Levens bespreekt onderwijsvernieuwing met het veld

Dit jaar zijn diverse veranderingen doorgevoerd in het onderwijs. Er zullen geen drop-outs meer zijn en kinderen hoeven ook geen ‘6e klas toets’ meer te maken. Grote klassen van over de 40 leerlingen zullen niet meer bestaan. Er mogen maximaal 24 leerlingen in een klas zitten. 

Minister Marie Levens van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur en haar staf hebben afgelopen dagen de werkbesprekingen met leerkrachten en schoolleiders voortgezet. Er is van gedachten gewisseld met schoolleiders over de aankomende vernieuwingen binnen het onderwijs. Levens bracht een bezoek aan OS 1 Meerzorg en sprak met schoolleiders van de cluster Commewijne. Dinsdag sprak ze met OS Garnizoenspad en de schoolleiders van de cluster Kwatta en omgeving, meldt de Communicatiedienst Suriname.

 Samen met haar team vroeg zij de schoolleiders hoe zij denken over vraagstukken als:
• Niet meer uit het hoofd leren maar zinvol leren, waarbij het kind leert om de verkregen kennis toe te passen in het dagelijks leven en beter onthoudt.  

• Het cijfer zegt nog niet welk onderdeel van het vak het kind wel of niet goed begrijpt. Daarom wordt voorgesteld te werken met een voortgangsrapport. In het voortgangsrapport kan worden aangegeven welke onderdelen van het vak voldoende begrepen worden en welke onderdelen meer aandacht nodig hebben. De leerkrachten kennen het observatieschrift al. Het voortgangsrapport is iets uitgebreider dan het observatieschrift dat ze voor elke leerling al hebben. Geen drastische wijziging dus. De onderdelen waarin het kind zwak is, worden genoteerd zodat elke leerkracht weet hoe het kind te helpen die gap weg te werken. 

• De traditionele 6e klasse toets zoals we die kennen is er niet meer. Die toets selecteerde kinderen uit op een klein momentje in hun leven. Nu kiezen we voor meerdere testen per jaar. Testen die ons vertellen waar het kind meer hulp bij nodig heeft. Als we vaker testen in elk leerjaar, dan kunnen we op tijd hulp bieden zodat het kind verder kan. Die testen, zeg maar repetities nieuwe stijl, worden door het examenbureau afgenomen. Het Examenbureau is nu bezig met het ontwerpen van de standaard testverslagen, zogenaamde rubrics. Het Examenbureau zal meehelpen om de leerkrachten van alvast leerjaar 8 (6e klas) te trainen. 

• Geen zitten blijven. Niet stilstaan. Dat is geen optie meer. We werken met voortgangsrapporten. Dat wil zeggen elk kind moet vooruitgaan en niet achteruit. Niet terug naar een vorige klas of stil blijven staan in dezelfde klas. Elk kind moet voortgaan, doorgaan binnen zijn eigen niveau en eigen tempo, eigen capaciteiten en eigen talenten. De ontwikkeling/vordering van het kind wordt vastgelegd in een voortgangsdocument. Sommige kinderen zullen daardoor de lagere school iets sneller afmaken en anderen iets langzamer, maar ze gaan voort.

• Geen drop-outs meer. Houd geen kinderen achter laat ze doorgaan. Kinderen laten blijven zitten jaar in jaar uit brengt kinderen van 14 en 15 jaar samen in een klas met kinderen van 9 jaar. Dat is niet gezond. Het is pedagogisch en psychologisch niet verantwoord. Op de leeftijd van 12 jaar moet elk kind al van de huidige lagere school weg zijn. Laten we nadrukkelijk zoeken naar hun talenten, laten we hun talenten ontdekken. Laten wij deze talentvolle kinderen laten groeien.  

• Het oude traditionele 6e klas examen bepaalt waar het kind naar toe moet. Met cijfers van een moment, cijfers die niet voldoende vertellen wat het kind wel of niet kan, met die cijfers dirigeren wij de kinderen terug naar de 6e klas, naar LBO of Mulo. Waarom moeten wij bepalen waar het kind naar toe moet, terwijl het kind op dat moment niet eens beseft wat er om hem heen gebeurt? Maar dat 6e klas uitslagmoment is wel bepalend voor de rest van het kind zijn leven. Daarom is het voorstel het kind de kans te geven in 2 brugjaren na de 6e klas (leerjaar8) zich te oriënteren. Laat het kind groeien in die 2 jaren en kennis maken met verschillende mogelijkheden. Mogelijkheden zoals Mulo A (profiel handelswetenschappen), Mulo B (Wis- en Natuurkunde) Mulo C (ICT en talen want de 3 jarige havo kent dat en IOL, PTC etc hebben die studierichtingen) Mulo D (profiel kunst, muziek en cultuur want er zijn zelfs studierichtingen op onder andere AHKCO in die richtingen, helpen nu profiel Mulo D vorm te geven). Maar ook heel bewust voor bouwkunde, electro, en vele andere technische beroepen. Twee jaar na de 6e klas kiezen de kinderen bewuster. Ze zijn dan al 13 of 14. Beroepenoriëntatie bestaat al op het LBO. Gun het de kinderen die geslaagd zijn voor het Mulo ook. Laat alle kinderen genieten van die 2 brugjaren en een degelijke beroepenoriëntatie.

• Geen grote klassen van 48 leerlingen meer. Dat verdwijnt definitief. Maximaal 24 leerlingen per leerkracht per klas zal worden toegestaan. Bij hele grote scholen zal het 3 dagen school blijven. En tijdens de … ………… (Star)


Lees verder

Bron: .com