Ongelijke behandeling en misbruik bevoegdheden

Het is de taak van de advocaat om aan u als benadeelde (en zelfs verdachte) de juiste weg te wijzen. Een buitenlandse collega van mij had dit mooi verwoord: “De wetgever heeft de advocaat aangewezen om de vrijheid van de burger te verdedigen en om de toegang tot de rechter en het recht op een eerlijk proces te waarborgen. De advocaat is aangewezen als de deskundige raadsman, tot wie de burger zich moet kunnen wenden met de zekerheid dat deze uitsluitend zijn belang behartigt en met de zekerheid van absolute geheimhouding. Die opdracht maakt het beroep van advocaat tot een ambt, en niet (zozeer) een dienst. Zijn domein vormt het tegenwicht tegen macht van de overheid, van instituties en instellingen en in private verhoudingen tussen burgers en bedrijven onderling. In volstrekte onafhankelijkheid. Geen commodity, maar een verantwoordelijkheid die de samenleving van advocaten verlangt. Zonder welke de rechtsstaat niet behoorlijk kan functioneren.”Ik vestig de aandacht op gevallen van oplichterij en verduistering. Zo was er onlangs een waarschuwing om geen voorschotten te betalen aan aannemers. Dat soort voorbeelden waar een overeenkomst is en op emoties ingespeeld wordt. De civiele rechter benaderen kan in de meeste gevallen geen goede optie meer zijn. De oplichter die weet dit en geniet ook van de drempels voor een benadeelde die naar de politie stapt. Wil een verdachte door het Openbaar Ministerie (OM) voor verduistering (artikel 381 Wetboek van Strafrecht) vervolgd worden, dan is er (onder meer) nodig dat de verdachte een voorwerp was toevertrouwd of een rechtsverhouding waaruit noodzakelijkerwijs voortvloeit dat de verdachte de voorwerpen onder zich had en hij willens en wetens (opzettelijk) besluit om het goed naar eigen goeddunken ten nutte te maken in daden heeft omgezet door er als heer en meester over te gaan beschikken. In 2019 deed de naamloze vennootschap EBS aangifte ter zake van oplichting/verduistering door een opdrachtnemer, de vonnissen van de strafrechter zijn te vinden op rechtspraak.sr. (SRU-K2-2019-3, SRU-K2-2019-4 en SRU-K2-2019-5). De strafrechter beoordeelde het bewijs, maar het bewijs was niet genoeg om te spreken van de strafbare feiten/gedragingen. Het blijft in mijn ogen oprecht een heel moedige poging van het OM. De benadeelde heeft in Suriname vaak problemen bij het doen van aangifte en de verdachte bij zijn inverzekeringstelling. 1. Ongelijke behandeling bij aangifteIn de praktijk werden vaak aangiften niet opgenomen omdat er tussen de benadeelde en de verdachte een overeenkomst bestaat. De standaardreactie: “aai, na wan civiele zaak we kunnen niets doen. U moet naar de civiele rechter”. De gemakzucht waarmee dit door agenten werd opgeworpen, is precies wat echte oplichters en verduisteraars nodig hebben. Als advocaat moet je de benadeelde (uiteraard na beoordeling) wel doorsturen naar het OM om aangifte te gaan doen, zolang deze artikelen bestaan moet er conform opgetreden worden. Er is ook duidelijk sprake van onduidelijk beleid/ongelijke behandeling. Wat is nu de maatstaf van het OM om in het ene geval wel en in het andere geen aangifte op te nemen? Uit het recente bericht van Seshma Bissesar was te herleiden dat tussen haar en de aangevers het om een geldvordering ging, waarom werd door agenten in dat geval niet gezegd dat het een civiele zaak betrof? Ongelijke behandeling bij het voorportaal, of in het algemeen door de overheid, is problematisch. Daar beginnen de gevoelens van ‘het recht in eigen handen nemen, bij burgers te broeien. Want in ‘mijn’ geval deed men niets, maar in dat ander geval wel. 2. Misbruik van bevoegdheidMisbruik van de bevoegdheid tot inverzekeringstelling, gebruik voor andere doeleinden dan noodzakelijk onderzoek, is niet uitgesloten. In de wet staat opgenomen dat een verdachte binnen 24 uur gehoord of opgeroepen moet worden. Het horen gaat niet altijd binnen die termijn en in het algemeen niet wanneer u vlak vóór het weekend in verzekering gesteld wordt. En wat nu als alle eerste zeven dagen feestdagen zijn? Stel u werd 1 april 2021 om 15:00 uur in verzekering gesteld. 2 april 2021 was Goede vrijdag. Maandag 5 april 2021 was 2e paasdag. Uw advocaat kon dus pas dinsdag 6 april om 7.30 uur een verzoek 54a indienen waarvan de behandeling pas uiterlijk woensdag 7 april 2021 kon plaatsvinden. Voordat u bij de rechter-commissaris komt, wordt u in vrijheid gesteld. Het kan dus voorkomen dat u, ook al bent u iemand die daar niet hoort, onrechtmatig zeven dagen van uw vrijheid beroofd wordt en u noch uw advocaat hier iets tegen kunnen doen. Bij het vervullen van mijn wettelijke taak, het ambt, kom ik zaken tegen waar ik kritisch over moet (en mag) zijn. Ook in de civiele strijd tegen de ‘echte’ oplichter/verduisteraar. Naast nieuwe wetgeving, zou gezamenlijk overleg tussen actoren (rechterlijke macht, OM, notariaat, deurwaarderij én advocatuur) zijn vruchten kunnen afwerpen. Ik geloof erin … …………


Lees verder