Starnieuws – Hommage aan Soeki Irodikromo

Soekidjan (Soeki) Irodikromo is er niet meer. Maar in onze kunstgeschiedenis zal hij blijven voortleven. Als één van de twee kunstenaars die in de jaren zeventig de creatieve kracht van onze culturele diversiteit zijn gaan activeren door elementen te ontlenen aan een nationale bron van creativiteit. En zodoende pionierend ingebedde ofwel gedekoloniseerde moderne kunst maakten. Soeki zag het levenslicht te Commewijne op plantage Pieterszorg, een enclave waar slechts Javaanse exclusiviteit heerste. Desondanks ontwikkelde hij zich van exclusiviteit naar inclusiviteit. Wat wil zeggen dat hij ook elementen van andere Surinaamse culturen ging verwerken in zijn moderne kunst. En langs dit evolutionair pad een nationaal icoon van de Surinaamse kunst werd. Deze erkenning kreeg hij in 2003 samen met de Inheemse pottenbakster Cornelly Sjinga tijdens Carifesta VIII. Toen werden ze vereerd met het tentoonstellen van hun werk in ons presidentieel paleis.Terecht  werd hij dan ook met staatseer ten grave gedragen. Zijn heengaan is een groot verlies voor zijn familie en onze cultuur – en kunstwereld.Soeki zijn talent manifesteerde zich al heel vroeg bij het natekenen van wayangtaferelen, plaatjes van filmsterren en beelden uit stripverhalen. Door toedoen van zijn oom – een dalang – die hem streng opvoedde met de waarden, normen en levenswijsheid van de Wayang – Kulit,  urbaniseerde hij op zestienjarige leeftijd. Hij schreef zich in op de C.C.S -school voor Beeldende Kunsten o.l.v. Nola Hatterman.

Tijdens zijn onderricht in de westerse teken – en schilderkunst maakte hij – tot verbazing van Nola  – tekeningen en schilderijen vanuit zijn Javaanse identiteit. Dit onthulde ze op blz. 32 van haar boek  ‘Beeldende kunst in Suriname’ (1978): “Een Indonesische leerling, Soekidjan Irodikromo, ontdekte zijn Javaan – zijn, al werkend en studerend, wat resulteerde in karaktervolle schilderijen”.

Echter, er was geen sprake van enige ontdekking. Soeki is immers geboren en getogen in een Javaanse dorpsgemeenschap, waarin kinderen niet of nauwelijks onderwijs mochten genieten. Dit ter voorkoming dat ze geassimileerde Nederlanders werden. Ze moesten dus Javaan blijven. Dat hij als kunstenaar elementen is gaan ontlenen aan de inhoud, vormtaal en kleurenpalet van de Wayangcultuur, een nationale bron van creativiteit, lag dus voor de hand. Gaandeweg ging Soeki echter ook elementen van andere Surinaamse culturen verwerken in zijn kunst. Dit stelde ik persoonlijk vast tijdens zijn eerste expositie op 10 mei 1980 in het oude Park-gebouw, na zijn terugkeer uit Indonesië.

In enkele van de batikschilderijen had de kunstenaar ook elementen uit de creoolse cultuur verwerkt, maar op zo een subtiele wijze dat de kunstwerken een Javaanse uitstraling hadden behouden. Soeki bezat dit bijzonder vermogen, omdat hij tijdens zijn opleiding kennis vergaarde van de ervaring van meerdere generaties, uit meerdere tradities en uit meerdere windstreken. Hieruit wist hij te selecteren wat hij voor zijn synthetiserend gebruik nodig had. Het gebruiken van traditie waarbij hij uit één of meerdere nationale bronnen creatief, inventief  en innovatief put is geen statische of beperkende factor, maar vertegenwoordigt vitaliteit en dynamiek.

In mijn begeleidend artikel bij de expositie legde ik in de De Ware Tijd en De West dan ook het volgende vast:”In deze rasechte Surinaamse kunstenaar leeft de innerlijke noodzaak om inspiratie te putten uit de oude kunstvormen; er elementen aan te ontlenen en op moderne en creatieve wijze werkzaam te zijn in het heden. Op deze wijze werkend wil Irodikromo ook een bijdrage leveren tot de synthese van culturen op nationaal niveau en tevens een universeel verstaanbare beeldtaal ontwikkelen die haar oorsprong heeft in Suriname”.

Irodikromo zijn ontwikkeling overziend kom ik tot het inzicht dat hij er van bewust was dat in bepaalde opzichten cultuur een onafgebroken herhaling is, maar dat het in andere opzichten steeds een nieuw creatief reageren van de mens op wisselende uitdagingen van zijn ruimte en zijn tijd vereist. Als Javaan was hij uiteraard trots op zijn rijk erfdeel, maar hij zag wel in dat het gevaarlijk is om als kunstenaar te blijven teren op dat erfdeel. Hij wilde immers vooruitgang boeken, onze cultuur verder ontwikkelen. In mijn visie is zijn ingebedde moderne kunst een creatieve, inventieve en innovatieve reactie op de dekoloniserende uitdaging van de ruimte en tijd van ons continent.

Scheppende en vitale activiteit waarin kunstenaars van ons continent, Afrika en Azië hem waren voorgegaan. In de jaren twintig en dertig van de negentiende eeuw waren vele kunstenaars in Uruguay, Argentinië, Peru, Cuba en Mexico ertoe overgegaan iconografische motieven, vormen en verhalen uit het verleden van hun volk, hun regio of de groep waaruit ze voortkwamen in hun modern werk te verwerken. Een postkoloniaal bewustwordingsproces dat zich na de Tweede Wereldoorlog herhaalde in de dekoloniserende werelddelen Afrika en Azië. Maar in ons land zich pas in de zeventiger jaren van de vorige eeuw manifesteerde middels het gedekoloniseerd werk … ………… (Star)


Lees verder

Bron: Starnieuws.com