Monetaire reserve en financiële sector bemoeilijken vrijlaten koers

Het streven van de regering is om de koers vrij te laten, maar door de situatie van de monetaire reserve en de financiële sector, die veel geld aan de overheid had geleend, wordt dat bemoeilijkt, geeft minister Armand Achaibersing van Financiën en Planning te kennen. Met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) is de vrijlating van de koers ook besproken. De minister zegt dat de koers in principe door de markt bepaald moet worden, maar daarvoor moeten er eerst maatregelen getroffen worden.
“Je hoort rekening te houden met het juiste moment en het juiste niveau en alle andere actoren in die economie,” zegt minister Achaibersing. Om de koers vrij te laten, is er een goede monetaire reserve nodig en die moet dus weer opgebouwd worden. De stijging van de euro- en USD-straatkoersen zorgt voor veel onrust. Minister Achaibersing vindt het daarom nodig om in te gaan op de huidige koersontwikkeling en stijging van prijzen voor goederen en diensten.
De wisselkoers is bepalend voor het economisch leven. Zo stijgen er prijzen van goederen en diensten, naarmate de wisselkoers omhooggaat. Voor onze economie is de focus wat meer op de US-dollar. Een belangrijke oorzaak is de vervlogen monetaire reverse van de Centrale Bank van Suriname (CBvS). “Zolang er geen goede monetaire reserve is om de koers te kunnen managen, krijg je een situatie waarbij die koers meer door buiten bepaald wordt dan door de CBvS,” geeft de minister aan.
Er zijn maatregelen nodig. De regering is daarom gestart met de regeling van de retentie-dollars om importen van basisgoederen, brandstof en medicamenten te garanderen. Deze maatregel is ook bedoeld om de monetaire reserve van CBvS op te schroeven. Een deel van de retentie-dollars zal namelijk gebruikt worden om deze monetaire reserve weer op te bouwen. Daarvoor dient ook de steun van het IMF.
Minister Achaibersing benadrukt dat ernaar gestreefd wordt om de koers te stabiliseren, waardoor prijzen ook stabiel kunnen blijven. Maar er moet ook rekening mee gehouden worden, dat prijzen in supermarkten tevens bepaald worden door prijzen van goederen en diensten in het buitenland. Ter illustratie gaf de minister aan dat de wereldmarktprijs van een barrel olie aan het begin van deze regeertermijn, US$ 40 was. Momenteel is deze boven de US$ 60 per barrel.
Suriname is een brandstof importerend land. Als de wereldmarktprijs stijgt, wordt deze doorberekend in de prijs van brandstof aan de pomp. Maar ook de stijgende prijzen van transport en bijvoorbeeld containers, worden doorberekend.

………… (SH)

Lees verder

Bron: Suriname herald