Institutionele versterking is het breekijzer van ontwikkeling

Onze samenleving is gelijktijdig geconfronteerd met twee ernstige crises. De eerste is de Covid-pandemie. Zij ontwricht de samenleving in sociaal en economisch opzicht, bedreigt de gezondheid van ons allen en leidt tot ernstige inbreuken op onze bewegingsvrijheid. Zij is een wereldwijde crisis waarvoor we in redelijkheid geen schuldige kunnen aanwijzen en waarvan we ook niet weten wanneer wij haar onder de knie krijgen.De tweede crisis is een climax van de verarming van onze samenleving in het verlengde van ons onvermogen om een voorspoedige duurzame sociaal economische ontwikkeling in gang te zetten. Dit jaar zijn we 45 jaren onafhankelijk en ons ontwikkelingsbeleid heeft nog niet de grondslagen gelegd van een stabiele rechtvaardige samenleving. De economische monocultuur is in stand gebleven en de kloof tussen rijk en arm is groter geworden. Bauxiet is vervangen door goud en olie als belangrijkste productie sectoren en daardoor afhankelijk gebleven van fluctuerende wereldmarktprijzen. Belangrijke redenen voor instandhouding van deze sociaal economische structuur zijn een uit de koloniale tijd stammende afhankelijkheidsmentaliteit en gebrek aan gevoel voor sociale rechtvaardigheid.

Het beleid dat in de loop van de jaren binnen dit kader is gevolgd, resulteerde in een excessieve groei van de publieke sector. Deze groei heeft het tot stand komen en functioneren van de publieke instituten niet bevorderd en de politieke en economische processen zijn daardoor in het bereiken van hun doelen tekort geschoten. Het resultaat is niet van een door educatie en professionele vorming van het volk verrijkte samenleving, maar een door ongebreideld gewin van de politieke en economische elite, verarmde samenleving.Deze gang van zaken stelt teleur en velen van ons zijn zelfs cynisch geworden en hebben de hoop op een betere toekomst verloren. Zij menen deze opstelling te kunnen rechtvaardigen door schuldigen aan te wijzen en daarin aanleiding te vinden om terughoudend te zijn in het leveren van een actieve bijdrage aan het creëren van een nieuw toekomstperspectief.     FHR is een andere weg ingeslagen. Wij hebben als hoger onderwijsinstelling ondanks de crisissfeer waarin wij leven onverkort gevolg gegeven aan onze missie om bij te dragen aan een ‘educated society’, Wij blijven ononderbroken volgens internationale standaarden onderwijs op bachelor en master niveau verzorgen en beperken daarmee zoveel als mogelijk vertraging die studenten – vanwege de Covid-pandemie – op hun carrière pad ondervinden.

En we hebben ons de gevolgen voor studenten van de devaluatie van de SRD aangetrokken door de verhoogde kosten in het collegejaar 2020-2021 niet op studenten af te wentelen en daarmee de ongestoorde voortgang van hun studie financieel te faciliteren.Maar onze grootste zorg is dat de overheid (nog) onvoldoende prioriteit geeft aan kwalitatieve versterking van haar instituten. Indien de overheid haar streven serieus neemt om nu de basis te leggen voor een voorspoedige, duurzame en rechtvaardige samenleving kunnen hervorming en versterking van instituten van de publieke sector geen uitstel gedogen.

Wij van FHR hebben daarom besloten ons niet te beperken tot bekritiseren van een prioriteitstelling die hoger onderwijs achterstelt ten opzichte van andere beleidsdoelen, maar daadwerkelijk te helpen om ook de gevolgen daarvan op te vangen. We doen dit in de vorm van een aanbod aan de overheid om te faciliteren dat personen die werkzaam zijn in de publieke sector, niet hoeven te wachten tot overheidsfinanciën daarvoor beschikbaar zijn, maar vooruit lopend daarop, reeds nu, masteropleidingen in o.a. ‘Governance’ en ‘Strategic Human Resource Management’ kunnen volgen.Hans Lim A PoRector FHR ………… (Star)


Lees verder

Bron: Starnieuws.com