Recht op vrije meningsuiting beknot door weigering journalisten

17/12/2020 09:59 – Euritha Tjan A Way

Leden van de pers werden dinsdag buiten de deur van het @Live Entertainment Center gehouden. :  
PARAMARIBO – Dat journalisten niet welkom waren bij de Bigismadey dinsdag heeft veel wenkbrauwen doen fronsen. Ook dat de graaf van de Ware Tijd uit @Live Entertainment Center werd gezet toen hij al binnen was, roept veel vragen op. De antwoorden van directeur Alven Roosveld van de Communicatiedienst Suriname gegeven op de persconferentie van de regering later die dag, snijden geen hout vinden Ricardo Carrot, Wilfred Leeuwin en Glenn Truideman. De Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ) zei op vragen van de Ware Tijd aan dat ze met een eigen verklaring zou komen omtrent het voorval.
“Bij het horen van dat nieuws viel ik bijna van mijn stoel, want bij mij rees gelijk de vraag wat zo bijzonder is voor seniorenburgers dat het evenement een besloten karakter moet hebben”, reageert Carrot. “Tot vorig jaar en tientallen jaren daarvoor is deze kerstbijeenkomst voor ouderen altijd voor de pers toegankelijk geweest, voor variëteit in het verslaan. Wat dat laatste betreft hebben de media altijd prachtige verslagen gemaakt en de blije gezichten en reacties van ouderen mooi in hun nieuwsuitzendingen of artikelen kunnen verwerken. Kan ook niet anders, want bij de onafhankelijke media heb je goede mensen werken en die bij dat evenement de mogelijkheid hebben iets anders te verslaan dan klachten van senioren of de senioren- vakbond die vecht voor pensioenen”, zegt Carrot, die van 2007 tot 2008 hoofdredacteur is geweest bij de Ware Tijd.
Leeuwin, die lange tijd voorzitter is geweest van de Surinaamse Vereniging van Journalisten, steekt zijn misnoegen niet onder stoelen of banken. “Het recht op vrije meningsuiting is een grondrecht. Als je geboren bent, heb je het recht al. De vrije pers is een pijler van de democratie, omdat het recht op vrije meningsuiting via de media wordt beleefd. Wat wij echter zien is dat regeringen – en dan niet alleen in Suriname – het nieuws willen beheersen en dat kan niet omdat vrije media ongebonden zijn. Zij hebben – binnen de regels die gelden in het vak – de vrijheid een publiek evenement te brengen zoals ze dat zelf willen”, legt de seniorjournalist uit.
Het argument van Roosveld dat er achteraf een persbericht zou worden uitgegeven, heeft de professionaliteit van de regering op communicatiegebied wederom geen goed gedaan, vindt Carrot. “Het is naar mijn persoonlijke mening zorgelijk met de overheidsvoorlichting, die overigens ook vanuit diverse aparte entiteiten over de samenleving wordt gegoten. Dat van dinsdag riekt naar een zoveelste vorm van censuur van de onafhankelijke en vrije pers”, zegt de oud-hoofdredacteur. Hij noemt daarbij het beëdigen van de districtscommissarissen die eerst niet toegankelijk zou zijn voor de pers en ook het weigeren van Ruben del Prado in het programma Mmanten Taki op staatszender STVS. “De CDS blijft zich verontschuldigen, maar het is pure censuur of een sluipende vorm daarvan, indien de media niet de vinger aan de pols houden en aan de bel blijven trekken.”
Leeuwin benadrukt dat er voorbeelden genoeg zijn van regeringen die de vrije media beknotten en daardoor juist de sympathie die er was te grabbel gooiden. “En dan gaat de pers nog kritischer kijken. Die regering verliest de strijd uiteindelijk want vrije media blijven bestaan en blijven kritischer worden. Kijk maar naar Obama. Hij was geen lieverdje maar door zijn open houding naar de pers won hij hun sympathie. Bij Trump is het precies het tegenovergestelde”, vindt Leeuwin. Volgens hem wordt first lady Mellisa Santokhi-Seenacherry aan de samenleving opgedrongen op een manier die niet past. “We hebben al een aantal dingen meegemaakt met deze first lady en je voelt die animositeit in de samenleving tegen deze vrouw. Het weigeren en uitzetten van de pers geeft aanleiding tot denken dat er iets te verbergen is daarbinnen. Dat soort zaken doen de animositeit toenemen, wat weer een reflectie heeft op de president zelf. Het doet hem geen goed”, zegt Leeuwin.
Truideman, die een oude rot in het journalistenvak kan worden genoemd, stipt aan dat de directeur van de CDS een duidelijke taakomschrijving moet hebben. “Hij is woordvoerder van de regering en niet van de first lady. Daarom moet hij niet namens haar praten. Zo lijkt het standpunt dat hij heeft verkondigd op een regeringsstandpunt en dat hoeft niet per se zo te zijn.” Truideman, die eindjaren tachtig en beginjaren negentig heeft gefunctioneerd als perschef, benadrukt dat een perschef geen propaganda hoeft te maken. “Je moet de informatie van de regering duidelijk brengen en mevrouw Seenacherry behoort niet tot de regering. Alven kan ook niet namens de directeur van Binnenlandse Zaken bijvoor- beeld praten toch? De regering bestaat uit de president, … ………… (DWT)


Lees verder

Bron: De Ware Tijd Suriname