Kanhai vindt dagvaarding Bouterse nietig

01/12/2020 05:55 – Ivan Cairo

Desi Bouterse (m) bij het verlaten van het gerechtsgebouw. :  
PARAMARIBO – De dagvaarding waarmee Desi Bouterse is opgeroepen om aanwezig te zijn bij de behandeling van zijn verzetzaak voldoet niet aan de wettelijke vereisten. Dat vindt zijn raadsman Irvin Kanhai.
De advocaat stelde maandag bij het maken van bezwaren dat de oproep niet binnen de wettelijk vastgestelde termijn aan de belanghebbende is betekend. Ook bevat het zaken die niet op waarheid berusten en is er niet helder omschreven wat de strafbare feiten zijn. Voorts was auditeur-militair Manro Danning volgens de strafpleiter niet bevoegd om de dagvaarding te tekenen, omdat hij, ten tijde dat hij dat deed, nog niet in die functie zou zijn benoemd.
Kanhai noemde de oproep daarom geen dagvaarding, maar kwalificeerde het als “een bescheid”. Het voldoet niet aan de omschrijving zoals vastgelegd in het wetboek van Strafvordering en daarom is de dagvaarding “nietig” vindt de advocaat. Hij concludeert dat Danning onder een “valse hoedanigheid” de oproep heeft getekend. De advocaat heeft ook het buiten toepassing laten van de Amnestiewet door de Krijgsraad aangevoerd als exceptie. Hij stelde dat de rechtbank onbevoegd was dat te doen. De beslissing die de Krijgsraad destijds heeft genomen om de Amnestiewet te toetsen komt volgens Kanhai alleen de burgerrechter toe.
Toen het Openbaar Ministerie (OM) de Krijgsraad destijds had voorgehouden dat er een Amnestiewet was geslagen die betrekking had op de moorden van 8 december 1982, had de rechtbank het OM niet ontvankelijk moeten verklaren, meent de raadsman. Echter werd besloten de Amnestiewet terzijde te leggen en door te gaan met de behandeling van het strafproces. Kanhai presenteerde de excepties nadat Bouterse een verklaring had afgelegd waarom hij in verzet tegen zijn veroordeling is gegaan en waarom hij nooit eerder voor de rechtbank was verschenen.
Bouterse werd op 29 november vorig jaar veroordeeld tot een gevangenisstraf van twintig jaar voor zijn aandeel in de geruchtmakende Decembermoorden. Op 8 december 1982 werden vijftien tegenstanders van de toenmalige regering die geleid werd door Bouterse in Fort Zeelandia doodgeschoten, nadat ze de avond tevoren door militairen van hun bed waren gelicht of uit de gevangenis gehaald. In zijn verklaring stelde de verdachte dat hij er niet trots op is en dat het hem “echt veel verdriet heeft gedaan en hij er ook spijt van heeft, dat ik de gebeurtenissen van december 1982 niet heb zien aankomen. Ik ben daarom in verzet gekomen, omdat het evident is dat onvoldoende inzicht in de onderliggende psychologische factoren bij de genoemde omstandigheden aanwezig was.” De vereiste forensische deskundigheid is wel voor het proces aangetrokken, aldus de ex-bevelhebber, “maar de even dringend nodige psychologische expertise, helaas niet. Dit ondanks het ruime budget dat voor het strafproces beschikbaar is geweest. Bijgevolg was er vanaf de start van het proces geen andere optie dan om uit het volkomen ongerijmde, de vereiste voorbedachten rade te construeren”.
  Tweet
 
Gerelateerde artikelen

………… (DWT)


Lees verder

Bron: De Ware Tijd Suriname