Ingezonden| Het Staatsbezoek van president Santokhi aan Guyana

GFC NIEUWS- De president van Suriname, Chan Santokhi, bracht op uitnodiging van de gekozen Guyanese president, Irfaan Ali, in verband met zijn inauguratie, een 2-daags bezoek aan buurland Guyana.
Hij werd vergezeld door zijn echtgenote, Melissa Santokhi, en de minister van Buitenlandse Zaken, Albert Ramdien.
Na terugkeer in Suriname belegde de president, samen met de minister van Buitenlandse Zaken, een persconferentie, waarbij een uiteenzetting werd gegeven van zaken die in Georgetown besproken zijn met de Guyanese president en met vertegenwoordigers van zowel de Caricom, vertegenwoordigers van enkele vreemde mogendheden, waaronder Canada en India, alsook met het personeel van de Surinaamse Ambassade in Georgetown. Aangegeven werd dat Canada en India bereid zijn in Suriname te investeren.
De presidentiële delegatie keerde voldaan terug van de 2-daagse reis welke niet alleen verband hield met de inauguratie ven het pas gekozen Guyanese Staatshoofd, doch werd ook een druk en intensief werkprogramma afgewerkt.
Op de persconferentie werd eveneens naar voren gebracht dat er enkele Surinamers zijn die deel uitmaken van de bedrijfsleven in Guyana en gewezen werd op de mogelijkheden van zaken doen in het buurland. Met name op het gebied van de voedselvoorziening (landbouw, veeteelt, etc..) Ook is er interesse voor Guyanese zakenlieden om in ons land te investeren.
Met betrekking tot vooral de voedselvoorziening zij hierbij het volgende benadrukt: tijdens onze vakantie in Croatie in het jaar 2008 was er in onze groep ook een lid van de Nederlandse Vereniging van Varkenskwekers.
Betrokkene deelde ons tijdens een gesprek mede dat als gevolg van problemen, met name de uitstoot van CO2-gas in Nederland, waardoor de kans op uitbreiding van bedrijven nihil is, er binnen zijn organisatie een aantal leden zijn, waaronder ook genoemd lid, reeds tot bedrijfssluiting zijn overgegaan terwijl er weer anderen zijn die mogelijkheden aan het bekijken zijn om in het buitenland nieuwe bedrijven te beginnen.
Bijvoorbeeld Canada, Australië, Kenia en Nieuw Zeeland, hebben als voormalige leden van de Vereniging reeds veeteelt- als varkensteelt bedrijven opgericht, welke volop in productie zijn, echter met uitzondering van Kenia.
Veeteelt- en Landbouwbedrijven doen het in Kenia prima. Met de varkensteelt wilt het in dit overwegend moslimland land maar niet lukken. Hoewel arbeidskrachten er niet duur uitvallen. Men is derhalve doende uit te kijken naar mogelijkheden andere landen waar op grote schaal aan varkenskwekerij kan worden gedaan.
Het zou in de onderhavige situatie dan ook gaan om megabedrijven in coöperatief verband met ook lokale geïnteresseerden en, waarbij na een x-aantal jaren, als de bedrijven volop in productie zullen zijn, wekelijks 75.000 tot 100.000 stuks geslachte dieren kunnen worden geëxporteerd in speciaal daarvoor ingerichte schepen voorzien van koelcontainers.
Aan Jeroen, het desbetreffende lid in ons reisgezelschap, vroegen wij of hij geen mogelijkheden ziet om in Suriname te beginnen met de opzet en investering van/in een mega varkenskwekerij. We veroorloofden ons de vrijheid bij hem te benadrukken dat er geen sprake zou zijn van enige taalbarrière, vermits het Nederlands er de voertaal is.
Desgevraagd adviseerden wij hem om in de allereerste plaats zich in verbinding te stellen met de Surinaamse Ambassade in Den Haag voor de nodige informatie. We beloofden hem dat ook wij een schrijven zullen richten aan de Ambassade waarin we hem zouden aanbevelen en zouden tevens vragen om betrokkene ter wille te zijn en hem de gewenste informatie te doen vertrekken.
Na enkele maanden vertelde Jeroen ons zeer teleurgesteld te zijn in de opgedane ervaring met de Suriname Ambassade. Eerst kon niemand hem wegwijs maken welke de procedures zijn/waren die in acht dienden te worden genomen voor het doen van investeringen in het Land.
Op zijn verzoek om een afspraak met verantwoordelijken op de Ambassade te maken, werd hem botweg gezegd dat alvorens hem toe te staan voor het gesprek, hij een kopie van het dossier c.q. zijn bedrijfsplan betreffende het project ter beschikking dient te stellen van de Ambassade.
Het projectdossier zou op de Ambassade worden bestudeerd en getoetst op de uitvoerbaarheid, en bij goedvinding, zou hij worden uitgenodigd voor een oriënterend gesprek. Pas daarna zou eventueel de nodige informatie ten behoeve van betrokkene beschikbaar komen.
De mededeling van Jeroen heeft ons niet alleen zeer geschokt, doch hebben wij ons tegenover hem diep geschaamd.
Al langer dan 25 jaar wordt er gepraat om ons land te maken tot DE voedselschuur van de regio. Het is alleen maar bij het praten gebleven. En wanneer zich een gouden kans aandient om niet alleen de zo begeerde vreemde valuta voor het land te verdienen, maar ook extra inkomsten in de vorm van loonbelastingen, winstbelastingen etc. etc., en terwijl daarnaast ook nog een flink aantal banen zouden worden gecreëerd, worden … ………… (GFC)

Lees verder

Bron: GFC Suriname