Japin: Suriname moet vasthouden aan jurisdictie Corantijnrivier

20/10/2020 19:59 – Ivan Cairo
PARAMARIBO – In de discussies met Guyana om een brug over de Corantijnrivier te bouwen dient Suriname eraan vast te houden dat deze rivier over de volle breedte Surinaams grondgebied is. Een brug zal daarom ook onder Surinaamse jurisdictie vallen. Dat stelt Japin, het wetenschappelijk bureau van de NPS in een communiqué.
Zondag heeft ook socioloog en politiek commentator Deryck Ferrier bij Radio ABC aangegeven dat de bouw van voornoemde brug een volledig Surinaamse aangelegenheid hoort te zijn. Hij wees onder meer op het oude standpunt van Suriname dat pas met Guyana wordt gesproken over een brug over de Corantijnrivier wanneer Georgetown erkent dat het Tigrigebied in het zuidwesten Surinaams grondgebied is en deze ontruimt. Guyanese troepen houden dit gebied sinds 19 augustus 1969 bezet.
Japin: “Van belang is dat het Surinaamse standpunt, dat de Corantijnrivier over haar volle breedte tot de hoogwaterlijn aan de westelijke oever onder Surinaamse jurisdictie valt en dus ook dat gedeelte van de brug daarboven, onverkort gehandhaafd wordt. De Corantijnrivier is een nationale rivier en geen internationale grensrivier. Concessies doen op dit gebied zal Guyana alleen maar ondersteunen in haar claims wat, voor Suriname en voor de NPS in het bijzonder, onaanvaardbaar is.”
Het wetenschappelijk bureau adviseert de regering om relevante deskundigen die met de grenskwestie bezig zijn geweest en jarenlange ervaring en kennis op dit gebied hebben opgedaan, te raadplegen. In deze kwestie is het geen aangelegenheid van deskundigen van slechts één partij, of van de regering, of van de coalitie of van de oppositie. “Het gaat om een nationale aanpak, waarbij de deskundigheid van alle Surinamers wordt gebundeld. Regering, gebruik de institutional memory die wij als natie hebben!”
Het instituut juicht het toe dat de regeringen van de twee landen voornemens zijn om voortvarend de samenwerking tussen beide landen op vele gebieden te intensiveren. Echter, Japin waarschuwt “om niet lichtvaardig om te gaan met aspecten van de brug, die de grens tussen beide landen kunnen regarderen”. De minister van Buitenlandse Zaken van Guyana, Hugh Todd, heeft op 16 oktober aangegeven, dat beide landen het grote vraagstuk van jurisdictie over de brug nog niet hebben besproken. Volgens hem hebben de besprekingen zich tot nu toe gericht op de technische en financiële vraagstukken.
Japin voert de overeenkomsten uit 1799 tussen toenmalig gouverneur Frederici van Suriname en zijn ambtsgenoot Van Batenburg van Berbice aan, waarin is vastgelegd dat het gebied tussen Devil’s Creek en de westelijke oever van de Corantijnrivier afgestaan is aan Berbice. De Corantijnrivier inclusief de eilanden werden als Surinaams grondgebied door beide koloniën erkend. “Deze overeenkomst heeft internationale erkenning verworven door het Verdrag van Parijs en het Verdrag van Amiens. Suriname heeft voor 221 jaren onafgebroken en consistent de gehele Corantijnrivier onder haar controle gehad.”
Desondanks ziet Japin in de loop van de geschiedenis allerlei pogingen van Guyana om de westelijke grens op een andere manier te definiëren. “Zo stellen ze, zodra ze daar de gelegenheid toe krijgen, dat de grens gevormd wordt door het diepste punt in de vaargeul (thalweg) van de Corantijnrivier. De discussies, onder welke vlag de Canawaima veerboot zou moeten varen, liggen ons nog vers in het geheugen. Suriname moet Guyana niet in de kaart spelen”, vindt Japin.
  Tweet
 
Gerelateerde artikelen

………… (DWT)


Lees verder

Bron: De Ware Tijd Suriname