Robotkonijnen moeten duizenden invasieve pythons in Everglades, Florida, verjagen

De Birmese python kruipt al sinds de jaren ‘70 rond in Florida. De slang is geen inheemse soort, maar kwam er in de natuur terecht door de handel in exotische huisdieren. Door de jaren heen is hun aantal exponentieel gestegen. Met hoeveel ze zijn is niet helemaal duidelijk. Hun populatie wordt geschat op tienduizenden tot mogelijk 300.000 exemplaren.

De slangensoort vormt een groot probleem voor de streek en het lokale ecosysteem: in Everglades National Park hebben de slangen naar schatting 95 procent van de kleine zoogdieren en duizenden vogels gedood.

Mike Kirkland, hoofdbioloog invasieve dieren voor het South Florida Water Management District, legt uit dat de slangen vangen een hele uitdaging is: “Het verwijderen van een Birmese python is op zich vrij eenvoudig. Het gaat echter om de detectie. We hebben echt moeite om ze te vinden. Ze zijn zo goed gecamoufleerd in het veld.”

De oplossing? Hightech robotkonijnen.

Die apparaten zijn gebaseerd op eenvoudige speelgoedkonijnen en zijn uitgerust met motoren, verwarmingselementen en zonnepanelen. Ze bootsen de bewegingen, lichaamswarmte en zelfs de geur van moeraskonijnen na. Zij zijn de favoriete prooien van de python en lokken de slangen zo in de val.

Professor Robert McCleery van de Universiteit van Florida licht toe: “We wilden alle eigenschappen van een echt konijn nabootsen.” De robotkonijnen werken op zonne-energie en kunnen van een afstand worden bediend. Ze zitten in kleine hokken, bewaakt door camera’s. Zodra een python nadert, geven die camera’s een signaal naar de beheerders dat een dier is gearriveerd.