Serieuze hervorming politiezorg

HET ONDERZOEK VAN AHKCO-afgestudeerde Ritesh Baksi naar de begeleiding van politieagenten met psychische problemen binnen het Korps Politie Suriname (KPS) legt een pijnlijke werkelijkheid bloot. Agenten die dagelijks de zwaarste lasten van onze samenleving dragen – geweld, ongevallen en levensbedreigende situaties – krijgen onvoldoende steun wanneer zij zelf in de knel komen. Het gevolg is dat psychische nood te vaak eindigt in wanhoop en soms in zelfdoding.

Deze situatie is onhoudbaar en onaanvaardbaar. De politie heeft als taak de samenleving te beschermen, maar het korps faalt als het gaat om bescherming van zijn eigen mensen. Suïcide onder agenten is geen individueel falen; het is een systeemfout. De huidige aanpak van Personeelszorg is reactief en te vrijblijvend. Er wordt pas gehandeld als de nood het hoogst is, terwijl preventie en vroegtijdige signalering cruciaal zijn.

Elk suïcidegeval binnen het KPS is er één te veel en het is er één dat mogelijk voorkomen had kunnen worden

De aanbevelingen van Baksi verdienen daarom serieuze en snelle opvolging. Allereerst moet het KPS structureel investeren in professionele psychologische begeleiding. Een vaste staf van psychologen en maatschappelijk werkers binnen het korps is geen luxe, maar een noodzaak. Agenten moeten weten dat er direct en vertrouwelijk hulp beschikbaar is, zonder bureaucratische drempels of stigma.

Daarnaast is een cultuurverandering nodig. Nog te vaak heerst er schaamte bij agenten om psychische problemen bespreekbaar te maken, uit angst om als zwak te worden gezien. Leidinggevenden spelen hierin een sleutelrol. Zij moeten worden getraind om signalen van mentale overbelasting te herkennen en een veilige omgeving te creëren waarin collega’s zonder vrees hun problemen kunnen delen.

Het KPS kan dit niet alleen. Samenwerking met instellingen zoals het Psychiatrisch Centrum Suriname is onmisbaar. Ook het invoeren van peer-supportprogramma’s, waarbij speciaal getrainde collega’s als eerste aanspreekpunt fungeren, kan de drempel om hulp te zoeken aanzienlijk verlagen.

Tenslotte is het zaak dat de korpsleiding dit onderwerp niet langer als een randzaak behandelt, maar opneemt in een meerjarig preventieplan. Net zoals het korps strategische plannen maakt voor criminaliteitsbestrijding, verdient ook de geestelijke gezondheid van agenten een stevige plek op de agenda.

Het is wrang dat juist de mensen die ons beschermen zo weinig bescherming ervaren in hun eigen organisatie. Elk suïcidegeval binnen het KPS is er één te veel en het is er één dat mogelijk voorkomen had kunnen worden. Het is de hoogste tijd dat de korpsleiding verantwoordelijkheid neemt, niet met beloftes, maar met concrete, duurzame maatregelen. De mannen en vrouwen in uniform hebben recht op meer dan waardering alleen; zij hebben recht op zorg, steun en perspectief.