ICJ hekelt beperking publiek bij verzetszaak Bouterse

De Internationale Commissie van Juristen (ICJ) hekelt de beperking van de openbaarheid van de verzetsprocedure tegen oud-president Desi Bouterse. De ICJ geeft aan dat hoewel Suriname een algemene verplichting heeft om ervoor te zorgen dat processen openbaar zijn, kan een beperking van de openbaarheid van een proces passend en zelfs noodzakelijk zijn om de volksgezondheid te beschermen.
De autoriteiten behouden echter de plicht om voorzieningen te treffen voor de openbaarheid van het proces, bijvoorbeeld door te zorgen dat de verzetsprocedure tegen Bouterse via een livestream kan worden gevolgd.
De Krijgsraad hervat de verzetsprocedure tegen Bouterse op vrijdag 30 oktober en heeft aangekondigd dat het publiek niet aanwezig kan zijn bij de zitting, vanwege de COVID-19-maatregelen.
De ICJ schrijft in een persbericht dat het van cruciaal belang is dat er wordt gestreefd naar transparantie, zowel tijdens het proces als ten aanzien van de uitkomst van de zitting.
De ICJ zal dit proces, dat in 2012 begon, blijven volgen. Vanaf 2020 zal het monitoren van het proces worden geleid door Godfrey Smith, voormalig procureur-generaal van Belize en voormalig rechter van het Hooggerechtshof in Belize en raadsheerplaatsvervanger van het Gerechtshof van het Oost-Caribische gebied.
Desi Bouterse werd op 29 november 2019 veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf, terwijl hij nog president was. Hij werd schuldig bevonden aan het plannen en bevelen van de moord op 15 politieke gevangenen op 8 december 1982 in Fort Zeelandia. Er is nooit een arrestatiebevel uitgevaardigd met betrekking tot de aanklacht of de veroordeling.
De verzetsprocedure startte op 22 januari. Omdat een van de rechters ziek was geworden, werd de zaak echter uitgesteld tot 31 maart. De zaak is nog niet inhoudelijk behandeld. Zoals met veel lopende zaken in Suriname, werd het proces meerdere keren uitgesteld vanwege de COVID-19-pandemie.
De ICJ stelt dat de gerechtelijke procedure moet verlopen met de nodige onpartijdigheid, onafhankelijkheid en eerlijkheid ten aanzien van alle betrokken partijen en dringt erop aan dat de beginselen van de rechtsstaat door iedereen worden gerespecteerd.
De ICJ herinnert de autoriteiten aan de verplichting van de staat om te zorgen voor een eerlijk proces door een bekwaam, onafhankelijk en onpartijdig tribunaal, zoals gewaarborgd door artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, waarbij Suriname partij is.
De ICJ verwijst ook naar de verplichting om verantwoording af te leggen over grove mensenrechtenschendingen, inclusief de buitengerechtelijke executies waarvan Desi Bouterse wordt beschuldigd.

………… (SH)

Lees verder

Bron: Suriname herald