President: “We moeten nooit meer slavernij hebben”

“Wij hebben allemaal een slavernijverleden, maar wat we nimmer moeten vergeten is dat we nooit meer slavernij moeten hebben. Ook geen nieuwe vorm van slavernij”, zo sprak president Chan Santokhi vandaag de aanwezigen toe tijdens een kransleggingsceremonie bij het Nationaal Monument Slavernijverleden. Het monument staat in het Oosterpark in Amsterdam ter herdenking van de afschaffing van de slavernij door Nederland.
Santokhi geeft verder aan dat er ook bevrijding moet komen in die geestelijke slavernij. “Er moet geen slavernij zijn door de koloniale meesters, maar ook geen slavernij van onze eigen broeders en zusters. Onze voorouders hebben strijd geleverd tegen de slavernij en voor vrijheid. Die strijd gaat door”, zegt het staatshoofd.
Het emancipatieproces in Suriname is wel goed op gang gekomen. Zo noemde hij als voorbeeld zijn unieke kabinet waarbij een vicepresident en assembleevoorzitter uit de marrongemeenschap. Natieversterking is het beleid van zijn regering. Dat wordt uitgebeeld middels het feit dat Suriname ontwikkeld zal worden voor alle Surinamers ongeacht waar je bent en waar je woont.
Om het binnenland tot ontwikkeling te brengen is de regering al drukdoende hen te voorzien van zonne-energie. In de planning zijn ook opgenomen het openen van een middelbare school in de districten Marowijne en Para. Verder staat op de agenda ook het grondenrechtenvraagstuk voor de binnenlandbewoners.
“We zullen hard werken om die inhaalslag te maken zodat onze marron broeders en zusters kunnen genieten van nieuwe kansen in het binnenland. Dit alles doen we ‘step by step’. Er is een eerste stap gezet, doordat de burgemeester van Amsterdam excuses heeft aangeboden, maar wij moeten verder gaan”, aldus president Santokhi tijdens deze plechtigheid.
De herdenkingsceremonie is georganiseerd door Stichting Instituut voor Multiculturele Dienstverlening (SIMUD) in samenwerking met het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee). Linda Nooitmeer, voorzitter van NiNsee, zegt dat de kranslegging ervaren wordt als een terecht eerbetoon aan de slachtoffers van de Trans- Atlantische slavernij. “Dit eerbetoon mag geïnterpreteerd worden als ondersteuning van de inspanningen van NiNsee om excuses op nationaal niveau te verkrijgen en erkenning van de doorwerking van dit slavernijverleden te bewerkstelligen. Een andere opgave is het bewerkstelligen van reparaties.
Reparaties van datgene dat tijdens de slavernij kapotgegaan is en wel in de vorm van investeringen in die gemeenschappen die geraakt zijn door de slavernij. Maar die er ook voor kunnen zorg dragen dat het speelveld eindelijk gelijk wordt zodat ook de nazaten van de tot slaaf gemaakte onderdeel kunnen worden van de ‘bromtije djari’. We zijn goed op weg, maar er is nog een lange weg te gaan. We zijn bijzonder verheugd dat we de president als medestander in dit geheel mogen hebben, aldus voorzitter Nooitmeer.