Rechter verbiedt toepassing betwiste artikelen Valutawet

Er zijn in de Wet Controle Valutaverkeer en Transactiekantoren (WCVT) artikelen opgenomen die onduidelijk en tegenstrijdig zijn, waardoor die in strijd zijn met het legaliteitsbeginstel, zegt de kantonrechter in zijn oordeel in het kort geding dat was aangespannen door de VSB, ASFA en Survam. De rechter vindt dat de in artikel 9 van de wet opgenomen strafregels niet van toepassing zullen kunnen zijn. De wet ontbeert een grondslag voor de opgenomen zware bepalingen. De Kantonrechter heeft dan ook de Staat verboden om de betwiste artikelen uit de wet toe te passen en zich te onthouden van daden die gegrond zijn op die artikelen.Voor de Vereniging van Surinaams Bedrijfsleven (VSB) is het vonnis van de rechter een signaal van een functionerende rechtstaat. Het is ook een signaal naar regeringen en parlementen om bezwaren en opinies van het bedrijfsleven serieus te nemen. De VSB, ASFA en Survam zullen niet schromen om tot het uiterste te gaan om de belangen van een gewenste gezonde private sector veilig te stellen, zegt de VSB in een persbericht.De VSB heeft zich op het standpunt gesteld dat de artikelen 3 leden 5 en 6 WCVT tegenstrijdig zijn met artikel 3 leden 1 en 2 WCVT, omdat volgens de eerstgenoemde leden van het artikel geen afspraak kan worden gemaakt om voor goederen of diensten girale vreemde valuta betalingen te ontvangen, terwijl in de laatstgenoemde leden van hetzelfde  artikel die afspraken wel mogelijk zijn.Volgens de VSB is daardoor artikel 10 lid 3 onkenbaar, omdat onduidelijk is of ook  afspraken inzake vreemde  valutabetalingen in al bestaande overeenkomsten moeten worden omgezet, indien zij tevens de mogelijkheid bieden tot girale betalingen in vreemde valuta of kunnen worden aangepast in een overeenkomst die daarin voorziet. Daarom is door de VSB geopperd dat handhaving van met name artikel 9 WCVT in strijd is met het legaliteitsbeginsel. Aan de kantonrechter kwam om die redenen in dit concreet geval toetsing toe op de voet van artikel 137 van de Grondwet.
De Staat zag geen tegenstrijdigheden met het legaliteitsbeginsel. De tegenstrijdigheid tussen bepalingen in de wet werd betwist. Het vonnis is op 13 augustus uitgesproken. ………… (Star)


Lees verder

Bron: Starnieuws.com