Laatste kans Bouterse over excepties op 26 februari

29/01/2021 11:43 – Ivan Cairo

Echtgenote Ingrid Bouterse-Waaldring (links) beklaagde zich vrijdag bij de media erover dat zij niet was toegelaten tot de zitting waar ze haar man bij de voortzetting van zijn verzetzaak moreel wilde ondersteunen. : Ivan Cairo  
PARAMARIBO – Een dag nadat hij zijn succesvolle staatsgreep van 1980 heeft herdacht krijgt ex-legerleider Desi Bouterse op 26 februari voor het laatst de gelegenheid in te gaan op het standpunt van het Openbaar Ministerie over de bezwaren die hij heeft gemaakt in zijn verzetzaak. Bouterse heeft via zijn advocaat, Irvin Kanhai, excepties opgeworpen. Hij vindt de dagvaarding nietig en de Krijgsraad onbevoegd om kennis te nemen van deze zaak.
De ex-bevelhebber van het Nationaal Leger werd op 29 november 2019 bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 jaar als medepleger van moord op vijftien mannen in de nacht van 7 op 8 december 1982. Kanhai vindt de dagvaarding ongeldig omdat deze is ondertekend door een persoon die op de dag van ondertekening nog niet als auditeur-militair benoemd was. Ook was de dagvaarding in de verzetszaak niet volledig uitgeschreven, maar werd verwezen naar een eerdere kennisgeving van verdere vervolging in de strafzaak die geleid heeft tot de veroordeling.
Als verweer voerde auditeur-militair Manro Danning vrijdag aan dat de dagvaarding aan alle door de wetgever gestelde eisen en functies voldoet, waaronder persoonsaanduidings-, informatie- en beschuldigingsfunctie. In de dagvaarding is opgenomen wie de verdachte is en van welk strafbaar feit die wordt beschuldigd. Hij voerde aan dat sinds 2004 Bouterse een kennisgeving van verdere vervolging kreeg en in november 2007 een dagvaarding die volledig op de wet is gestoeld. De verzetszaak heeft als basis voormelde dagvaarding, stelde de aanklager.
Hij vroeg zich af hoe Kanhai jarenlang excepties heeft opgeworpen en verweren heeft gevoerd in de vorige strafzaak als hij nu beweert dat deze dagvaarding onbekend is bij zijn cliënt. De strafzaak is bovendien bekend bij de Krijgsraad, is nu in de stand van verzet en alle processtukken zijn deel van het dossier, merkte de auditeur-militair op. In de verzetzaak wordt Bouterse niet van nieuwe feiten beschuldigd.
Kanhai stelde in reactie daarop het niet eens te zijn met de zienswijze van de aanklager. Hij voerde aan dat onder andere op basis van de vorige dagvaarding meerdere verdachten werden aangeklaagd, van wie een aantal inmiddels is vrijgesproken. Met betrekking tot de beweerde onbevoegdheid van de Krijgsraad stelde Danning, dat deze rechtbank bevoegd is kennis te nemen van de verzetszaak omdat het strafbaar feit zich op Surinaamse bodem heeft voorgedaan.
Hij vroeg de Krijgsraad daarom de excepties af te wijzen. De raadsman van Bouterse vroeg het omgekeerde: het gegrond verklaren van de formele bezwaren. Op voorstel van de Krijgsraad is besloten dat de auditeur-militair over uiterlijk twee weken schriftelijk reageert op de stellingen van de verdediging. Kanhai krijgt op de hervatting van de zitting op 26 februari voor de gelegenheid daarop in te gaan. De Krijgsraad zal daarna een oordeel vellen of de excepties gegrond worden verklaard of afgewezen.
  Tweet
 
Gerelateerde artikelen

………… (DWT)


Lees verder

Bron: De Ware Tijd Suriname