Menke: De uitdagingen van ‘Machtsdeling’ (1)

Suriname heeft van 1980-2020 wisselende regimes binnen drie vormen van  macht. De 10 regimes en/ of burgerregeringen die elkaar afwisselden kunnen worden ondergebracht in de drie machtsvormen: 2 autoritair, 3 populistisch, en 5 gebaseerd op ‘machtsdeling’.
Machtsdeling

‘Machtsdeling’ begon met de verbroederingspolitiek tussen Lachmon en Pengel in de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Hierbij wordt verondersteld dat ondanks verschillen of tegenstellingen tussen verschillende partijen met etnische of religieuze grondslag consensus wordt bereikt via respectvol ‘onderhandelen’ tussen de politieke leiders. Het accent ligt  op het voorkomen van conflicten en het binnenskamers oplossen van tegenstellingen. Wanneer tegenstellingen zich voordoen kan het nemen van beslissingen vaak lang op zich wachten, terwijl men de achterban buiten de besluitvorming houdt.  

We kunnen lering trekken uit hoe kiezers een recente periode van ‘machtsdeling’ beoordeelden: de coalitie regering Venetiaan (2005-2010) met de NPS, VHP, PL, SPA , A-combinatie en DA’91. Een door IDOS gehouden peiling van 26-28 januari 2007 onder kiesgerechtigden in Paramaribo is illustratief voor het functioneren van deze coalitieregering. Terwijl President Venetiaan bij de aanvang van de regeringsperiode vaker waarschuwde tegen etnische politiekvoering, was de mening van de kiezers dat zijn regering daar vooral zelf mee bezig zou zijn. De helft van de kiezers vond deze regering veel etnischer dan voorgaande regeringen. Het gronduitgifte beleid werd een spraakmakende beleidskwestie waarmee de regering Venetiaan  (2005-2010) steeds werd geconfronteerd. 

Volgens de IDOS-peiling had 45% van de kiezers of iemand uit hun huishouden in de afgelopen 15 jaar grond aangevraagd. Bijna de helft van de huishoudens in Paramaribo had op zijn minst een keer bij het ministerie van RGB aangeklopt voor een perceel. Van degenen die voor hun huishouden een stuk grond hadden aangevraagd is slechts 12% in aanmerking gekomen voor een perceel, 5% ontving een afwijzing en 83% van de aanvragers kreeg nooit een antwoord. Ondanks de felle kritiek van coalitie en oppositie in het parlement op het grondbeleid en serieuze aanwijzingen van corruptie, werd minister Jong Tjien Fa de totale zittingsperiode 2005 -2010 als minister van RGB gehandhaafd. De grond issues maar ook andere kwesties werden onder het coalitietapijt van ‘machtsdeling’ geveegd en zijn illustratief voor een ontoereikende beleidsrealisatie en droegen waarschijnlijk bij aan de nederlaag van de partijen in de coalitie regering (2005-2010)  bij de verkiezingen van 2010.

Keuzen 
De wisselende machtsvormen in de periode 1980 – 2020 werken remmend op ontwikkeling. Het overheidsapparaat is niet alleen een financieel obstakel, maar bovenal een apparaat waar deskundigheid voor het kunnen faciliteren van ontwikkelingsprocessen, ondergeschikt is gemaakt aan een leger van ongeschikten in leidinggevende posities. Welke zijn de uitdagingen voor gelegenheidscoalitieregeringen – met een grote versnippering van beleidsgebieden via 17 ministeries?

Met de huidige politieke cultuur bieden noch populistische regeringen, noch coalitie regeringen met een traditionele ‘machtsdeling’ garanties voor daadwerkelijke ontwikkeling. De huidige coalitieregering  die te midden van belangentegenstellingen tussen de diverse  partijen (met een min of meer sterke etnische basis) consensus probeert te bereiken en politieke stabiliteit wil garanderen, zal steeds meer in beslag worden genomen om conflicten te voorkomen of op te lossen. De oplossing voor politieke en economische duurzaamheid ligt niet in het centraal stellen van de rechtsstaat en/of de sociale herverdeling. Noodzakelijkerwijs  moeten aan deze twee issues twee strategische besluiten voorafgaan. 

Ten eerste, het  kiezen, ontwerpen en uitvoeren van een niet traditionele ‘minerale bronnen’ ontwikkelingsstrategie. Ten tweede moeten bij het ontwerpen van deze ontwikkelingsstrategie zo veel mogelijk politiek onafhankelijke deskundigen uit eigen land en regio worden ingezet, en waar nodig aangevuld met internationale expertise. Een omwenteling in het ontwikkelingsdenken, de politieke cultuur, en het gezond maken van de scheve economische structuur met als kern een contraproductieve overheid, is een must. Dit zal politieke consequenties hebben voor de leiding en achterban van politieke partijen. 

Een ding is duidelijk: coalities van ‘machtsdeling’ moeten op een slimme wijze ‘afkicken’ van de verslaving aan ontwikkelingshulp en nu ook van de verslaving aan niet hernieuwbare hulpbronnen (olie, goud en bauxiet). Een gebalanceerde strategie van productie via hernieuwbare hulpbronnen, waarin culturele diversiteit en lokale ontwikkeling integraal worden opgenomen, biedt uitzicht op duurzaamheid en daarmee ook op het beëindigen van de wisseling van macht. De regering-Santokhi staat voor de immense taak acties te ondernemen om enerzijds een gefragmenteerde ‘gelegenheidsregering’ bijeen te houden en een antwoord te vinden op nieuwe en complexe machtsverhoudingen, en anderzijds een shift in het ontwikkelingsbeleid te bewerkstelligen waarmee wordt beantwoord aan de torenhoge verwachtingen van kiezers in een samenleving in crisis. 

Jack Menke
………… (Star)


Lees verder

Bron: Starnieuws.com