“Het zijn geen honden, maar gezinnen”

Gevlucht van Brownsweg tijdens de Binnenlandse Oorlog houdt de ellende voor sommige ‘vluchtingen’ niet op. Na in de jaren ’80 hun intrek te hebben genomen in het doorgangshuis ‘Mi Abri’ aan de Maystraat is de groep kort vóór de verkiezingen van 2020 een gouden vijf jaar woongenot beloofd in het wooncentrum Palulu aan de Magnesiumstraat.
De toenmalige coalitie verloor tot grote spijt van hun achterban de laatstgehouden algemene-, vrije- en geheime verkiezingen. De beloftes toen gedaan door regeringslieden zagen de ruim 500 bewoners op 26 mei in rook opgaan. Met de houding van de nieuwe regering verloren de crisisgezinnen meer hoop.
De overheid weigert het restant aankoopbedrag van 1.2 miljoen euro te betalen. Intussen is het bedrag met rente opgelopen tot 1.8 miljoen euro. Het staatshoofd bekruipt het gevoel, dat de aankoop van het pand via een stichting niet richtig zou zijn verlopen. De bewoners zijn de wanhoop nabij met het laatste nieuws dat zij moeten inpakken.
WanhoopEnkele van deze wanhopige bewoners hebben hun sprankeltje hoop gesteld in vicepresident (vp) Ronnie Brunswijk. Ze hebben hun beklag vandaag gedaan bij de vp en bij de voorzitter van het parlement Marinus Bee. Zij kregen te horen dat er wordt gewerkt naar een oplossing.
“We willen een oplossing. Laten ze het geld betalen en zorgen dat we achteraf een stuk grond kunnen krijgen. Waar moet ik heen met mijn vrouw en zes kinderen,” zegt een jongeman genaamd Pamarie wiens vrouw twee weken terug een kindje ter wereld heeft gebracht. “Pe mo go nanga mi baby. Ef’ den man gim wan onderdak dan mi kan pai fen.”
KinderrijkDe redactie van Suriname Herald bevond zich gisteren op het terrein van het kinderrijke wooncentrum Palulu. Op het uitgestrekte stuk grond staan een aantal huizen en gebouwen. Allemaal zijn bewoond door aparte gezinnen. In een van de huizen woont Josta Macknack. Door woningnood zijn we bij ‘Mi Abri’ gaan vertoeven.
Daar heeft ze negenentwintig jaar gewoond, totdat ze vorig jaar samen met de andere bewoners, twee dagen vóór de verkiezingen, door de toenmalige regering zijn verhuisd naar de Magnesiumstraat. Zij maakt zich boos dat de regering niet wil betalen. “Laat de president over zijn hart strijken. Het gaat om 150 gezinnen en niet om 150 honden. Ik ben bereid huur te betalen als de regering dat vraagt,” zegt Josta.
Als de redactie zich verder verplaatst tussen de gebouwen komen we in één van de huizen de familie Finisie tegen. Ook zij zijn gevlucht voor de Binnenlandse Oorlog. Wat het leed van deze familie erger maakt is dat de 65-jarige zus al een jaar een beenbreuk heeft. Ze ligt in bed met diabetes en trekt zich de mogelijke ontruiming sterk aan. Tijdens het interviewen begint het te regenen. Wie zich van de regen niets aantrekt zijn de kinderen. “Zijn ze nog steeds de toekomst als de toekomst hun toelacht,” vroeg ik mij in gemoede af.
Naomi Hoever