Nieuwe feiten rond Louis Doedel in zijn 41e sterfjaar

Vandaag 41 jaar geleden overleed Louis Doedel kort nadat hij was vrijgelaten uit de LPI. Hij was daar in 1937 opgesloten door de toenmalige gouverneur Kielstra omdat hij ontoerekeningsvatbaar zou zijn geweest. Het medisch dossier dat dit moet kunnen aantonen, wordt echter al meer dan 80 jaar achter slot en grendel gehouden door opeenvolgende Surinaamse overheden. In een nieuwe publicatie over Doedel die binnenkort verschijnt toont auteur Nizaar Makdoembaks via andere wegen aan dat die opsluiting onrechtmatig was. Het boek is getiteld Journalist Louis Doedel kaltgestellt in Wolffenbuttel, politieke psychiatrie in de kolonie Suriname. Doedel is in de geschiedschrijving vooral bekend geworden als vakbondsman maar Makdoembaks laat zien dat Doedel door de koloniale autoriteiten juist om zijn schrijven werd gevreesd. Men sprak van ‘het vervolgingsbeleid rond de journalist Doedel’. Makdoembaks presenteert historisch materiaal waaruit blijkt dat Doedel samen met Anton de Kom in 1933 een van de motieven vormde voor regelingen om de pers monddood te maken, beter bekend als de ‘muilkorfartikelen’ die nog steeds in de Surinaamse wet verweven zitten.Jarenlang deed Makdoembaks onderzoek in zowel Suriname als Nederland. In het Nationaal Archief hier in Paramaribo ontdekte hij onbekende brieven en documentatie over en van Doedel. Onder andere een brief van Doedel aan Kielstra uit 1938, die hij schreef vanaf de Wanicastraat, terwijl hij met verlof was uit het toenmalige Wolffenbuttel. Uit die brief valt op te maken dat Doedel toen helder van geest was en ook dat hij ervanuit leek te gaan dat hij snel zou worden vrijgelaten. Hij zat vol met plannen die hij al sinds zijn tienerjaren probeerde te realiseren. Ook daarover vond Makdoembaks nieuw materiaal, jeugdbrieven van Doedel waarin we hem als ondernemende jonge landbouwer leren kennen.

De koloniale overheid zag aanvankelijk dan ook weinig gevaar in Doedel. Men verstrekte hem leningen en probeerde zijn ideeën voor een landbouwcoöperatie – het zgn. ‘plan Doedel’ in Lelystad – te helpen realiseren. Bij die landbouwactiviteiten ontpopte Doedel zich echter ook als een voorvechter van de rechten van de arme, gekleurde bevolking van Suriname. Dat werd hem minder in dank afgenomen en op een gegeven ogenblik zag hij zich gedwongen voor werk en inkomsten uit te wijken naar Curaçao. Daar ontwikkelden zich zijn organisatorische en schrijftalenten. Na publicatie van een zeer kritisch artikel over het beleid van de Surinaamse gouverneur Rutgers zocht en vond diens collega op Curaçao, Van Slobbe, aanleiding om Doedel als een gevaar voorde openbare orde terug te sturen naar Suriname.

Inmiddels was het begin jaren dertig en begon het communisme verstrengeld te raken met de antikoloniale strijd. Gouverneurs en procureurs-generaal scheerden communisme, socialisme en de ‘vrij van Holland’-beweging over één kam. Het was niet Doedel die van houding veranderde – zijn strijd bleef dezelfde, zelfs toen hij al opgesloten zat. Het koloniale gouvernement veranderde daarentegen wel van houding. De redenering was: ‘hoe krachtiger we optreden hoe sneller de Surinamer zijn strijd zal laten varen, dat is zijn volksaard.’ Ze hadden het mis. Ondanks de doorgedrukte muilkorfwetgeving bleven Doedel en anderen hun mening en boodschappen verkondigen.

Uiteindelijk bleek de politieke psychiatrie het meest doeltreffende middel, op ultrakorte termijn, om hem uit te schakelen. ‘Doedel was echt niet toerekeningsvatbaar’ luidde de stelling. Deze manier van handelen was makkelijk uitvoerbaar, gezien de nauwe onderlinge banden binnen de top van de gouvernementele ambtenarij. Men paste de tactiek ook op anderen toe, blijkt uit het onderzoek van Makdoembaks. Onder meer op Doedels medestrijder Hugo van Vliet. Die kwam pas vrij nadat er in Nederland Kamervragen over zijn opsluiting waren gesteld. Doedel werd echter doodgezwegen, waardoor dit middel bij hem veel effectiever werd ingezet.

De overheid arresteerde Doedel op 29 mei 1937. In 1987 schreef onderzoeker Ben Scholtens: ‘De omstandigheden van deze opsluiting zijn tot op de dag van vandaag niet opgehelderd.’ Dat geldt 34 jaar later nog steeds. Daarom besluit Makdoembaks zijn boek met twee niet mis te verstane conclusies: Nederland moet haar excuses aanbieden voor deze wandaad die het leven van Doedel en vele anderen heeft verziekt. En de Surinaamse regering kan helpen om deze koloniale wond te helen door de naam ’s Lands Hospitaal, die nog stamt uit de tijd van voor de onafhankelijkheid, te vervangen door Louis Doedel Hospitaal.Nizaar Makdoembaks is voormalig huisarts, onderzoeker en publicist. Hij schreef o.a. De Aprilmoorden – Berichten vanaf het Kerkhof van de Schande (2012), Wegwerpvrouwen – Het verhulde slavernijverleden van het Nederlandse koloniale leger, 1620-1920 (2017), De Goslar-affaire – Ontmaskering van een geheime militaire missie (2017), en Homovervolging in tijden van slavernij (2020). ………… (Star)


Lees verder

Bron: Starnieuws.com