Somohardjo in ongelijk gesteld in zaak seksistische opmerkingen vrouwelijke medewerkers

Paul Somohardjo is door de kortgedingrechter in het ongelijk gesteld in de rechtszaak die hij aanhangig had gemaakt tegen Alisa Darson-Grant, bestuurslid van de bond bij Binnenlandse Zaken (Biza). Dit blijkt uit het vonnis van de rechter in kortgeding. Somohardjo zocht de groene tafel op, omdat hij een passage uit een petitie krenkend en beledigend vond. De petitie is in september van het vorig jaar overhandigd aan vicepresident Ronnie Brunswijk.
De gewraakte passage: “Vrouwelijke leden van de bond hebben meerdere malen hun klachten gedeponeerd over seksistische opmerkingen die worden gemaakt op de werkvloer door de vader van de Minister, de heer Slamet Paul Somohardjo, welke zonder enige hoedanigheid postvat op het ministerie terwijl er een gebrek is aan ruimtes.”
Somohardjo noemde de uitlatingen onjuist, onwaar, krenkend en in strijd met de waarheid. De rechter concludeert dat op grond van de presentie- en handtekeningenlijst van 30 september 2020 en de brief van 6 oktober 2020 met bijlage aannemelijk is dat Grant in haar hoedanigheid van bestuurslid van ABP-BIZA de petitie namens leden van de bond aan de vicepresident heeft aangeboden. Daarbij merkt de kantonrechter – op dat uit het beeld- en geluidfragment dat bij het verzoekschrift is toegevoegd, voldoende blijkt van het aanbieden van een petitie namens ABP-BIZA door middel van voorlezing.
Bovenstaande maakt dat de vordering tegen Grant in persoon geen stand houdt. De deelvordering is daarom afgewezen. Somohardjo stelt dat de gewraakte uitlatingen jegens hem hun bedding vinden in een persoonlijke en politieke vijandschap tussen hem en de tegenpartij. Waarin die persoonlijke en politieke vijandschap bestaat, heeft Somohardjo op geen enkele wijze onderbouwd dan wel concreet gemaakt. Somohardjo weerspreekt dat hij seksistische opmerkingen tegen vrouwelijke medewerkers op de werkvloer maakt of heeft gemaakt.
ABP-BIZA stelt hiertegenover dat het aanbieden van de petitie aan de president op dezelfde wijze als aan de vicepresident zou hebben plaatsgevonden. Voor de bond staat niet vast dat de reactie van Somohardjo in dat geval anders zou zijn geweest. Aangifte bij de politie is voor ABP-BIZA geen optie geweest, zo voert hij aan, omdat de strafbaarheid van seksistische opmerkingen op de werkvloer niet helder is.
De kantonrechter is van oordeel dat seksistische opmerkingen moeten worden beoordeeld als grensoverschrijdend en niet passend binnen een werkkring. Tegenover de betwisting van de seksistische opmerkingen door Somohardjo staan de geregistreerde handtekeningen ter ondersteuning van onder meer het in de petitie gewraakte punt.
Op grond van de lijsten blijkt vooralsnog genoegzaam dat Somohardjo zich op een of andere wijze min of meer seksistisch heeft uitgelaten tegen vrouwelijke medewerkers op de werkvloer. Voorts heeft ABP-BIZA terechtgesteld dat hij in de petitie de kwestie heeft geadresseerd door het hanteren van een formulering, die strikt tot het zakelijke is beperkt.
De kantonrechter volgt Somohardjo daarom niet in zijn stelling dat de gewraakte uitlatingen concreet omschreven hadden moeten zijn. Moeilijk valt in te zien dat als Somohardjo enerzijds reeds de zinsnede “seksistische opmerkingen” als krenkend en beschadigend ervaart, hij anderzijds concretere omschrijvingen bij die opmerkingen behoeft.
Somohardjo heeft in het geheel geen onderbouwing bijgebracht van zijn stelling dat het om valse beschuldigingen zou gaan. Daarom kan door de rechter geen rechtvaardiging gevonden worden voor het door Somohardjo gevorderde.
Naomi Hoever

………… (SH)

Lees verder

Bron: Suriname herald