In memoriam Dr. Eugène Albert Gessel

“Geen individu kan iets anders zijn, dan wat de samenleving waartoe hij behoort en waarin hij wortelt, van hem heeft gemaakt; de mensen om hem heen, ouders, vrienden, onderwijzers. Het hele zijn van de mens is afhankelijk van wat van hem gemaakt is, tot hij op een bepaalde leeftijd voor zichzelf gaat beslissen, welke koers gevaren moet worden.” Dit was het uitgangspunt van Eugène Gessel bij het geven van zijn historische terugblik voor de bundel ter gelegenheid van het 70-jarig jubileum van de Vereniging Ons Suriname in 1989. Gessel was van 1950 tot en met 1953 voorzitter van het bestuur van de Vereniging Ons Suriname.
Gessel: “Mijn optiek is geen andere dan die van een Surinamer, voortgekomen uit de volksklasse, behorende tot de Creoolse bevolkingsgroep. Dat zijn de bepalende punten die gemaakt hebben, of die er toe geleid hebben, dat gedaan is wat er gedaan had moeten worden, afhankelijk natuurlijk van de omstandigheden die op dat moment gegolden hebben.
Nadat Gessel had uiteengezet, wat het begrip “terugblikken” voor hem inhield, vervolgde hij: “Als jonge onderwijzer in het district heb je voldoende tijd om na te gaan welke de kenmerken zijn van een maatschappij waartoe je behoort en waarin je wortelt. De eerste schok van de verantwoordelijkheden die ik op mij zou moeten nemen en waaraan ik altijd zeer zwaar heb getild, was in Nickerie. Ik meen dat het in 1946 was, na de oorlog, dat er een commissie was ingesteld, die zou moeten inspelen op de redevoering van Koningin Wilhelmina van 7 december 1942. De voorzitter van die commissie was procureur-generaal Mr. De Niet. Ik was toen verbonden aan de Spangenbergschool. Die commissie stuurde formulieren om te peilen wat onder de Surinaamse bevolking als mening naar voren zou moeten komen. Ik kreeg twee van die formulieren in handen. Twee formulieren dus met dezelfde gedachten namelijk: “de Dominion Status van Suriname”. De schok kwam, toen in het verslag van de commissie ‘De Niet’ naar voren kwam, dat niemand in Suriname ook maar aan iets anders had gedacht, dan de voortzetting van de koloniale verhoudingen met Nederland, zoals ze lagen. Handhaving dus van het Regeringsreglement.”

In 1948 kwam Gessel naar Nederland. Gessel: “Persoonlijke omstandigheden hebben ertoe geleid, dat ik in 1948 naar Nederland kwam, gevormd in een koloniale samenleving met alle normen en criteria van dien. De schok van confrontatie met de samenleving, die in de kolonie zo sterk was geïdealiseerd, was niet gering. Stel je voor, als donker gekleurde Surinamer, bewust van je plaats op de sociale piramide in Suriname, die op het Damrak door een Nederlander wordt aangeschoten, die om een kwartje vraagt. De schok van het moeten beleven, dat je als Creoolse volksjongen voor de klas in Nederland staat, om hele volksstammen Nederlanders beginselen bij te brengen; niet alleen kennis en vaardigheden, maar je moest ze op jouw manier vormen.”

Gessel zei vervolgens, dat 1950 een incisie is geweest in het bestaan van de Vereniging Ons Suriname: “…van 1919 tot begin jaren vijftig, een sociale gezelligheidsvereniging met een structuur gelijk aan die van Suriname… en na 1950, als vereniging met een maatschappelijke opdracht. Aan het begin van de vijftiger jaren was het duidelijk dat wij een zekere verantwoordelijkheid moesten aanvaarden ten aanzien van Suriname. In 1952 kwam de grote uitdaging in verband met de Ronde Tafel Conferentie en daar hebben we het standpunt ingenomen, dat het zogenaamde werkstuk dat de Staatkundige verhouding tussen Suriname en Nederland zou regelen, onaanvaardbaar was. We hebben daartegen ook geprotesteerd. 1954 was het verzet van de samenwerkende organisaties. Er werd samenwerking gezocht met andere progressieve organisaties, studentenbewegingen. Wij konden naar buiten toe een georganiseerd en beredeneerd verzet tegen het Statuut aankondigen en volvoeren.

Ons Suriname viert zijn zeventigste verjaardag…… laat ik de wens uitspreken, dat die fakkel brandend gehouden zal worden en dat die, zoals bij een estafette, zal worden overgedragen aan een navolgende generatie.”Als vroegere strijdmakkers van de Vereniging Ons Suriname zijn wij de heer Gessel zeer erkentelijk voor zijn bijdrage aan Suriname en aan de Vereniging Ons Suriname. Aan zijn vrouw, de weduwe, mevrouw Mathilda Gessel-Braaf en zijn zoon Edward, wensen wij sterkte toe.

Polly Levens
Voormalig bestuurslid (secretaris) van de Vereniging Ons Suriname 1983- oktober 1992

De volledige versie van het interview met de heer Eugène Gessel kunt u lezen in de hierbij gevoegde bijlage. ………… (Star)


Lees verder

Bron: Starnieuws.com