Meten is weten (slot): Meetbare prestatie-indicatoren

22/04/2021 15:15


 

ONDERZOEK –
IN DEZE SERIE van vijf artikelen gaf Ivan Fernald, auteur van het boek ‘Het roer moet om – Actieplannen voor beter onderwijs’, exclusief voor de Ware Tijd een cijfermatige doorlichting van de onderwijsresultaten van 2020. Zijn slotpleidooi.

Tekst: Ivan
Fernald

Het onderwijs staat voor grote
uitdagingen. De doorstroming en de kwaliteit laten te wensen over.
Bovendien is de vraag hoe maatschappelijk relevant de
onderwijsinhouden zijn en of de toetsing nog wel valide is. Zijn de
leerkrachten voldoende opgeleid in de nieuwe (digitale) didactiek?
Een uitstekende leraar in het face-to-face (fysiek) onderwijs hoeft nog niet automatisch
excellent te zijn in het online lesgeven.

Nieuwe competenties stellen nieuwe
bekwaamheidseisen aan de leerkrachten. Het Instituut voor Opleiding
van Leraren (IOL) dient een voortrekkersrol te vervullen om de
onderwijsgevenden de noodzakelijke kennis en vaardigheden bij te
brengen. Dit vereist een mindshift, andersoortige
beoordelingscriteria, nieuwe curricula en moderne didactische
werkvormen.

Het is de hoogste tijd dat het
opleidingsprofiel in overeenstemming wordt gebracht met het nieuwe
beroepsprofiel van de leraar. De toetsingscriteria zullen naar mijn
oordeel gewijzigd moeten worden. Het gaat niet alleen om het goede
antwoord: het proces tot het oplossen van het probleem is
belangrijker dan het vinden van de oplossing zelf. Studentenmoeten
ook een puntenwaardering krijgen voor de mate waarin zij de opgave
hebben benaderd en de handelingen die zij gepleegd hebben om tot
een oplossing te geraken.

Data

Het is noodzakelijk dat er voldoende data beschikbaar is. De
leervertragingen als gevolg van langdurige les-uitval (door corona)
in 2020 en 2021, moeten nauwgezet per school en per leerling in
kaart gebracht worden. Welke hiaten zijn er per kind na
doorstroming? Wij moeten erop bedacht zijn dat het
beheersingsniveau per leerling (na doorstroming naar de volgende
klas of het opeenvolgend onderwijsniveau) heel verschillend zal
zijn.

Kwetsbare en kansarme leerlingen met de grootste achterstanden
verdienen niet gelijke kansen, maar méér kansen

Kansarme en kwetsbare leerlingen lopen het grootste risico om
achter te raken. De sociaaleconomische omstandigheden zijn soms zo
schrijnend dat er geen sprake kan zijn van leren in de
thuissituatie. Miskenning van de uiteenlopende beginsituatie zal de
kansenongelijkheid tussen leerlingen
vergroten. Kwetsbare en kansarme leerlingen met de
grootste achterstanden verdienen niet gelijke kansen, maar
méér kansen. Is er geregistreerd hoe groot de
lesuitval is geweest per niveau en tussen de verschillende scholen
binnen hetzelfde niveau (glo, voj, vos, hbo)? Is het
gekwantificeerd in weken en uren? Kan het procentueel worden
weergegeven?

Deze data zijn belangrijk omdat het de basis is voor een route
kaart voor een herstelfase. Dit veronderstelt een structurele
aanpak gedurende meerdere jaren voor diverse leertrajecten.
Kwetsbare en kansarme leerlingen met de grootste achterstanden
verdienen niet gelijke kansen, maar meer kansen. Zij moeten in de
opstartfase niet om de beurt naar school, maar vaker lessen volgen
(contacturen), dan hun beter gesitueerde vriendjes. Er moet voor
deze categorie leerlingen elevatieprogramma’s ontwikkeld
worden.

In de nieuwe situatie zal er ook een speciaal traject voor
vlotte scholieren aangeboden dienen te worden. Elke leerling moet
een uitdaging krijgen die bij hem of haar past. Zijn de
leerkrachten in voldoende mate opgeleid om met de differentiaties
om te gaan?

Voortgangscontrole

Het is van belang om de voortgang van het onderwijs te monitoren
aan de hand van ontwikkelingsindicatoren, maar dan moeten er
meetbare beleidsdoelen door het ministerie van Onderwijs,
Wetenschap en Cultuur (MinOWC) geformuleerd worden. Er zijn drie
kernvragen waarvan het antwoord voor iedereen duidelijk moet zijn.
Wat willen wij met het onderwijs, waarom willen wij dat en hoe
komen wij daar (hoe realiseren wij dat)? Alle innovatie maatregelen
zijn hiervan afgeleid. Het moet voor de samenleving helder zijn op
welke strategische pijlers het onderwijs rust en er moet consensus
bestaan over de uitgangspunten waarop de innovatie betrekking
heeft. Strategische doelen dienen te worden omgezet in operationele
doelstellingen, waarbij er tijdgebonden beleidsprestaties moeten
worden gerealiseerd. De programma’s die daaruit voortvloeien,
moeten worden gebudgetteerd.

Ondersteuning

Het gaat niet alleen om het goede antwoord: het proces tot het
oplossen van het probleem is belangrijker dan het vinden van de
oplossing zelf

De omslag van kennisgedreven educatie naar competentiegericht
probleemoplossend onderwijs, vereist een gedegen voorbereiding. Er
zal ook onderzoek gepleegd moeten worden of de huidige eindtermen
nog in relatie staan tot de ontwikkelingsdoelen zoals vastgelegd in
het (Meerjarig) Ontwikkelingsplan 2021- 2026 (dat onder constructie
is). De tijd is rijp voor een heroriëntatie van het onderwijs in
Suriname. Strategische keuzes moeten gemaakt worden ten gunste van
duurzame ontwikkeling.

Wij moeten kiezen voor ontwikkeling in strategische,
deviezengenererende en maatschappelijk relevante sectoren en het
onderwijs daarop afstemmen. Mensen staan aan de basis van
ontwikkeling. Onderwijs staat in dienst van de nationale
ontwikkeling.

Bijzondere ontwikkelingskansen liggen in toerisme, agrarische
sector, ICT en outsourcingsbranche (zoals callcenters en helpdesks
voor buitenlandse ondernemingen). De natuur en … ………… (DWT)


Lees verder

Bron: De Ware Tijd Suriname