Hoefdraad spant kort geding aan over beslissing DNA

Ex-minister Gillmore Hoefdraad heeft een kort geding aangespannen tegen de Staat Suriname. Hij vindt dat niet de juiste procedure is gevolgd om hem in staat van beschuldiging te stellen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken, De Nationale Assemblee en het Openbaar Ministerie zijn de gedaagden. Het kort geding is ingediend door de advocaten Irene Lalji, Frank Truideman en Murwin Dubois. 

Aangevoerd wordt dat tijdens de eerste behandeling van de vordering van de procureur-generaal (pg) door De Nationale Assemblee (DNA) Hoedraad is gehoord. Het hoorbeginsel is een grondrecht van elke burger en is expliciet genoemd in de wet, wordt aangehaald. Het niet horen van een persoon tegen wie een beslissing of besluit wordt genomen is onder andere in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en levert een onrechtmatig handelen op van een orgaan van de Staat. Immers, door het niet horen van een persoon tegen wie een besluit zal worden genomen, is een nietig besluit, wordt benadrukt. Indien op basis van de wet de persoon niet verschijnt op een oproep om gehoord te worden, slechts dan kan De Nationale Assemblee ontslagen worden van de hoorplicht, stellen de advocaten van Hoefdraad. 

Op basis van de eerste vordering van 23 april, is Hoefdraad op 13 mei gehoord. Hij heeft ten overstaan van zijn advocaten een schriftelijk verweer gedaan van alle feiten waarvan de pg hem heeft verweten. In dat verweer heeft Hoefdraad aangevoerd zich niet schuldig te hebben gemaakt aan de feiten die hem ten laste worden gelegd. Alle handelingen zijn in Staats en algemeen belang geschied. Aangevoerd wordt dat DNA op 19 mei een eindbesluit heeft genomen en de vordering heeft afgewezen. Dit besluit is meegedeeld aan de president van Suriname. Verwezen wordt naar het Ordereglement van het college, waarin is opgenomen dat niet teruggekomen wordt op een eenmaal genomen besluit, tenzij op grond van gewichtige redenen in ’s lands belang of nieuw opgekomen omstandigheden die bij het nemen van het besluit niet bekend waren, en indien bekend tot een ander oordeel zouden hebben kunnen leiden. 

Na de verkiezingen van 25 mei 2020 is de constellatie van DNA veranderd, er zijn andere leden toegetreden. Echter blijft een genomen besluit van DNA cq van een orgaan van de Staat ten aanzien van een persoon of een ambtsdrager, een besluit dat in een openbare vergadering van het orgaan is genomen en derhalve een rechtens en wettig besluit is, onveranderd welke leden tot DNA  behoren, wordt aangevoerd. De nieuwe vordering van de pg is op dezelfde gronden als de eerste. Opgemerkt wordt dat het om een geheel nieuwe vordering gaat, gedateerd 20 juli 2020. De bepalingen van de wet dienen dan weer gevolgd te worden, menen de advocaten van Hoefdraad. Hij had bij deurwaardersexploot opgeroepen moeten worden om gehoord te worden, wat niet is gebeurd. Er is zelfs bekendgemaakt via de media dat het horen niet nodig is. Er is ook niet beraadslaagd over deze kwestie in DNA, maar er is een besluit genomen zonder dat de leden het woord hebben gevoerd. Slechts fractieleiders voerden het woord, die niet zijn gemachtigd namens de leden. Het besluit is volgens de advocaten onrechtmatig genomen om Hoefdraad in staat van beschuldiging te stellen. 

De advocaten van Hoefdraad vragen aan de kortgedingrechter om de zaak met spoed te behandelen. Gevraagd wordt om het het advies cq het besluit van de hoorcommissie en het eindbesluit van de openbare vergadering van DNA genomen op 6 augustus, op te schorten. De zaak moet verwezen worden naar de gewone bodemrechter die een uitspraak moet doen over de rechtmatigheid van de beslissing. Het besluit van de kortgedingrechter dient te worden opgevolgd door DNA en het Openbaar Ministerie. 
………… (Star)


Lees verder

Bron: Starnieuws.com