Oceaan expeditie vastleggen dieren succesvol afgerond

Vijf soorten dolfijnen en achttien zeevogelsoorten, waarvan de Zuidpooljager bijzonder is, zijn waargenomen door de Surinaamse Oceaan Expeditie. Hoewel
er geen nieuwe soorten zijn waargenomen, heeft de expeditie waardevolle
informatie opgeleverd, zodat de populatiegrootte van de diersoorten kan
worden berekend. Dit helpt bij het bepalen welke gebieden op zee bescherming nodig hebben tegen bijvoorbeeld
overbevissing, illegale visserij, oliewinning en scheepvaart, zodat
belangrijke ecosystemen zoveel mogelijk in tact blijven. De expeditie, die zeven dagen heeft geduurd, was onderdeel van het Mariene Ruimtelijke Ordeningsproject dat de afgelopen vier jaren is uitgevoerd door Green Heritage Fund Suriname, WWF-Guianas, en Natuurbeheer van het Ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer. Daarbij is een database met meer dan achtduizend waarnemingen  samengesteld van zeedieren die voorkomen in het Surinaamse deel van de zee. Dat zijn bijvoorbeeld diverse soorten roggen, haaien, dolfijnen, walvissen en zeevogels. Ondanks de ruwe zee met veel wind en golven van twee tot vier meter hoog, hebben de expeditieleden diverse soorten zeedieren en hun locaties kunnen verifiëren. Van de dolfijnen heeft de bemanning op zee langsnuitdolfijnen, Atlantische gevlekte dolfijnen, gewone dolfijnen en snaveldolfijnen gezien. Deze soorten komen vrij veel voor in het Surinaamse deel van de oceaan. Bij thuiskomst werd de expeditie uiteraard ook verwelkomd door de Guianadolfijnen in de monding van de Surinamerivier. In totaal zijn circa tachtig dolfijnen geteld.Op de Surinaamse zee komen relatief weinig zeevogels voor. Toch slaagden de expeditieleden erin om in korte tijd veel soorten waar te nemen. De meeste gespotte soorten waren de audubons, de grote en een vale pijlstormvogel, wilsons, het vaal stormvogeltje en het visdiefje. Pijlstormvogels en stormvogeltjes, die aan het wateroppervlak of in ondiep water duiken naar voedsel, werden het meest gezien. De waarneming van de Zuidpooljagerwas bijzonder omdat deze niet zo vaak zo ver van huis worden waargenomen.“Het was de eerste keer en een echt avontuur”, zegt Monique Pool, directeur van Green Heritage Fund Suriname die meeging met de expeditie. “Maar we hadden ons goed voorbereid en zijn nu vastbesloten om regelmatige monitoring te doen, zodat wij kunnen helpen ecosystemen en zeedieren te beschermen. Ik ben super enthousiast over een eventueel volgende tocht!”Michael Hiwat, oceanenexpert van WWF-Guianas, benadrukt de noodzaak van de expeditie om het leven in zee beter te kunnen beschermen. “Om te komen tot beschermde gebieden op zee is kennis nodig. Je kan niet zomaar met een potlood ergens een lijn trekken en zeggen: Dit is een gebied van hoge biologische diversiteit. Het moet gestoeld zijn op wetenschappelijk onderzoek. Het is belangrijk die bestaande data vervolgens te verifiëren met expedities.” …………


Lees verder