‘Regering wil niet samenwerken met Saramaccaanse volk’

26/05/2021 10:03

-
Samuel Wens

Dorpskapitein Romeo Lienga van Gingenston (l) en Harvey Amania van Botopasi.
 

BOTOPASI –
In de verkiezingscampagne van nu ruim een jaar geleden beloofde de VHP het Boven- Surinamegebied gouden bergen. Zaken als duurzame landbouw, met producten, ook voor export zouden de bewoners de hengel geven om te vissen naar een welvarende toekomst. Het is tot nu toe bij een belofte gebleven.

Het kostgrondje van de jonge energieke dorpskapitein Harvey
Amania van Botopasi is ongeveer 45 minuten verwijderd van het
dorpscentrum. Het pad daarnaartoe is modderig, kronkelend en
overwoekerd met onkruid. De bedoeling was dat de markoesa- en
zwarte peperaanplant nu in volle bloei zou staan. Niets is minder
waar.

Harry Wens is behalve basya van Botopasi ook prominent
VHP-lid. Hij verklaart dat zijn partijvoorzitter – president
Chandrikapersad Santokhi – het gebied duurzame landbouw met
gewassenteelt gericht op de export in het vooruitzicht had gesteld
als hij de verkiezingen zou winnen. “Wij zouden door
landbouwdeskundigen worden getraind.”

Al vóór de verkiezingen voegde de VHP de daad bij het woord en
verzorgde landbouwtrainingen voor het markoesa- en zwarte
peperproject in de dorpen Botopasi, Pikin Slee en Gingenston. Er
waren plantjes gebracht. Onder begeleiding zouden de dorpelingen
leren hoe ze de gewassen moesten telen. “Het project is mislukt,
omdat er na de verkiezingen geen optimaal contact is geweest tussen
de partij en de dorpen. De begeleiding bleef uit”, zegt Rudy Akobe,
kernvoorzitter van de VHP in Gingenston.

Hij doet zelf aan traditionele landbouw in het gebied. De
kapiteins Wazeng Eduards van Pikin Slee, Romeo Lienga van
Gingenston en Amania zeggen afzonderlijk van elkaar dat de VHP en
de regering geen duurzame landbouwprojecten in Boven-Suriname
hebben lopen. Zij vermoeden dat de regering niet met het
Saramaccaanse volk wil samenwerken en leiden dit af uit de onwil
van de president en vicepresident om kennis te maken met granman
Albert Aboikoni. Dat is in deze regeerperiode nog niet gebeurd.

Harriëtte Lugard van het dorp Nieuw-Aurora was lijsttrekker voor
de VHP in het gebied. Zij wil geen toelichting geven zonder
toestemming van de top van de partij om met de pers te praten. Wens
praat wél. Hij zegt dat Santokhi wel degelijk probeert zijn belofte
aan het achterland na te komen. “De dorpelingen kunnen met
begeleiding van het Bureau Eenheid van het kabinet van de president
nieuwe landbouwprojecten indienen bij het ministerie van LVV.
Goedgekeurde ‘dorpslandbouwprojecten’ mogen rekenen op begeleiding
en financiering door de centrale overheid”, beklemtoont Wens.

Vanwege de coronapandemie heeft de partij het gebied na de
verkiezing nog niet bezocht, weerlegt hij de kritiek van de
kapiteins. “De partij kan nu geen grote massa bijeen roepen; wij
moeten als regeringspartij voorbeeldig zijn.” Maar kapitein Lienga
is het daar niet mee eens. Op felle, geërgerde toon merkt hij op
dat de president, vicepresident en ministers wel de andere
marrongebieden hebben bezocht. “Waarom zijn ze nog niet bij de
Saramaccaners als grootste marrongroep geweest?”

Het is bekend dat de politieke partijen stemmen halen uit het
binnenland in ruil voor goederen, verklaart Wens. “Ik kan begrijpen
dat de mensen ontevreden zijn, omdat de VHP geen pakketten
uitdeelt. De VHP zal de mensen trainen om zelf nieuwe
landbouwproducten te telen. Met andere woorden: ze geeft geen vis,
maar een hengel om de mensen te leren zelf die vis te vangen.”
Niettemin is Wens het ermee eens dat de president en vicepresident
snel kennis moeten maken met de leiding van het Saramaccaanse volk.
“Dat is een goede traditie die in ere moet worden gehouden”,
besluit hij.


 
Tweet 

………… (DWT)


Lees verder

Bron: De Ware Tijd Suriname