INGEZONDEN: De stoelendans om de diplomatieke posten

31/08/2020 04:16
De redactie van DWT Publishing NV stelt lezers in de gelegenheid stukken in te zenden ter publicatie. In principe worden alle ingezonden artikelen opgenomen, tenzij de inhoud schadelijk, kwetsend of beledigend is voor derden. Stukken die geplaatst worden komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de mening van DWT Publishing NV. De redactie behoudt zich het recht voor om stukken niet te plaatsen, in te korten of te redigeren zonder dat die uit hun context worden gehaald.  
Al enige tijd zijn de lobbyactiviteiten rondom de diplomatieke posten in frequentie en heftigheid toegenomen. Het bezoek van de minister van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking, de heer Albert Ramdin aan Nederland, heeft de speculaties over de invulling van de prestigieuze ambassadepost in Den Haag behoorlijk aangewakkerd.
In de Nederlandse ‘wandelgangen’ bruist het van de namen. Er lijkt te worden gewedijverd voor deze post en eveneens voor andere ambassadefuncties. Velen zijn met mij de mening toegedaan dat gegeven de nieuwe doelstellingen van het buitenlands beleid, waarbij zeker meer slagkracht nodig is, een kundigd en ervaren Surinamer deze post dient in te vullen.
Heel belangrijk in deze fase is dat er een duidelijk en voor eenieder herkenbaar profiel wordt opgesteld voor de toekomstige diplomaten (transparantie). In een dergelijk profiel dient te staan dat het gaat om nationaal goed gewortelde Surinamers met kennis van buitenlandse verhoudingen, netwerken en omgangsvormen.
We moeten af van de voornamelijk politiek bemande ambassades en diplomatieke posten. Ook op dit beleidsterrein dient er een frisse wind te waaien. Diplomatie dient als een vak gezien te worden en ook als zodanig gedefinieerd. Belangrijke kenmerken daarbij zijn verbinden, onderhandelen en vertegenwoordigen met de bijbehorende waarden en expertise.
Opvallend het vorig weekend was de wijze waarop bepaalde personen zich hebben willen profileren (zelf als ‘loopjongen’) om in de gunst te komen van de minister. De lijst van genodigden bestond, zoals een insider het uitdrukte, uit “vrienden van vrienden en vrienden van de minister”. Daartussen bevonden zich “gepensioneerde” Surinamers (65+ers)met een Nederlandse nationaliteit en die langer dan vijftig jaar in Nederland wonen en hebben gewerkt die schaamteloos willen meedingen naar een functie op de ambassade.
Al eerder zijn er namen van Nederlandse Surinamers genoemd en waarvoor intensief veel lobbywerk wordt verricht. Het vanouds gehanteerde Surinaams politieke lobbywerk, namelijk het inschakelen van vrienden en familie om hun invloed uit te oefenen op politici en/of beleidsmakers, lijkt nog steeds actueel. Ondanks alle goede voornemens van de regering-Santokhi/Brunswijk na de verkiezingen van mei 2020 lijkt de nieuwe regering terechtgekomen te zijn in de greep van koehandel en achterkamertjespolitiek. Ongelooflijk maar toch waar!
De reden voor de terugval in oude praktijken is dat president Chandrikapersad Santokhi niet daadkrachtig genoeg de regels, procedures en profielen rondom benoemingen aanpast aan de voorwaarden van de nieuwe politieke cultuur. Het gevolg is dat de oude en nieuwe politieke cultuur op elkaar botsen. Het voortdurende probleem is dat de regels van het “spel” onduidelijk zijn.
Bij de taferelen vorig weekend rondom uitnodigingen en andere zaken, vraag je je af waar bepaalde personen het lef vandaan halen om belangrijke diasporatrekkers en andere prominenten die jaren bijdragen aan de Surinaamse samenleving uit te sluiten. Zonder enige gêne streven enkelen naar een functie op een ambassade. Vaak blijkt dat personen in kwestie, niet of nauwelijks beschikken over relevante opleidingen en geenszins voldoen aan de voorwaarden van het vak van diplomatie.
Ik ben het volledig eens met de columnisten Sunil Sookhlall en Kries Mahabier die stellen: “Wij zouden het moreel ethisch zeer verwerpelijk achten indien mensen uit de diaspora bepaalde functies zouden wegkapen voor de neuzen van de Surinaamse broeders en zusters. Geef de Surinamers een kans om zich te profileren, want uiteindelijk zijn het de Surinamers die het zelf moeten doen, De diaspora kan hooguit adviseren en (technisch) bijstaan, het liefst kosteloos en onbaatzuchtig”.
Ik hoop dat deze boodschap de zogenaamde “jobhoppers” in Nederland tot andere gedachten kan brengen. De hernieuwde relatie tussen Suriname en Nederland is niet gebaat bij amateurisme en opportunisme. Er is kennis nodig van landen ic het eigen land, fora en netwerken, alsook de vaardigheden, attitudes en onderhandelingsexpertise om deze vertegenwoordigende functie te kunnen uitoefenen.
Laten we met z’n allen hopen dat de regering-Santokhi/Brunswijk zich in deze niet laat leiden door nepotisme, maar door de eigen politieke en bestuurlijke moraal. Zo niet, dan zal het nogmaals een grote teleurstelling zijn in de zo breed en publiekelijk uitgedragen morele agenda van de regering en een nog groter verlies in geloofwaardigheid.
Piet Sanichar
  Tweet 
Gerelateerde artikelen

………… (DWT)


Lees verder

Bron: De Ware Tijd Suriname