Ondergang sportcentra door vervuiling en vernieling

14/01/2022 06:02

-
Stan Herewood

De slecht onderhouden Tropical speeltuin te Tammenga.
:
 

PARAMARIBO –
Sportcentra en -accommodaties dreigen ten onder te gaan door slecht onderhoud door de overheid en vernieling door onverlaten. Direct in het oog springen het Will Axwijk Sportcentrum, in de volksmond bekend als Sosis, de tennisbaan, het basketbal- en voetbalveld aan de Gladiolenstraat, de Wi Kontren Sporthal te Land van Dijk en het Sportcentrum Desi Samson te Tammenga.

Het ministerie van Openbare Werken maakte deze week bekend dat
zijn onderdirectoraat Afvalbeheer op verzoek van buurtbewoners het
Sportcentrum Desi Samson en de aangrenzende Tropical speeltuin
schoonmaakt. Vernielde toestellen in de speeltuin moeten worden
vervangen en de plek moet weer kindvriendelijk worden gemaakt.

Kenners van de geschiedenis van Desi Samson vinden het
afgrijselijk dat het naar hem vernoemde sportcentrum niet wordt
onderhouden. Het was overwoekerd met wied en het vele zwerfvuil,
waaronder bierblikken, petflessen, condooms, gaf het complex een
troosteloze aanblik. Buurtbewoner Milton Clark, die het beheer
heeft over het terrein, zal voortaan helpen met de schoonmaak.

Stichting

Clark zegt tegen de Ware Tijd dat hij op verzoek van de
toenmalige en intussen overleden directeur Sportzaken Ronald
Phoelsingh zijn bijdrage leverde aan de ontwikkeling van de buurt.
Er werd een stichting ‘Kasabaholo 1’ opgericht die voor vijf jaar
het beheer kreeg. Clark was de secretaris, zijn vrouw werd gezien
als aanspeekpunt van de buurtbewoners.

Toen de stichting geen medewerking meer van het directoraat
kreeg, trokken de bestuursleden zich terug. Tropical Runners, de
atletiekvereniging waarvan Clark coach was, stelde vervolgens voor
de stichting over te nemen. Formeel gebeurde dat niet, maar Clark
werd gedoogd toezicht te houden op het complex.

De toenmalige Onderwijsminister Edwin Wolff verleende
toestemming een speeltuin aan te leggen, die ‘Tropical Speeltuin’
werd gedoopt. “Wij hebben toiletten geplaatst en tevergeefs
gevraagd om verlichting en een wachter. We sloten de tuin om zes
uur ’s avonds, maar ik ben toen bedreigd door hangjongeren en
besloot mij terug te trekken. Ik heb mij vanaf dat moment alleen
beziggehouden met het atletiek- en voetbalveld.”

Clark vertelt dat het de bedoeling was om een hal te bouwen,
maar de stichting zag daarvan af nadat ze geen verlenging voor het
beheer kreeg. “Na Sosis is het terrein hier het grootste complex,
maar het is niet geheel tot ontwikkeling gebracht. Ik heb op eigen
kracht en met eigen middelen het onderhoud gedaan, maar nu de jaren
gaan tellen gaat dat moeilijk. Ik heb veel werk gedaan zonder
daarvoor te zijn vergoed.”

Duurzaamheid

De ‘beheerder’ geeft aan ook te hebben gevraagd om een
grasmaaimachine, maar ook die kwam niet. Het directoraat Sportzaken
is op de hoogte van het slechte onderhoud, beheer en de exploitatie
van deze overheidsaccommodatie en wil daarin planmatig verandering
brengen. “Bij mijn aantreden een jaar geleden heb ik geconstateerd
dat het beleid over onderhoud en beheer niet is wat het wezen moet.
Ik wil verbetering en duurzaamheid van het karakter van de
accommodatie waarborgen”, verklaart onderdirecteur John Atida,
belast met sportaccommodaties en ruimtes.

Hij wijst erop dat het complex te Tammenga niet de enige
accommodatie is waar zich onacceptabele situaties voordoen. Het
heeft wel bijzondere aandacht, omdat veel toe is aan vervanging. De
juridische status heeft wat angels. “Er is daarom overleg met
juristen en de minister en ik hoop in februari te beginnen met het
formuleren van het beleid en een afspraak te maken over de
uitvoering.” Atida waarschuwt dat voorkomen moet worden dat men
besluiten neemt die in strijd zijn met recht en wet. Overeenkomsten
moeten worden nageleefd.

Hij stelt dat het probleem van de hangjongeren moet worden
aangepakt door de stichting op basis van de overeenkomst die met de
vorige regering is gesloten. “We gaan onze verantwoordelijkheid
niet uit de weg en gaan om de tafel zitten met de stichting om de
overeenkomst nader te bekijken. Als wij niet content zijn met zaken
zullen wij maatregelen treffen.”

De onderdirecteur geeft toe dat één van de voorwaarden om
sportaccommodaties aan te pakken is voldoende geld hebben. Op de
staatsbegroting is er geen geld voor het exploiteren van de fysieke
faciliteiten. Wel erkent Atida dat herstel en beheer van de
accommodatie behoort tot de prioriteiten van het ministerie van
Regionale Ontwikkeling en Sport. “We zijn nu bezig met projecten en
proberen daarbij samen te werken met particulieren. Het Staatolie
Sportfonds, de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond en organisaties
die vanuit de private sector bereid zijn te helpen, komen ook op
onze lijst om eventueel zaken mee te doen.”

Atida oordeelt positief over een landelijke scan die de vorige
regering had gemaakt van de bestaande accommodaties, maar voegt toe
dat de werkzaamheden niet zijn voltooid. “De inventarisatie moet
worden aangepast.” Het is de Ware Tijd bekend dat over de