Kamerbrede steun voor raamwet voedselveiligheid

13/11/2020 05:50 – Aidy Pinas-Agodeba

Mohamedsafief Gowrie (staand) krijgt de felicitaties van fractieleider Asiskumar Gajadien nadat hij als voorzitter van de commissie van rapporteurs het woord had gevoerd.  
PARAMARIBO – De raamwet Voedselveiligheid, waarvan de behandeling donderdag in De Nationale Assemblee is begonnen, is een noodzaak om veilig voedsel voor de gemeenschap te garanderen. Deze opvatting leeft kamerbreed bij het parlement. De leden die aan het woord kwamen zijn het er over eens dat wet een goed instrument is om de voedselveiligheid en de bescherming van consumenten tegen gevaarlijke voeding te garanderen. Wel moet het ontwerp op sommige punten worden aangepast. Uit de raamwet moet ook het Nationaal Instituut voor Voedselveiligheid Suriname voortkomen.
Mohamedsafiek Gowrie (VHP), voorzitter van de commissie van rapporteurs, onderstreept dat er wereldwijd vraag is naar veilig en kwalitatief voedsel en dat Suriname niet achter mag blijven. Hij wijst erop dat internationale markten gesloten blijven voor sommige landen om het feit dat ze niet voldoen aan internationale eisen voor voedselveiligheid. Export is tegenwoordig alleen mogelijk als producenten kunnen aantonen dat ze op de voorgeschreven wijze produceren.
Door veilige en gezonde voeding kunnen bepaalde ziekten voorkomen worden. Gowrie: “Elk jaar worden miljoenen mensen ziek door onder ander het eten van besmette voeding of voeding die giftige stoffen bevat.” Hij wijst er wel op dat zorgen voor voedselveiligheid een gedeelde verantwoordelijkheid is en dat dus ‘iedereen’ daaraan moet bijdragen.
Ronny Asabina (BEP) mist daarom bij het tot stand komen van de wet de betrokkenheid van belangrijke belanghebbenden, waaronder het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg en de districtscommissarissen. “Het is de districtscommissaris die vergunningen verstrekt voor eethuizen en dergelijke. Het is daarom goed om deze autoriteiten te betrekken.” Er moet volgens de politicus goed worden nagegaan wie betrokken moeten worden en wat hun taak of verantwoordelijkheid zal moeten zijn.
Asiskumar Gajadien (VHP) ondersteunt de wet, maar wijst er tegelijk op dat er ook voldoende aandacht besteed moet worden aan kleine ondernemers. Hij vindt dat de wetgeving de ‘kleine man’ niet in een achtergestelde positie moet brengen, maar de mogelijkheid moet bieden te groeien. Patrick Kensenhuis (NDP) pleit voor financiële ondersteuning van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) aan onder andere kleine ondernemers, omdat sommige van hen door Covid-19 in problemen zijn gekomen.
De volksvertegenwoordigers willen ook weten hoe de kwestie van importgoederen zal worden aangepakt. Er wordt ervoor gepleit dat Surinaamse ondernemers zoveel mogelijk ondersteund en beschermd worden. LVV-minister Parmanand Sewdien stelt de assembleeleden gerust. “Het gaat de goede kant op. We zullen maatregelen moeten nemen, anders gaan we onze producten niet kwijt kunnen raken zowel lokaal als internationaal.” In een vervolgvergadering zal de minister inhoudelijk ingaan op wat het parlement naar voren heeft gebracht.
  Tweet
 

………… (DWT)


Lees verder

Bron: De Ware Tijd Suriname