internationaal Gerechtshof, een optie is, maar de kans dat Suriname deze case wint, is gering. Voordat je een stap neemt om te procederen is belangrijk te weten:• hoe frequent Suriname geprotesteerd heeft.• Hoelang oefent Guyana al beheersdaden uit op dat gebied?• Wat voor nationaliteit bezitten de onderdanen van dat gebied?• Welk recht geldt op ‘Tigri’; het Surinaams- of het Guyanees recht?• Wie verdedigt het gebied tegen buitenlandse invloeden? (Guyana heeft dat in 1969 openlijk tentoongesteld door het wegjagen van Surinaamse militairen)

Deze maatstaven zijn medebepalend om een gunstige uitslag/resultaat te boeken bij het Internationaal Gerechtshof. En wat dat betreft, bevindt Suriname zich in een ongunstige positie.

Onze minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking zei onlangs tijdens een persconferentie over de betrekkingen met Guyana het volgende: “De Tigri-kwestie is niet op de agenda”. Menigeen was verbaasd over deze uitspraak. Ik niet! De minister weet precies waarover hij praat. Hij is diplomaat van wereldformaat. Hij kent de zwakke positie van Suriname ten opzichte van Guyana over deze kwestie. Voor Guyana is het een gepasseerd station dat thuishoort aan de borreltafel.

Wat de beleidsmakers ons moeten vertellen is, dat Tigri niet meer Surinaams bezit is. We hebben onze kans verspeeld. Het heeft geen zin om valse hoop te koesteren dat niet realiseerbaar is. We moeten lering trekken, het is een harde les. Het lesgeld dat wij moeten betalen is hoog, maar voor nu moeten we dat accepteren. En beseffen dat het voor eens en altijd is: Tigri adjosi.Robby Amain ………… (Star)


Lees verder

Bron: Starnieuws.com