Jaarverslag 2015 CBvS krijgt geen goedkeuring accountant

Het jaarverslag 2015 van de Centrale Bank van Suriname (CBvS) is eindelijk uitgekomen. Dit verslag krijgt geen schoonheidsprijs. De accountant BDO volstaat slechts met een ‘controle verklaring’. Er is geen goedkeuring aan het verslag gegeven. Het heeft jaren geduurd voor het boekjaar 2015 afgesloten kon worden, waardoor ook de verslagen van de jaren daarop niet kunnen worden uitgebracht. Governor Maurice Roemer hoopt binnen afzienbare tijd de verslagen te zullen publiceren. De door de CBvS ondernomen beleidsacties in 2015 hebben geresulteerd in een groot verlies over dat jaar. “Wij geven geen oordeel over de getrouwheid van de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening over 2015”, deelt BDO mee. “Vanwege het belang van de aangelegenheden beschreven in de paragraaf ‘Basis voor onze oordeelonthouding’ zijn wij niet in staat geweest om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen om daarop ons oordeel bij de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening als geheel te baseren,” stelt de accountant. 
De basis voor de oordeelonthouding is:
• Vorderingen op de Staat Suriname ‘Geconsolideerde Staatsschuld-III’. Deze vordering op de Staat Suriname heeft geen wettelijke basis en is niet door enige harde zekerheidstelling gedekt. De ‘Geconsolideerde Staatsschuld-III’ die per 18 september 2015 is afgesloten door de Bank met de Republiek Suriname voor een bedrag van SRD 2.498.327.404 betreft in principe:
• enerzijds een herstructurering per 17 september 2015 van de onderstaande vorderingen van de Bank op de Staat:
– het saldo van de ‘Geconsolideerde Staatsschuld-II’, die was afgesloten in 2002;
– het saldo van het werkvoorschot ex artikel 21 van de Bankwet;
– het saldo van de overtrekkingen van de Surinaamse Staat op zijn rekening-courantrekeningen (debet
standen) en
• anderzijds de financiering van het saldo van diverse overige schulden van de Surinaamse Staat aan onder
andere Staatsinstellingen en derden.

Deze leningsvorm, waarvan de toelaatbaarheid niet in de Bankwet 1956 en zoals aangepast in 2005 (SB 2005/
no 56 geldende tekst S.B. 2010 no. 173) is opgenomen, heeft derhalve in eerste aanleg geen wettelijke grondslag alsook ontbreken er in tweede instantie acties om deze separaat via een andere rechtsingang, zoals De Nationale Assemblee, te laten goedkeuren. De Staat heeft tot zekerheid van de door de Bank op haar verkregen vordering, de ‘Geconsolideerde Staatsschuld-III”, zijn recht op de jaarlijkse winst van de Bank, aan deze gecedeerd. De facto is per 31 december 2015 vanwege het verlies over het boekjaar 2015 geen sprake van een valide aanspreekbare dekking door middel van deze zekerheidstelling. Evenmin is er sprake van een valide aanspreekbare dekking van deze vordering op de Staat met betrekking tot de boekjaren 2016 en 2017 vanwege de indicatieve verliezen over deze twee jaren voor totaal SRD 650.673.892. Dit is ook niet het geval ten aanzien van de boekjaren 2018 en 2019 daar het verlies over 2015
en de indicatieve verliezen over boekjaren 2016 en 2017 in totaal SRD 906.974.440 hoger zijn dan het totaal
van de indicatieve positieve resultaten over 2018 en 2019 groot SRD 257.092.051.

In het jaarverslag 2015 beschrijft BDO gedetailleerd een aantal financiële acties waar vraagtekens bij worden geplaatst. 
………… (Star)


Lees verder

Bron: Starnieuws.com