‘Ik hoop dat het dorp ons ooit vergeeft’

24/08/2020 00:00 – Gilliamo Orban
 
MATTA – “Mijn generatie en die van mijn kinderen zullen nu niet vergeven worden voor de moord op de 67-jarige kapitein (Michel Karwafodi van Matta …red.). Misschien de generatie van mijn kleinkinderen, maar ik hoop dat we ooit door het dorp worden vergeven en de familie ons weer kan groeten en mensen weer met elkaar kunnen praten”, treurt Florence Popke.
De 61-jarige vrouw die tijdens het hele gesprek met de Ware Tijd nauwelijks haar tranen in bedwang kan houden, is de grootmoeder van vijf van de zes tieners die betrokken zijn bij de moord op Karwofodi. Het zijn zonen van twee dochters van Popke en de tieners woonden bij haar in. De zesde jongen is een zoon van een zus van de kapitein. Hun leeftijden variëren tussen dertien en achttien jaar.
“Er zijn momenten waarbij je alle pijn en verdriet wil uitgillen, want ik hou van de jongens en mijn hart bloedt voor mijn gezin en de familie van de kapitein. Maar als de jongens hiervoor een forse straf moeten uitzitten, zullen ze daarmee moeten leven, want iemand vermoorden is een grote misdaad. Trouwens hij was een goed mens en heeft die dood niet verdiend”, zegt ze hoofdschuddend.
Het valt haar nog steeds zwaar om de gruwelijke daad van haar kleinkinderen te accepteren. “Vanaf het incident heeft plaatsgevonden en vooral toen het bekend werd dat mijn kleinkinderen betrokken zijn bij de moord, huil ik elke dag. Dit is nog steeds zwaar om te verwerken, want dit is dubbel verdriet, omdat de kapitein mijn bloedeigen neef was”, snikt Popke.
Het kost haar moeite om haar tranen te bedwingen wanneer ze vertelt dat het hen is verboden door dorpelingen en de familie van het slachtoffer om de begrafenis en daarmee verband houdende plechtigheden bij te wonen, zoals een kerkdienst en culturele optredens zondag en de uitvaart maandag. “We kunnen geen afscheid nemen en vragen om vergiffenis, want dat is nodig en het zou echt een verlichting zijn. Maar ik heb God gevraagd om ons te vergeven en heb namens mijn gezin verontschuldigingen aangeboden aan waarnemend kapitein Wendeline Sabajo”, zegt ze met een brok in haar keel.
Het kan er bij haar niet in dat ze geen sein heeft gekregen van God of een bewoner dat de jongens in staat waren tot zo een misdaad. Ze vertoonden ook geen vreemd gedrag en ze omschrijft hen als “rustige en hulpvaardige jongens”. “We voeden onze kinderen niet op om rovers en moordenaars te worden. Waarom hebben ze niet gesproken met me wat hen dwars zat? Ik pleit mezelf niet vrij, want ik voel me verantwoordelijk voor de handelingen van de jongens en ik had uit hen moeten halen waarmee ze zaten”, zegt Popke emotioneel.
Ze heeft later wel begrepen dat de jongens zich met kattenkwaad bezighielden. Popke had gehoopt dat de dorpelingen dat aan haar hadden gezegd, waardoor ze de jongens had kunnen aanspreken. “De beschuldigingen en kritiek op sociale media zijn niet mals, want om voor moordenaar uitgemaakt te worden is pijnlijk. Het is niet makkelijk om alles te slikken, maar het kan ook eenieder overkomen en ik wens het niemand toe”, benadrukt de grootmoeder.
Er doen in het dorp verschillende geruchten de ronde waarover zij liever niet wil praten. Er wordt volgens haar bijvoorbeeld gezegd dat de jongens van plan waren een dorpswinkel te beroven. “Misschien heeft de kapitein hen op weg daar naartoe gezien en hen aangesproken dat ze tijdens lockdown niet op straat mochten zijn. Waarschijnlijk hebben ze dan wraak genomen.”
Er kwamen, kort nadat het lijk van Karwafodi was afgevoerd, vermoedens dat de tieners betrokken waren bij de moord. Er waren sporen waargenomen die naar een woning leidden waar één van hen woont. “Ik kon dat niet geloven en in eerste instantie betwijfelde ik het, maar tegelijkertijd was ik realistisch. Toen we thuis waren, hebben we de jongens hierover ondervraagd, maar ze ontkenden. Ze vertoonden ook geen vreemd gedrag”, zegt ze.
Er is volgens haar daarna elke dag met hen gesproken, maar ze wilden niets kwijt. Pas op de derde dag heeft de jongste van dertien jaar verklapt aan een oom dat hij en de anderen de kapitein van het leven hebben beroofd. De anderen werden hiermee geconfronteerd, maar bleven volhouden dat ze daarmee niets te maken hadden. “We hebben ze toen naar de politie gebracht en daar hebben ze een volmondige bekentenis afgelegd. Toen we dat hoorden, hebben we verschrikkelijk gehuild, maar God weet waarom.”
Popke weet niet hoe laat de jongens thuis zijn gekomen in de nacht van de levensberoving. “Toen ik tegen half drie in de ochtend wakker werd om te plassen, sliepen ze allen”, herinnert ze zich. De grootmoeder … ………… (DWT)


Lees verder

Bron: De Ware Tijd Suriname