Is het koloniale verleden iets van lang geleden?

Op 25 november viert Suriname zijn 45e Onafhankelijkheidsdag. Verschillende clichés en mythes over het koloniale verleden zijn in de afgelopen decennia ingeburgerd en leven tot op vandaag voort: ‘Suriname was een modelkolonie’, ‘alles ging goed’ en ‘de gezondheidszorg en het onderwijs waren de beste van het gehele Caribisch gebied’. De werkelijkheid was veel genuanceerder dan dat. Hoe denkt men vandaag over het koloniale verleden en hoe is die beeldvorming in postkoloniaal Suriname tot stand gekomen?

Koloniale verleden
Uit mijn discussies met Surinamers die al decennia in Nederland wonen en zij die Suriname nooit hebben verlaten, blijkt dat men nu anders denkt over het koloniale verleden. Mensen uit beide groepen kijken, evenals Nederlanders die vóór de onafhankelijkheid in Suriname hebben gewoond, vandaag kritisch terug op het Surinaams koloniale verleden. Veel van de gebeurtenissen uit dit verleden stroken niet met hun eigen waarden: slavernij, contractarbeid, onderdrukking, uitsluiting, uitbuiting en plundering van de economie.

De inheemsen waren de eersten die als slaven moesten werken op de plantages. De guerrilla van Kaikoesi zorgde in de 17e eeuw bijna voor het einde van de kolonie. Cojo, Mentor en Present werden in 1833 levend verbrand als straf voor hun verzet tegen de slavernij. Als alternatief voor de arbeid door slaven werden contractarbeiders gehaald. Protesten georganiseerd door activisten als Mathura, Ramjanee, Raygaroo, Hardat en Wongsoredjo werden hard en bloedig neergeslagen.

Begin jaren dertig kwam Anton de Kom in opstand tegen de uitbuiting van de arbeidersklasse en de onderdrukking door het koloniale bewind. Louis Doedel werd 43 jaar lang in een psychiatrische inrichting opgesloten vanwege zijn als bedreigend ervaren vakbondsactiviteiten.

Na de Tweede Wereldoorlog verbeterde de leefomstandigheden enigszins. Met het Statuut kwam een beperkt eigen bestuur. De bevolking kreeg echter nauwelijks uitzicht op lotsverbetering. Een ontluikende middenklasse formuleerde alsmaar luider eisen aan het adres van de kolonisator. Een prille onafhankelijkheidsbeweging kreeg stilaan vorm.

Srefidensi
Het Nationale Comité Suriname pleitte reeds in 1952 voor onafhankelijkheid. Vanaf 1961 streefde de Partij Nationalistische Republiek naar een snelle onafhankelijkheid. De VHP/PNP-coalitie die in 1969 aantrad, vond onafhankelijkheid geen goed idee, maar wilde wel de voorbereidingen daartoe treffen. In 1973 kondigde de NPK-regering de onafhankelijkheid aan. De VHP vond het voor onafhankelijkheid te vroeg. De periode die volgde was tumultueus, maar eindigde in een verzoening tussen de politieke leiders Arron en Lachmon. Op 25 november 1975 vierde men voor het eerst ‘Srefidensi’.

Na de sergeantencoup in 1980 waren velen vol hoop over dit aantreden, maar zagen later de economische situatie niet verbeteren. In 1987 schreven de militairen algemene verkiezingen uit. De rol van Nederland bij de staatgreep en gedurende de jaren van het militaire bewind is nog altijd voer voor discussie.

Problematische dekolonisatie
Alle groepen typeren de koloniale propaganda als een buitengewoon geraffineerde propaganda. Na de onafhankelijkheid heeft men het debat over de kolonisatie nooit echt teruggenomen. Men heeft dat grotendeels nagelaten omdat grote delen van de politieke- en intellectuele elites (blijkbaar) de neiging hadden om nooit over het koloniale verleden te spreken. Nu men steeds meer te weten komt over het verleden zijn de koloniale propaganda en de koloniale geschiedenis twee verhalen die botsen. De koloniale geschiedenis moet nu geschreven worden vanuit Suriname. 

In het debat heeft men lang de neiging gehad om de clichés en de mythes over het koloniale verleden te herhalen. Deze (foutieve) beelden vervagen echter. Dat de dekolonisatie de afgelopen decennia problematisch verloopt verwijt men niet aan de media of de elites: men was er nog niet klaar voor. Dat is nu stilaan aan het veranderen, men hoort steeds meer andere versies van het koloniale verleden en andere stemmen in het debat.

Nieuwe en mondige generatie
Een nieuwe en mondige generatie laat in het debat van zich horen en eist een nieuw verhaal. Deze generatie heeft behoefte aan een brede maatschappelijke discussie, niet zozeer over het koloniale verleden maar meer wat de kolonisatie was en wat de koloniale erfenissen zijn waar verschillende generaties nu mee worstelen.

Het koloniale verleden is ogenschijnlijk iets van lang geleden en de clichés en de mythes leven nog steeds voort. Maar de dekolonisatie is nog lang niet voltooid, niet in het denken en niet in de beeldvorming. Het denken over het koloniale verleden en die beeldvorming veranderen voortdurend en zullen blijven veranderen.

Mijn discussies zijn (ongetwijfeld) gevoerd met generaties die zijn opgevoed met de beelden die de legitimering van het kolonialisme symboliseren. De mogelijkheid bestaat dat komende generaties totaal niet op de hoogte zijn en zelfs geen mening hebben over hun eigen koloniale verleden.

Vincent Roep
………… (Star)


Lees verder

Bron: Starnieuws.com